Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 7 » pagina 201-205

Uit een oud schrijfboek

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 7, pagina 201-205.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Piet Kistemaker.

In een verzameling oude papieren vonden we o.m. een schrijfboek van Oud-Hollands papier, een „schoolschrift” van heel vroeger, d.w.z. uit het midden van de achttiende eeuw. De eerste bladzijden bevatten allerlei versjes en spreuken (alles even deugdzaam), die blijkbaar als schrijfproeven gediend hadden... Het schrift was niet volgekomen en daarom was de achterkant benut voor een soort „boeren-boekhouding”, als volgt:
Dit boek hoort toe Dirk Jacob(sz.) Rol.

1768.

Jan Pieter(sz.) Mantel Debet aan Dirk Jacob Rol 24 kop boter En 12 pond Vlas. De boter beloopt 13 en 4 en het Vlas 6 te zamen 19—4.

1769.

10 Mey 86 hooykaasen na Hoorn 10 gld en 3 stoot. (maakt) 37 gld. 16 st(uyvers). Nog 7 X gemarkt alles a 10 gld. 3/8 tot 12 gld. totaal 588 gld. 5290 pond. En de Koeyen al gestorven In de maand van September En in 't begin van October op 2 verse (= vaarzen) na Een hokling 2 kalveren na Ao 1769.

Op den 7 September Ao. 1769 De Siekte gekregen In 't Land Hebbende 13 melkgevende Koeyjen 2 hokkelingen en 6 graskalveren. Dus 21 samen Waaronder 3 van ouds gebeterden Waerren. Dus hebbende 18 ongebeterden Waarvan 8 melkgevende Koeyen zijn gestorven En 1 hokling 4 kalveren en Gebeterdt 2 Melkgevende Veerzen 1 hokling 2 Kalveren. Zoodat er 13 doodt zijn en 5 gebeterde in het Geheel.

Hebbende Willem en Gerrit de Vries Weederom in het begin van October en wij met ons 3en Wederom 25 ongebeterden uyt Vrieslandt Gehaelt zoo alsse te met swomme en daar ook de siekte in gekregen zijn gestorven 11 en zijn gebeterd 6 en (ge)zond Gebleven 8 tot aan deesen Tegenwoordigen dag toe. Dirk Jacobs Rolle 1769.

1774.

't eerste Jaar met Boeren Begonnen en dat zoo voort zoo lang als het Deuren mag. 7 Koeyen 3 veersen.
16/6—8/12 9 maal te Hoorn 9 gld. s stuyv. — 11 gld. 3/8 986 Kase 4085 pont 439 gld. 7 st(uyvers)...

Zo gaat de boekhouding door, van jaar tot jaar wordt alles nauwkeurig genoteerd, zelfs met de namen van de kaaskoopers erbij: „aan Vrouwtje”, „aan Jan Schuurman”, „aan Jan de Boer”, enz. enz.

Wie was nu deze scribent? In het kerkelijk archief van „Buurtjeskerk” te Andijk-West vonden we allerlei gegevens, die de situatie voor ons ophelderen en tevens een kijkje geven in de moeilijkheden, die onze vaderen hadden te doorworstelen. Want de tijd waarin Dirk Jacobsz. Rol leefde, was wel een van de moeilijkste die onze boerenstand ooit doorge:maakt heeft! Daarbij kwamen dan nog de noden van het gezin...

Dirk Jacobsz. Rol werd op 12 December 1751 te Andijk gedoopt als zoon van Jacob Dirksz. Rol en Alijd Teunis Mooy. Zijn doopnaam kreeg hij van zijn grootvader, die ook Dirk Jacobsz. heette, zonder meer... maar zijn familienaam erfde hij van zijn grootmoeder Geert Cornelisz. Rol... Zoiets was in die jaren niets vreemds. Als de vader van een andere plaats kwam of soms minder kapitaalkrachtig was, werd de meer klinkende naam van de moeder of grootmoeder aan het kind gegeven.

Het was blijkbaar geen sterk geslacht, waaruit Dirk Jacobsz. Rol voortkwam. Grootmoeder Geert Cornelis stierf in haar twintigste trouwjaar, grootvader Teunis Mooy in zijn achtendertigste en grootmoeder Griet Meynders in haar zevenendertigste trouwjaar. Geen van allen bereikte dus een hoge leeftijd. Op 23 Juni 1766 werd de vader, Jacob Dirksz. Rol begraven en bleef moeder Alijd Teunis met vijf kinderen over, waarvan de jongste pas anderhalf jaar was. Dirk Jacobsz. was toen vijftien jaar, hij kwam dus mooi in de hand en het zal werken geblazen zijn, samen met moeder op een boerderij van pl.m. twaalf, dertien koeien, met waarschijnlijk nog wat bouwland ook.

Zo zien we dus Dirk als zeventienjarigen zoon van een weduwe in 1768 aan het boekhouden: Jan Pieter Mantel Debet... enz.

Het volgende jaar kwam de ramp. Want een nationale ramp was die veepest, die al vele malen het boerenbestaan bedreigd had... reeds in de zeventiende eeuw, maar vooral in deze. De veepest jaren zullen hun nog goed in het geheugen gelegen hebben: 1713 tot 1722 en vooral 1744/45, toen er tweederde deel van het vee verloren ging.

