Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 92-94

4.5 Boer in West-Friesland

Wederom stedelijke invloeden

Een aardige en nagenoeg dezelfde gevelversiering is te zien aan boerderijen in Opmeer en Wognum. Sinds 1625 wordt in Wognum het boerenbedrijf onder het motto : Geloof, Hoop en Liefde uitgeoefend. In Opmeer echter worden sinds kort de uitleningen van de openbare bibliotheek met deze voornemens verricht.

Die houten weeg was, toen de techniek van de houtbewerking nog niet zo ver gevorderd was, samengesteld uit zogenaamde ongekantrechte planken. ‘Wane dele’, op z'n Westfries.
Later werden die planken mooier bewerkt als ze een sierende functie kregen. Maar voordat het zo ver was, had zich een aantal veranderingen voorgedaan in de indeling van de stolpboerderij als gevolg van het groter worden van de veestapel. Er moesten zoveel stallen gemaakt worden, dat de oorspronkelijk aanwezige ruimte in het langwerpige koehuis niet meer voldoende was. Het doorgetrokken dak van de hooiberg bracht uitkomst; daaronder kwam de zogenaamde lange regel en eventueel de korte regel. Dat wil zeggen een groot en een wat kleiner aantal stallen. Bij verdergaande ontwikkeling werd het woongedeelte ook onder het grote pyramide-dak geprojecteerd en op die karakteristieke hoofdvorm zijn de tientallen variaties gemaakt die in West-Friesland te zien zijn.

Toen het ‘grote geld’ van de ‘stadters’ naar hier kwam en toen men zich bezig begon te houden met droogmaling van de grote en kleine meren, werden in de uitermate praktische stolpboerderijen vaak zogenaamde herenkamers ingericht. In het cultuurpatroon van de 17e en 18e eeuw werd het leven op het platteland sterk geïdealiseerd. De nijvere, opgewekte en godvruchtige landman werd in verzen, tekeningen of muziek de stedeling ten voorbeeld gesteld.
Een nostalgisch verlangen naar ‘het land’, dat in onze tijd niet zou misstaan, spoelde in trage golven door het stadse patroon. Terug naar de natuur dus, om daar in de eigen boerderij, van geld, goed en rust te kunnen genieten.
De stadse invloed werd merkbaar in de architectuur van de stolpen. In de oorspronkelijk geheel gesloten voorgevel, waarin slechts een eenvoudige toegangsdeur aanwezig was, werd meer versiering aangebracht. De windveren langs de dakzijde werden langs fraai gebogen lijnen uitgezaagd en de voordeur kreeg een statige omlijsting met een sierlijk bovenlicht. Ramen ten behoeve van de woonvertrekken waren in zo'n geval aan de zijgevel geprojecteerd.

Een spiegel op het dak

Scoorsteen van stolpboerderij Door de toenemende welvaart werkte het voorbeeld van de wat sierlijker uitgevoerde boerderijen aanstekelijk op de boeren.
In het woongedeelte werd de houten weeg vervangen door een stenen muur (Desondanks bleef de uitdrukking ‘in de weeg legge’ voor iemand die tegen de wand van de bedstee moest liggen, tot aan vandaag van kracht). Er kwamen kunstig gemetselde schoorstenen en fraai bezegelde schouwen. Onder langs de voet van het rieten dak werden drie of vier rijen dakpannen gelegd en niet alleen om constructieve redenen.
Een zeer fraai gebruik van dakpannen kwam in zwang met het aanbrengen van zogenaamde spiegels.
Een gedeelte van het rieten dak werd met soms rechte, soms gebogen begrenzingen weggelaten.
Het vrijgekomen dakgedeelte werd veelal met zwart verglaasde pannen gedekt. De aldus ontstane dakspiegel werd boven het woongedeelte aangebracht en dat zou, volgens onbewezen veronderstellingen, mede zijn gedaan ter beperking van het brandgevaar.

De details van riante stolpboerderijen, zoals schoorstenen, gootlijsten en voordeuren, getuigen van een vakmanschap (zelfs meesterschap) dat goed vorm wist te geven aan opdrachten uit een wat ruimere beurs.

Voordeur van stolpboerderij Evenmin bewezen is het gezegde dat de blauwe of witte band, die aan de onderkant van de muur werd geverfd, boze geesten af zou schrikken, dan wel dat de hartvormige slotplaten bij een sleutelgat een levenssymbool zouden zijn. Of men dan in het ‘hartje’ van de pleedeur ook een levenssymbool moet zien?
In hoeverre symboliek of traditie een rol speelden bij het gebruik van de voordeur is niet duidelijk te zeggen. Het bekende rijmpje zegt: ‘De dode en de bruid gaan de voordeur in en uit’, hetgeen betekent dat de deur slechts opengaat als een bruidspaar het huis betrekt of als een dode wordt uitgedragen. In de praktijk van de verdere ontwikkeling van de stolp kreeg die voordeur meestal een wat daagser functie.
In de tweede helft van de vorige eeuw werden veel boerderijen vernieuwd. Er moest ruimte komen voor betere kaasmakerijen en voor rijtuigen.

Het uiterlijk van de boerderij veranderde in zijn hoofdvorm nauwelijks meer; de architectuur van de gevels, waarin geruime tijd een stadse invloed viel aan te wijzen, was weer in handen van de plaatselijke vaklieden. Toch gingen die ook met de mode mee: uitgezaagde sierranden aan dakkapellen en goten, gestucadoorde omlijsting rond ramen en terugliggende voordeuren met glasruitjes deden hun intree.
Veranderingen in het uiterlijk komen ook vandaag nog voor. Niet dat er nieuwe stolpboerderijen worden gebouwd, maar sinds het woord nostalgie van een wat ranzig smaakje is voorzien, wordt onder die noemer rondgewoed met ‘restauraties’ aan bestaande panden.
Alles wat de doe-het-zelf winkel aan lompe raamroeden, oudbakken luiken, hardhouten voordeuren en plastic balkenplafonds kan opleveren, wordt met veel enthousiasme en weinig historische kennis aangebracht. Bij voorkeur gelijmd. De tijden veranderen, West-Friesland met hen.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.