Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 16-17

1.2 Tussen water en wind

Of men omstreeks 2000 jaar voor Christus op zo'n roep veel antwoord zou hebben gekregen staat alsnog te bezien. Het ‘raasde’ hier stellig niet van de mensen, maar dat men op zo'n strandwal best kon wonen is door professor van Giffen aangetoond na de bestudering van de vondsten uit die merkwaardige duintjes bij Zandwerven. Ook omtrent Aartswoud en Lutje Kolhorn kon men in die tijd een mens tegenkomen.
Maar wat bezielde hem toch om in zo'n onstabiele streek te gaan wonen? Wat kon hij doen op zo'n land tussen water en wind? Zeker is dat hij er vee kon houden en vissen vangen. De nog onlangs gevonden botten en graten zijn daarvoor een aanwijzing. De vuurstenen sikkels die her en der zijn gevonden, leveren het tastbare bewijs dat graanbouw plaatsvond. Uit wat latere tijd weten we, aan de hand van vondsten die vooral tijdens de ruilverkaveling zijn gedaan, dat er in het Grootslag – het gebied tussen Grootebroek en Andijk – tussen 1600 en 800 voor Christus bewoning is geweest. Interessante plaatsen zijn bij dit soort onderzoekingen de grafheuvels die toenmalige bewoners ons hebben nagelaten. Maar het vraagt wel een geoefende blik om die te ontdekken. Cor Scheer uit Andijk bezat een scherp oog voor zulke bijzonderheden. Hij maakte in 1937 professor van Giffen attent op enkele verhogingen in een weiland omtrent de eendenkooi te Zwaagdijk. Temeer interessant omdat de eigenaar van het weiland in het bezit zou zijn van een aldaar gevonden zwaard met goud beslag. 't Was eigenlijk een spannend verhaal, vooral ook omdat N. Hetsen, een van de eigenaren, wist te vertellen dat toen men in de vorige eeuw de grond van een van de heuvels wilde afvoeren, het paard dat voor de wagen stond begon te steigeren en ter plekke dood was neergevallen. Men wilde de afgraving later voortzetten maar toen begon een tweede paard ook te steigeren. Dat was reden genoeg om het werk te staken en elders grond te gaan halen.
Dit voorval werd door de omgeving afgedaan als een roverhoofdman-verhaal zonder veel historische waarde.

Het graan dat in West-Friesland werd verbouwd kon met behulp van de afgebeelde sikkel worden gemaaid.

Vergis u niet: hoewel het zwaard verdwenen was, was het goud van het gevest bewaard gebleven. Maar wat belangrijker was: van Giffen deed een ontdekking bij de afgraving van een van de heuveltjes van zodanige aard dat heel West-Friesland stond te schudden. Van het lachen overigens… De professor deelde namelijk uiterst laconiek mee dat hij na al zijn graven… een kraaltje had gevonden! Dat wekte natuurlijk bij degenen die na het zwaard en de steigerende paarden minstens een goudschat of misschien wel een leger ondergrondse draken hadden verwacht een grote teleurstelling en een navenant gevoel van ongeloof in dat ‘puur leukige twei-diepertje’, zoals van Giffen wel grinnikend genoemd werd. Maar de prof lachte als laatste en toen na een aantal jaren de resultaten van zijn arbeid bekend werden, had hij de kennis over het ontstaan van onze streek weer een flinke stap voorwaarts gebracht. En echt niet alleen aan de hand van dat ene onnozele barnstenen kraaltje!

Een kalkrijke bodem

Ondertussen waren namelijk ook andere zaken bestudeerd en was de onderzoektechniek weer wat gevorderd. De vondst van een skelet van een opvallend grote man (1,80 m) leverde hierbij aanvankelijk de nodige verwarring op. De geleerden die zich aan een schatting van de ouderdom van het geraamte waagden, vergeleken dit met elders gevonden resten. Zij concludeerden dat het hier opgegravene niet bijzonder oud was. De heren waren bij hun conclusie echter op het verkeerde spoor gezet want zij realiseerden zich toen niet dat de zogenaamde zuurgraad in West-Friesland anders is dan die in zandige streken.
Dit betekent dat beenderen veel langer onaangetast blijven zodat in het algemeen zo'n Westfries geraamte veel ouder is dan een Veluws of Drents, in vergelijkbare staat.
Met de nieuwste onderzoeksmethoden kon met meer zekerheid worden beweerd dat hier omtrent 2000 jaar voor Christus menselijke bewoning was geweest en dat één van die bewoners in een graf heuvel was begraven.
Dat het met bodemvondsten echter steeds oppassen geblazen is als men tot een schatting van ouderdom wil overgaan, bewees onlangs de ontdekking van een geraamte in een zogenaamde woonterp. De veronderstelling met een voorhistorische grafheuvel te doen te hebben lag voor de hand. De werkelijkheid was echter aanmerkelijk minder romantisch, en eerder macaber te noemen. In de onmiddellijke nabijheid van het voorzichtig uitgegraven skelet trof men een knoop aan. Voorzien van een hakenkruis…

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.