Nu dreigde die ramp opnieuw. Het begon al vroeg in het voorjaar. Reeds op 25 April besloten de regeringen van Hoorn, Enkhuizen en Medemblik gedurende de maanden Mei en Juni alle invoer van rundvee uit besmette districten in hun steden en haar ressorten te verbieden... en toen de plaag aanhield werd het verbod op 26 Juni voor onbepaalde tijd verlengd.

Alijd Teunis en haar zoon waren totnogtoe gelukkig, hun vee bleef nog voor de ziekte gespaard. Maar in de herfst kwam het verschrikkelijke ook voor hen en moest Dirk dit fatale zinnetje in zijn schrijfboek zetten: „Op den 7 September Ao. 1769 De Siekte gekregen In 't Land hebbende 13 melkgevende Koeyen...„

Wat zal hij met een bezwaard hart die rijke veestapel aangezien hebben, het beste Noordhollandse melkvee, waarmee hij opgegroeid was, dat hij geheel had opgefokt, waarvan de dieren stuk voor stuk hun troetelnaam hadden. Acht maal achtereen kon hij op het eigen land een kuil graven en daar hun kostbaar bezit in weggooien ... acht melkgevende koeien... Alles weg... en ook de hoop voor de toekomst: een hokkeling en vier kalveren... dood en in de put... „Zoodat er 13 doodt zijn...” Dertien van de 21, dat is meer dan de helft! Is het niet om moedeloos te worden?

Maar nog waren Alijd Teunis en haar zoon niet verslagen. De dertien koeien waren dood, ach-ja, maar nog hadden ze het land, nog was er hooi in de berg voor een vol beslag... nog was er geld in het „spoin”... Met Gods hulp... voorwaarts!

Nieuw vee wordt „uit Vrieslandt” gekocht... vijfentwintig stuks in totaal... Volgens kronieken kwam dit nieuwe vee heel uit Jutland. Dirk Rol zal dus met Vrieslandt wel Oost-Friesland bedoeld hebben, mogelijk waren er tussenpersonen die op de Leeuwarder- of Snekermarkt het nieuwe vee aanvoerden... Dat was in October 1769 en het was zeker een natte tijd, „soo als ze te met swomme” zegt Dirk Rol en dat beduidt in goed West-Fries dat het land door- en doorweekt was, oftewel „verzopen”... Eilacie... ook de aanvoer van fris vee baatte niet... „daer ook de siekte in gekregen, zijn gestorven 11...” Het is niet duidelijk of deze elf koeien allen eigendom van Alijd Teunis Mooy waren... waarschijnlijk kocht zij de vijfentwintig koeien samen met „vrienden” (= familie) en buren... Maar toch: welk een bitter verlies... welk een tegenslag!

Vijf jaar streden moeder en zoon moedig door... beschermden zorgzaam hun gehavend bezit... werkten zolang het dag was...
Toen stierf de moeder, nog in de volle bloei van haar jaren. Hadden de kommervolle tijden haar vroegtijdig geknakt...?
Alijd Teunis Mooy werd 20 November 1773 begraven en nog diezelfde winter trouwde Dirk... Hij was nu zelfstandig en op de boerderij was een nieuwe boerin dringend nodig. Hiltje Jacobs Coops heette zij en 9 Januari 1774 was hun trouwdag!

Daarom schreef Dirk Jacobsz. Rol in zijn schrijfboek: „1774 't eerste jaar met Boeren Begonnen en dat voort zo lang als het Deuren mag...”
Van stap tot stap kunnen wij he:m nu volgen in zijn pogingen om wat vooruit te krabbelen. We zien dan, dat hij het beproefde systeem volgde en elk jaar een oude koe opruimde en een of twee stuks jongvee aanhield. Het ging langzaam-aan crescendo:
1774: 7 Koeyen, 3 veersen.
1775: 10 Koeyen.
1776: 9 Koeyen, 2 veersen.
1777: 8 Koeyen, 5 veersen.
1778: 12 Koeyen en 2 overmelkers... enz.
De kaasprijzen varieerden van 9 gulden tot uiterst 14 gld. en 5 stooters, d.w.z. ƒ 14,62½. In 1780 was het „dertiendalf(en) 1 stooter”, dat is in onze munt twaalf gulden tweeënzestig en een halve cent.

Zo boerde Dirk Rol na jaren van tegenspoed nog weer vrij goed... Moeilijke jaren had hij doorleefd... en niet alleen hij, maar met hem de hele boerenstand. Hij was maar één uit velen, allen slachtoffers van de nationale ramp die veepest heet. Van 1 April 1769 tot 31 Maart 1770 dus in één jaar tijds, verloor Holland eenhonderdzestigduizend stuks rundvee... Zo'n getal zegt weinig, zolang wij ons niet indenken wat het voor iederen boer persoonlijk (en voor zijn gezin) betekende: worstelen om niet onder te gaan! Het was daarom, dat wij aan dit enkele geval zoveel aandacht besteedden... En de boer, hij ploegde voort...

Piet Kistemaker

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.