Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Boeken » West-Friesland... het land waar wij wonen » Pagina 103-105

5.2 Bouwers en Tuinders

Bloemkool en jenever

Vergelijkbare veranderingen deden zich voor in de Streek, Andijk en Venhuizen. Ook al zo'n waterige beweging, hoewel niet in zo'n karakteristieke vorm als in de Langedijk.

Het beeld van vele dorpen werd mede bepaald door de aanwezigheid van een meelmolen. Een van de weinige nog werkende molens is die te Wervershoof. De kwaliteit van het aldaar tussen stenen gemalen graan wordt hoog aangeslagen.

Toch speelden sloten, vooral bij het transport, een doorslaggevende rol. Langs de reeds in de 13e eeuw aangelegde Wijzend bij Binnenwijzend en Blokker voeren de bouwerlui uit het oosten van West-Friesland naar Hoorn. Ze moesten daarbij de waterkering van de Noorderdracht, vlakbij de huidige molen ‘de Krijgsman’, passeren met behulp van het zogenaamde Bangerter rad, een overhaal waarmee de schuiten over de weg werden getrokken. Een wat moeizame bezigheid die waarschijnlijk wel eens een onvertogen woord ontlokte. In de pachtreglementen stond tenminste vermeld dat schuitenvoerders niet met ‘vloecken, sweren of andersints qualijck bejegent’ mochten worden.
Was de operatie zonder lelijke woorden verlopen dan ging de schuit verder, getrokken door een jongen of een hond, richting Hoorn.
Totale reisduur in 1865 omtrent zeven uur, hetgeen inhield 's avonds laat op pad gaan om 's morgens vroeg op de markt te kunnen zijn. Enkhuizen en Broekerhaven exporteerden onder andere naar Utrecht en Amersfoort. Vandaaruit werden de groenten met een kar, waarvoor tien honden waren gespannen, langs zandwegen naar Arnhem vervoerd. De schippers die vanuit Broekerhaven de transporten verzorgden, werden in de loop der tijd belangrijke figuren en wel door het feit dat zij namens de bouwerlui de produkten in bijvoorbeeld Amsterdam verkochten.

In 1936 verdiende een werkman in de bollenteelt ƒ 16,- per week. Hij werkte dan zes dagen en maakte 's zomers dagen van 's morgens vier tot 's avonds zes uur. Kinderen konden zogenaamd landbouwverlof krijgen om, zoals in Nibbixwoud, te helpen bij het plukken van zaad van de Oostindische kers.

De historicus Noordeloos weet te vertellen dat afrekening achteraf plaatsvond in goed vertrouwen. Toch keken de bouwers wel eens met een scheef oog naar de gouden gespen die de schoenen van de schippers/kooplieden sierden. Het merkwaardige gebruik dat bij de levering van produkten verplicht gelag hoorde, benevens een dubbeltje voor de koopman en dat een bouwer 112 kolen moest leveren als hij er 100 aanbood, ontmoette in het eind van de vorige eeuw veel weerstand. Een tweetal paters uit Grootebroek trok van leer tegen het drankmisbruik bij het verschepen. Er werd, volgens zeggen, jaarlijks net zoveel jenever gedronken als er water in de kolk van de Broekerhaven stond.

Het principe van de veilingklok, het hart van elke veiling, was een uitvinding van de uit Bovenkarspel afkomstige prof. Klopper.
De modernste uitvoering bevindt zich in mammoetveiling aan de Tolweg te Hoogkarspel.


Door alle acties van de zich gedupeerd voelende tuinders kwam verandering in de manier van verkopen. In Broek op Langedijk werd in 1887 voor het eerst een schuit bloemkool verkocht aan de meest biedende schipper op Amsterdam. Dit voorbeeld werd in 1892 in de Streek nagevolgd. Ook daar werden bloemkolen geveild. En hiermee begon een lange ontwikkelingsgang in het veilingwezen die (voorlopig?) eindigde met de bouw van een gigantisch complex aan de Tolweg in Hoogkarspel. Van alle in die tussentijd opgerichte veilinggebouwen over heel West-Friesland verspreid, bleef het meest karakteristieke in Broek op Langedijk als museumvelling bewaard.



Sloten met onderling verschillende waterstanden komen nogal eens voor. Worden ze door dijken of wegen gescheiden dan kunnen schuiten met een overhaal over die hindernis worden getrokken. Dit kan middels handkracht (Venhuizen) of mechanisch (tot voor enkele jaren Avenhorn). Ook ‘voetkracht’ werd benut zoals bij het afgebeelde, reeds lang verdwenen, Bangerter rad.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.