Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 73-75

3.8 Wie is de Westfries

Veranderingen in het verenigingsleven

200 jaar geleden stichtte Jan Nieuwenhuyzen, doopsgezind predikant, in Edam de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.
Wat dat te betekenen heeft gehad voor het platteland is nauwelijks te onderschatten. Nutsscholen, toneelverenigingen, spaarbanken, ijsbanen, bad- en zweminrichtingen, leesgezelschappen, woningbouwinstellingen en bibliotheken zagen in de bestaansperiode het licht. Praktisch allemaal taken die nu als vanzelfsprekend aan de overheid worden toebedacht. Natuurlijk was niet elke plaats even actief, maar vrijwel overal voorkomend waren de Nutsavondjes waarbij de vrouwen, met breiwerk, links, en de mannen, met kalken pijpen, rechts, aan lange tafels zaten. De kraantjes-koffiepotten, de schalen met Jan Hagel en theerandjes èn de bundels ‘Kun je zingen, zing dan mee’ gelijkelijk verdeeld over de zitplaatsen. De onderwerpen die op zo'n avond door de sprekers aan de orde werden gesteld gaven een interessante spiegel van het tijdsgebeuren en dan speciaal wat daarin de Westfriezen interesseerde. Er bleek wel uit dat men, naast dingen van meer algemene aard, toch ook belangstelling had voor zijn eigen omgeving.

Van Balen Blanken, de dokter uit Spanbroek, werd talloze malen als spreker over West-Friesland aangekondigd. Een activiteit die vaak ook door het Nut werd gestimuleerd was de oprichting van een Floralia-vereniging, ‘de Floor’ op z'n Westfries.

Bloemen, planten, fruit, groenten, maar ook huisvlijt en nuttige handwerken werden door een jury beoordeeld en nadien in een zaal, meestal de kolfbaan van het café, tentoongesteld. Gelet op de aanwezige vakkennis was het begrijpelijk dat de Floor vooral in het oosten van West-Friesland een bloeiende instelling was. Een eveneens niet te onderschatten rol in de ontwikkeling van de laatste 50 jaar is die van de vrouwenorganisaties, met name de Plattelandsvrouwen, geweest. De plaatselijke afdelingen waren centrale punten van waaruit, vooral in het pré-televisionaire tijdperk, contact met ‘de wereld’ werd onderhouden. In katholieke dorpen kwamen de Vrouwengilden tot ontwikkeling, zij het op een wat bescheiden schaal.

Wognum, hoogtepunt in zang

Toneel-, zang-, fanfare- en gymnastiekuitvoeringen door amateurs behoorden jarenlang tot het vaste patroon van de plattelandscultuur.
Voor uitvoeringen door beroepskrachten moest men, wat de twee eerstgenoemde categorieën betreft, naar de stad. Over verenigingsactiviteiten vóór 1850 is weinig bekend. Nadien waren er zangkoren met ‘gouwen kettingen’ en andere ‘met zuiveren’, dat wil zeggen koren voor rijke (boeren) en minder rijke beoefenaars. Natuurlijk kon je dan ook nog rooms, fijn of grof zingen; waaronder te verstaan verenigingen op katholieke, gereformeerde of Nederlands hervormde notebalken gebaseerd. Concoursen brachten het peil van de muziekbeoefening omhoog. Zo goed als sinds enkele jaren muziekscholen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling in stad en platteland.



Wognums zangkoor leverde onder leiding van Willem Saal bijzonder kunstzinnige prestaties. De dames-leden droegen tijdens uitvoeringen een ‘kap’, een hoofdtooi die enkele eeuwen lang, in verschillende uitvoeringen weliswaar, als typisch Westfries kon worden aangemerkt.

Opmerkelijk is dat bij de bestudering van de Westfriese geschiedenis de naam van het dorp Wognum steeds meer opduikt als het om koorzang gaat.
Ja, die Wognummers … Een glanspunt in de .Westfriese cultuur van zodanige schittering, dat zelfs nu nog, na zeventig jaar, mensen in heel Nederland, maar ook in Zwitserland, in Rijnland, in Berlijn en Londen zich weten te herinneren of bij overlevering gehoord hebben wat dit betrekkelijk kleine koor van ‘boertjes en boerinnetjes’ presteerde. Het opmerkelijke van de Wognummers was Willem Saal, de dirigent.

Willem Saal was het koor, zo goed als het koor Willem Saal was. Van zo'n grote eenheid is bij andere koren niet vernomen. Het ensemble dat Willem Saal's zoon Dirk leidde en het Westfriese Mannenkoor dat oorspronkelijk ook in Wognum zijn thuis had, weet tot aan vandaag de faam van deze zingende Westfriezen hoog te houden. De Wognummers van Willem Saal gaven tussen 1889 en 1917 bijna 700 concerten. Hun optreden in Londen werd in 120 Engelse kranten gerecenseerd, terwijl ze door een spontane uitvoering tijdens een souper in het uiterst chique Rheingold-hotel in Berlijn een stemming teweeg brachten ‘zoals daar nog nooit had geheerst’.

Met Kerstmis werd, per traditie, in het Concertgebouw een uitvoerig gegeven. De weinige nog bestaande grammofoonplaten geven door hun primitieve opnametechniek een zwak beeld van dit uitzonderlijke koor. Een aantal van de door hun gezongen liederen werd in het Duits vertaald en in Zwitserland uitgegeven, als speciaal album. Zeer opmerkelijk is overigens dat het aantal zangkoren dat operettes uitvoert in West-Friesland zo groot is. Het is zelfs zo dat de Nederlandse ‘operette-dichtheid’ in onze streek relatief het hoogst is.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.