Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 23-24

1.6 Tussen water en wind

Voor en tegen van een democratie

Uit dat gezamenlijke dijkonderhoud, dat van levensbelang was voor het voortbestaan van de streek, ontstond een bestuursvorm die men het best als een functionele democratie kan kenschetsen. Het waren vrije mensen die hun eigendommen moesten verdedigen, onder andere tegen het weer. De feodale verhouding van ‘mijn heer – mijn knecht’, dat wil zeggen dat boeren afhankelijk of horig waren aan een grootgrondbezitter, kwam hier niet voor. Het was zoals men nu nog zegt: ‘Iederien most z'n aigen broek ophale’.
Wel kende de maatschappij van toen zijn standen; standen die duidelijk werden bepaald door bezit. Dit werkte door in het bestuur; slechts de ‘landrijksten’ kwamen daarvoor in aanmerking. Dat die landrijksten afzonderlijk lang niet altijd dezelfde belangen hadden laat zich begrijpen. Zij die niet direct door het water werden bedreigd verzetten zich tegen kosten van algemeen (waterkerend) belang.
Dat leidde weer tot achterwege blijven van het broodnodige onderhoud aan dijken en wegen en dat weer tot soms zeer langdurige geschillen. Het Grote Proces van Drechterland, dat bijna honderd jaar duurde, is daarvan een frappant voorbeeld.
Dat er in gevallen van eindeloze kifterijen en ‘klammerijen’ uiteindelijk door een landheer moest worden ingegrepen toont aan dat de Westfriese bestuursvorm zijn zwakke kanten had.
Schouder aan schouder, voet tegen voet. Dat was het motto waaronder iedereen zijn bijdrage moest leveren. Het was in dit verband opmerkelijk dat de heren die na Floris V hun gezag hier vestigden, niet nalieten te betogen dat elke ingezetene ‘is 't klooster, is 't ridder, is 't pape, is 't knape’, zijn bijdrage in het onderhoud van de dijk moest leveren. Dat was bijzonder omdat het gebruikelijk was dat degenen die de macht hadden (de adel, de geestelijkheid) zichzelf meestal uitsloten van dit soort kosten. In dit geval een wel begrepen eigenbelang van de nieuwe heersers, dat goed paste bij het Westfriese streven naar gelijkberechtiging. Zouden een aantal lieden niet meebetalen aan het dijkonderhoud, dan hield dat in dat de anderen voor dat deel van de kosten moesten opdraaien. Het laat zich raden dat de landsheer die bepaalde mensen van contributie vrijstelde niet op veel sympathie van zijn onderdanen behoefde te rekenen.

Waterschaps-bestuurders kregen slechts een bescheiden presentiegeld. De eervolle positie en een uitgebreide ‘gastdag‘ waren voldoende. De relatief lage bestuurskosten maakten dat er wel een paar centen konden worden besteed aan een mooi wapenbord, zoals dat van de Vier Noorder Koggen.

Tot de zorg van de al eerder genoemde buurschappen, meestal als ‘banne’ aangeduid, kon behalve de, bedijking ook de zorg voor kerken en armen gerekend worden. Een banne was een op zichzelf staande gemeenschap, die was ontstaan in de tijd van de ontginning. De grenzen van een bepaald blok dat in cultuur was gebracht, waren meestal ook de grenzen van de banne. Binnen deze grenzen golden dezelfde rechtsregels en samen met de hierboven genoemde taken werd zodoende een vrij zelfstandig functionerend orgaan gevormd.
Dat bleek duidelijk toen in de vijftiende en zestiende eeuw plassen werden drooggelegd. Er werd toen een nieuw lokaal bestuur gevormd dat in wezen dezelfde taken kreeg als het reeds bestaande bannebestuur. Vandaar dat de kerk in Sint Maartensbrug (weliswaar buiten de omringdijk), eigendom was van de polder. In de Heerhugowaard lukte de kerkbouw op kosten van de polder niet, de financiële resultaten van de droogmaking waren te gering. Pas na de Franse tijd, toen waterschaps- en gemeentebestuur gescheiden taken hadden gekregen, kon tot kerkbouw worden overgegaan. Overigens zonder financiële hulp van welke overheid dan ook. De kleine, allround gemeenschap met zijn bijzondere bestuursvorm, had na invoering van een aantal wetten naar Frans model, opgehouden te bestaan.
De zoveelste verandering in deze, min of meer besloten kring. Centralisatie op provinciaal en landelijk niveau luidde een nieuw tijdperk in.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.