Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 50-52

2.8 Oud en nieuw land

Turf, tuinders, boeren

Wie vroeger turf zei, zei Kolhorn. Toen in het eigen gebied en naaste omgeving weinig turf meer viel te graven, terwijl er juist meer vraag kwam naar brandstof door de opkomende nijverheid in de steden, waren het vooral schippers uit Kolhorn die in de behoefte voorzagen. Ze sloegen hun voorraden op in de zwarte schuren die nu nog langs de omringdijk staan.
Kolhorn. Tot aan 1844, toen de Waard- en Groetpolder werd drooggelegd, een dijkdorp. En wel zo goed bewaard, dat het een van de weinige gave voorbeelden voor zo'n soort bebouwing is. Het is te begrijpen dat de inwoners vroeger in hoofdzaak bij de zeevaart waren betrokken. En niet alleen als turfschippers, maar ook als schippers op zogenaamde lichters. Lichters gingen de zwaarbeladen Oostindië-vaarders tegemoet om een deel van hun lading over te nemen en naar Amsterdam te brengen. Het Noordhollands kanaal was toen nog niet aangelegd en diep stekende schepen konden de ondiepten bij Pampus niet passeren. (Vandaar: voor Pampus liggen - niet meer verder kunnen).
In overdrachtelijke zin zou men kunnen zeggen dat auto's bij Kolhorn voor Pampus liggen. De interessante straatjes zijn slechts te voet bereikbaar. Dusdoende krijgt de bezoeker een heel goede indruk van een dijkdorp.

En dat is een heel andere dan men van Schellinkhout krijgt dat toch ook aan een dijk ligt. Maar hier is de oude afwatering, de Drecht, bepalend voor de plaatsing van de bebouwing en voor de richting van de verkaveling. De dijk is waterkering, geen vormgevend element bij de situering van de bebouwing. Een vergelijkbare situatie vindt men in het eerder genoemde Oosterleek. Verschillen tussen land rond Schagen en dat in Langedijk waren vijftien jaar geleden groter dan nu, na de verkaveling. De grote vervlakker, nuttig en nodig voor de economische bedrijfsvoering, wiste de sporen van een 1000-jarig (eilanden)rijk vrijwel geheel uit.



Voordat de Waard- en Groetpolder en de Wieringermeer droog waren gemaakt lag Kolhorn aan de Zuiderzee. Schippers uit dat dorp haalden de turf die men nodig had voor verwarmen en koken van ‘de overkant’! De brandstof werd in de, thans nog aan de omringdijk aanwezige, karakteristieke schuren opgeslagen.

Tuindersdorpen en boerendorpen zullen van verre nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden zijn nu het mogelijk is geworden om langs nieuwe wegen in de polder bedrijfsgebouwen te plaatsen. Echte tuindersdorpen zoals Lutjebroek, Grootebroek, Bovenkarspel, Obdam, Warmenhuizen, Tuitjehorn en Langedijk kenmerkten zich door een dichte lintbebouwing met soms een enkel benauwd dwarsstraatje op een kavel tussen twee sloten in.

Boerendorpen als Twisk, Barsingerhorn, Abbekerk, Aartswoud, Schellinkhout en Oudendijk waren ruimer gebouwd, omdat de voor een goede bedrijfsvoering benodigde oppervlakte van 15 á 20 hectare meer breedte langs de weg vroeg. Vooral als men zogenaamd vast land (direct achter de boerderij) wilde hebben. Door de kavelsloten als transport wegen te laten vervallen en vervolgens het agrarische areaal met wegen te ontsluiten, kon bij een ruilverkaveling zo geschoven worden dat zo veel mogelijk boerderijen vast land kregen. Wel met gevolg dat gewenste bedrijfsgebouwen en -woningen niet meer in het dorp maar ergens ‘in het veld’ kwamen te liggen.
Hoe lang zal het duren voor we aan dit veranderde beeld gewend zijn? En dan: hoe lang zal dit veranderde beeld onveranderd blijven?

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.