Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Archivering » De Speelwagen » 1955 » No. 4 » pagina 108-109

Het Wieringer geslacht Maats

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 10e jaargang, 1955, No. 4, pagina 108-109.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: A. Mekken.

(Bekende doktersfamilie in Noord-Holland)

Het genealogisch onderzoek naar verschillende Noordhollandse families brengt vaak veel merkwaardigheden aan de dag. Zoals in 't geslacht Rempt het beroep van veearts-smid steeds van vader op zoon overging, zo was dit bij het van oorsprong Wieringse geslacht Maats het beroep kapper-dokter. In vroegere tijden was een combinatie van deze beroepen niets bijzonders, men beschouwde het als vanzelfsprekend, dat de kapper tevens chirurgijn was. De stamvader van het geslacht Maats, Pieter Abrahamsz. Maats was wel een van de merkwaardigste figuren uit Noord-Holland. Hij leefde in de tweede helft van de 18de eeuw op Wieringen, waar hij niet alleen kapper en chirurgijn, maar ook landbouwer en herbergier was. Waar hij geboren was, is nog niet bekend, al is het zeker, dat hij zich van uit een andere plaats op Wieringen vestigde. Hoewel zijn geboorteplaats niet genoemd werd, is het ons uit een aantekening bij zijn overlijden toch bekend, dat hij in 1737 werd geboren. Hij bezat te Den Oever een herberg 's Lands Welvaren. Het is waarschijnlijk dat hij de beroepen van chirurgijn, kapper en landbouwer beoefende, om zijn inkomen te vergroten. Om zijn patiënten te bezoeken had hij een „vospaardje”, om zich zo snel mogelijk te verplaatsen.

Pieter Maats was gehuwd met Jeltje Jansd. Metselaar en wel op 21 Sept. 1760 te Den Oever. Na haar overlijden 20 Juli 1780, hertrouwde hij in 1788 met Neeltje Kok. Een jaar later overleed hij.

Na zijn overlijden werd een inventarislijst van zijn bezittingen opgemaakt. Zijn weduwe Neeltje Kok, zijn zoon Jan en Dirk Dam een der voogden over zijn nagelaten kinderen lieten een lijst opmaken bij een notaris. Het is juist deze lijst, die ons vele inlichtingen verschaft over het veelsoortig beroep van Pieter Maats. Hij bezat enkele stukken vee, een tweejarig osje, een vospaardje en 64 schapen. In de drankwinkel stond ongeveer 50 liter wijn en 200 liter jenever en enig azijn en bier. In de chirurgijnwinkel bevonden zich een koperen vijzel, een glazen mortier, twee scheerstoelen, acht scheermessen, een kruidlaat (een lade met geneeskrachtige kruiden), twee scharen, een koker met lancetten (aderlatingsinstrument, dat in die dagen veelvuldig werd gebruikt).

Jan Peter Maats 1766-1837.
Onder de nakomelingen van Pieter Abrahamsz. Maats vinden we vele dokters. Hij liet zeven kinderen na.

Een van de zonen Jan had van zijn vader reeds vele bijzonderheden over het doktersvak geleerd, en het is dus niet vreemd, dat hij na het overlijden van zijn Vader zich op het beroep toelegde. Na een tijdlang werkzaam te zijn geweest in Den Oever vestigde hij zich te Hipolytushoef. Hij was getrouwd op 19 Oct. 1786 met Dieuwertje Cornelis Mulder. Behalve als chirurgijn wordt Jan ook genoemd als vrederechter en dijkgraaf. Ook vinden we hem tijdens het leven van zijn vader veroordeeld tot een dukaton boete, omdat hij bij de bevalling van zijn vrouw zijn vader ter assistentie had geroepen en niet, zoals was voorgeschreven, de vroedvrouw.

Pieter Janz. Maats 1792-1861 werd ook chirurgijn op Wieringen. De tweede zoon van Jan Maats, Abraham, werd chirurgijn op Koedijk en was daar tevens de schout en secretaris. De broer van Pieter, Cornelis Maats studeerde in Amsterdam en trouwde 17 Mei 1826 Henrietta Frederika van Wanrooy, die in Amsterdam met haar ouders op de Prinsengracht woonde. Cornelis vestigde zich te Schagerbrug.

Uit dat huwelijk kwamen Iweer drie dokters voort, die alle drie aan de Universiteit in Utrecht studeerden. De oudste Jan, vestigde zich als dokter in de Midden-Beemster; Cornelis vestigde zich te Oosthuizen, maar de nachtpraktijk was: voor hem te zwaar; en daarom studeerde hij nog twee jaar oogkunde onder prof. Donders en vestigde zich als oogarts in Arnhem. No. drie, Johannes, vestigde zich te Purmerend.

A. Mekken

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.