Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 52-53

2.9 Oud en nieuw land

Verbindingen tussen stad en land

Toen in en na de Middeleeuwen de bewoning van West-Friesland intensiever werd, waren er desondanks weinig wegen. Men liep langs een rivieroever en later over een dijk. Verkeer met rijtuigen was, in de winter althans, nauwelijks mogelijk omdat de paden niet waren verhard.
Vevoer over het water ging beter, was het alleen maar omdat dat de ‘natuurlijke’ mogelijkheid was. De kennis van het bouwen van vaartuigen kwam daardoor al vroeg tot ontwikkeling. Met logisch gevolg dat men deze vaartuigen ook voor de vaart op verdere bestemmingen ging gebruiken. Dit werd reeds geconstaleeerd bij de ontwikkeling van de handel in de steden. Het waren vooral de stadsbesturen die zowel de aanleg van waterwegen als landwegen bevorderden om daarmee hun centrumpositie te versterken. Zo ontstond in de 16e en 17e eeuw een verbazingwekkend net van verbindingen.



Buurtschippers onderhielden strak gereglementeerde diensten van de Westfriese havens naar Amsterdam, Kampen en andere (markt)plaatsen. Ook langs de binnenwateren werd ‘de beurt’ gevaren. Dit belangrijke onderdeel in de dorpsactiviteiten inspireerde de ontwerpers van de Hoornse behangselfabriek tot een fantasierijk dorpsgezicht.

Strak gereglementeerde en georganiseerde markt-, beurt- en trekschuitendiensten droegen in niet geringe mate bij aan de ontwikkeling van de Lage Landen. Geregelde diensten werden van Hoorn uit ondernomen op Purmerend, Edam en Alkmaar. Opmeer en Nieuwe Niedorp hadden een vaart op Alkmaar.

De al of niet onderhouden landwegen hadden vaak niet meer dan lokale betekenis. Bekend is bijvoorbeeld dat de Zwaagdijk erg lastig te begaan was omdat er zoveel hekken stonden, terwijl de weg 's winters totaal onbruikbaar was wegens het achterwege blijven van eik onderhoud. Een uitzondering vormde de onder stedelijke invloed tot stand gekomen straatweg door de Streek. De voorgenomen aanleg van een vaart ten behoeve van een trekschuit-verbinding leverde zoveel moeilijkheden op, dat men besloot de bestaande weg tussen Hoorn en Enkhuizen te verharden. De route werd zelfs van beplanting voorzien, iets wat in ieder geval bij landwegen nooit voorkwam. Grootebroek vond die beplanting maar geld uitgeven ‘op niks of’. Enkhuizen moest krachtige middelen gebruiken om de Strekers tot andere gedachten te brengen, maar het moet tot hun eer worden gezegd dat zij nadien loyaal meewerkten en veel lof hadden voor het resultaat.
Het was dan ook nogal een prestatie. ‘Kneertkonten’ hadden voor de aanleg geroepen dat er nooit stenen genoeg te krijgen zouden zijn en zie: nu lag daar 18 kilometer mooi vlak verhard wegdek, waarover een direct ingestelde wagendienst met volle snelheid kon rijden.

‘Kort over de weg, lang in de kroeg’, was het parool van veel koetsiers. Dit ook bij de overheid bekende gegeven had er toe geleid dat in de reglementen op de wagendiensten tussen Hoorn en Enkhuizen was verordonneerd dat de toeziender of wagenschout middels dobbelstenen moest bepalen welke op dat moment nuchter zijnde voerman, binnen een half uur meteen klant zou mogen vertrekken. Was de koetsier binnen dat half uur toch dronken geworden, dan mocht hij niet afrijden. Glaasje op, niet meer rijden.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.