Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 53-55

2.10 Oud en nieuw land

Veranderingen in de verbindingswegen

Na de diligence zou de stroomtram door de Streek gekomen zijn, ware het niet dat de oppositie tegen dit, ook toen al als milieuvervuilend aangemerkte vervoermiddel zo groot was, dat er een landelijk bekende ‘tramkwestie’ uit voortkwam. Jan Kok geeft in ‘Stoomtrams rond Hoorn’ een gedetailleerd verslag van deze affaire. Na een aantal perikelen verscheen de paardetram; de enige in West-Friesland, want plannen voor een dergelijke verbinding tussen Hoorn en Schagen gingen niet door. Ondertussen waren sinds het begin van de 19e eeuw de veeteelt en de tuinbouw aanmerkelijk toegenomen. Een sterke gerichtheid op afzetmogelijkheden via de markt, centrale ligging en zich geleidelijk aanpassende vervoersmogelijkheden zorgden er voor dat export naar Engeland en later Duitsland zich kon ontwikkelen. Er onstond op het platteland een redelijke welvaart, dit in tegenstelling tot de steden die het predicaat van ‘dode stadjes aan de Zuiderzee’ verkregen.

Het waren nu vooral de inmiddels opgerichte Landbouworganisaties die begonnen aan te dringen op betere vervoersmogelijkheden. Het nadeel van de voorsprong toonde zich ook hierbij weer duidelijk; het oorspronkelijk unieke vervoerssysteem van de trekschuiten, had men zo lang als goed ervaren, dat de verandering naar een beter systeem jaren uitbleef.



De stoomtram heeft in West-Friesland een beperkte rol gespeeld. Vervoer van passagiers en van groenten, steenkolen en mest werd spoedig door autobussen en vrachtauto's overgenomen. Slechts de lijn Hoorn-Medemblik bleef als toeristische attractie bestaan. Echte ‘spoorzoekers’ kunnen de tracees van de opgeheven lijnen vaak nog herkennen.

Maar wat een spoorlijn kon betekenen, bleek toen in 1865 Schagen per trein bereikbaar werd. De gemakkelijke aan- en afvoer van vee maakte dat de markt plotseling opleefde. Er kwamen ten behoeve van de veehandelaren vooral hotels en de winkelstand kreeg meer armslag. Het duurde nog tot 1884 voordat Hoorn de ijzeren paarden zag binnenstomen; Enkhuizen een jaar later. De ring werd gesloten met de aanleg van de lijn naar Alkmaar in 1898.

Onder druk en met financiële medewerking van vooruitstrevende plattelanders kwamen de tramlijnen tot stand die elders nader besproken zullen worden.
Het wegenonderhoud werd aangepakt, paden werden verhard en met iepen en soms kastanjebomen beplant. Het waterschap Drechterland nam hierbij vanaf 1835 een pionierspositie in. De zogenaamde macadam wegen werden voorzien van een paardenpaadje en in de dorpen werd vaak een straatje voor de voetgangers naast de rijweg aangelegd. Toen door de toename van het vrachtautoverkeer een nieuwe fase in de economische ontwikkeling van onze streek aanbrak, werd onder de markante en ‘kortaffe’ leiding van de legendarische dijkgraaf Pieter Groot Jansz. een aantal wegen aangepast aan de nieuwe eisen. De opkomst van de vrachtauto betekende tegelijkertijd de nekslag voor de tramwegen. De banen werden gesloopt. Als dan de landwegen niet aangepast waren, ontstond een onplezierige situatie zoals bij de Schager markt die voor het autoverkeer moeilijk bereikbaar was. Dat men erin is geslaagd om diezelfde markt later op een heel andere manier tot leven te brengen, zullen we verderop zien. Door de steeds wisselende omstandigheden zijn de busverbindingen, die omtrent de Eerste Wereldoorlog tot ontwikkeling kwamen, aan vrij grote veranderingen onderhevig geweest. Met buurtbussen, taxibussen of belbussen is de ontwikkeling stellig niet beëindigd. Met eigen en openbaar vervoer zijn steden en dorpen in West-Friesland goed bereikbaar; het wegennet dat ze onderling verbindt is redelijk goed.

Het spoor van de paardetram door de Streek was vrij smal. Er waren kooplui die de wielen van hun hondekarren zodanig lieten plaatsen dat ze precies in de geleidingssleuven van de tram pasten. Dat reed comfortabel en het was gemakkelijk in het geval de voerman een weinig aangeschoten was. De hond kon dan zelf zijn weg terug vinden. Een ontmoeting van zo'n meestal slapende, koetsier met de paardetram werd door de conducteur even opgelost door de kar uit de rails te duwen en hem erachter de tram weer in te zetten. Meteen ‘vort, hond’ kon de reis worden vervolgd.

Maar er zal in de toekomst wel weer veranderd moeten worden; de Westfrisiaweg en talloze bochtverbeteringen, wegverbredingen, aansluitpunten en veiligheidsmaatregelen zijn nog te wachten. De toename van het aantal personenauto's vereist dit soort activiteiten nu eenmaal. In 1960 waren er 5000 in de regio en In 1980 was dat aantal gegroeid tot 73.000! Niet zo verwonderlijk eigenlijk als men bedenkt dat er 26.000 huizen in 1930 waren tegen 76.700 in 1980. Op deze lijn doorgaand haalde Hoorn omtrent 1 januari 1984 zijn 50.000e inwoner binnen.
Stad en land zijn in 25 jaar meer veranderd dan in de 250 jaar daarvoor. Toch is het gebied nog herkenbaar aan zijn historisch gegroeide karakteristieken. Er is nog Westfries land, er zijn nog Westfriese steden.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.