Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 29-30

1.9 Tussen water en wind

Met drouge biene

Door de daling van de bodem kwam de ontwatering in de knel. Het op natuurlijke wijze naar zee afstromen kon voortaan slechts bij eb plaatsvinden; reden waarom zogenaamde tijsluisjes in de dijk werden gemaakt. De deuren hiervan werden bij vloed door het opkomende water automatisch gesloten. Maar zoals al eerder opgemerkt: we leven hier op een onrustige bodem. Na enkele eeuwen ‘doorzakken’ werkten de tijsluisjes niet meer. Toen slaagden Floris van Alkemade en Jan Grietenzoon er in om een molen – als werktuig al bij de Romeinen bekend – te construeren waarmee ‘water kon worden uitgeworpen’. Dat was in 1408.
Met behulp van een scheprad werd het overtollige polderwater naar een hoger niveau – de zee of een boezem – geschept. Opmerkelijk is dat toen men eenmaal begonnen was met bemaling de bodem in versneld tempo daalde. De spons werd als het ware leeg geknepen en kreeg daardoor minder volume. De opvoerhoogte van een schepradmolen was echter beperkt, zodat men met tussenstapjes moest gaan werken. De eerste molen bracht het water een meter omhoog in een kolk van waaruit een tweede het wederom een meter hoger bracht. Door deze wijze van bemalen werd het mogelijk om dieper gelegen meren droog te leggen. Want ook dat werk diende zich aan.
De oppervlakten van de Heerhugowaard, en vooral van de Schermer en de Beemster, waren zo groot geworden dat de waterbewegingen bij storm een bedreiging vormden voor het oude land.

Toen in 1675 half West-Friesland onder water kwam te staan tengevolge van de dijkdoorbraak bij Scharwoude, brak ook de Zwaagdijk door. De schilderachtige, sinds 1940 half gedempte plas van nu, was toen het zoveelste gat vol ellende.

Met drooglegging werd echter niet alleen de veiligheid gediend; ook de landbouwbelangen voeren er wel bij. De vraag naar agrarische produkten was, zoals wij verderop zullen zien, zo groot geworden dat een uitbreiding van de landbouwgronden welkom was. De positieve invloed die ‘stadse’ grondbezitters bij het droogleggen van de Heerhugowaard, de Wogmeer, de Berkmeer en de Baarsdorpermeer hebben gehad, is duidelijk aanwijsbaar.
De steden Hoorn en Enkhuizen, en vooral Amsterdam speelden in de 15e en 16e eeuw een uiterst belangrijke rol bij de veranderingen die in en rondom West-Friesland plaatsvonden. De scheepvaart en de handel op de Oostzee-gebieden en later Oost-Indië leverde veel geld op. De kooplieden zochten belegging voor hun kapitaal volgens de aloude wijsheid: een derde in goud, een derde in aandelen en een derde in grond. Nu moest die grond eerst nog worden gemaakt oftewel drooggelegd.
Het landschap moest weer ‘grondig’ worden veranderd. Maar in technische zin betekende het nogal wat voordat de ‘biene droug’ waren en droog bleven.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.