Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Archivering » West-Friesland toen en nu » Deel 6. Het zeegat uit » pagina 16-19

6.3 Gevelsteen van de Kade 1 in Enkhuizen

Erfenis van een rijk verleden

Aan de achterzijde van het Peperhuis aan de Kade herinnert een gevelsteen met het monogram van de Kamer Enkhuizen aan de rijke geschiedenis van Enkhuizen als VOC-stad. In de 18de eeuw was bijna de halve Wierdijk in handen van de compagnie.

De gevelsteen met het monogram van de VOC Enkhuizen aan de achterzijde van het Peperhuis. Het Peperhuis werd in 1682 door de VOC aangekocht. (Foto TM)

In 1602 vond de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie plaats. Na de eerste tocht van Cornelis de Houtman in 1595 werden in verschillende Hollandse steden reizen naar Oost-Indië [Indonesische archipel] georganiseerd. In totaal wel een tiental tussen 1595 en 1602.
Het was al spoedig duidelijk dat men ter plekke tegen elkaar opbood bij het inkopen van specerijen en dat de prijzen daalden als men de waren gelijktijdig in Nederland op de markt bracht.

Kamers

Op initiatief van raadspensionaris Oldebarneveldt kwam een vereniging van alle kleine stedelijke compagnieën tot stand. De 76 kooplieden van het eerste uur kregen als beloning het directeurschap van een ‘Kamer’ in de nieuwe Verenigde Oost-Indische Compagnie. Er werden Kamers opgericht in Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen.
Dat ook Enkhuizen een eigen Kamer kreeg, was opmerkelijk, want de Enkhuizer kooplieden hadden nooit eerder een Oost-Indische vloot uitgerust. Zij waren echter wel geweldig rijk, dankzij de haringvangst. Na Amsterdam en Zeeland investeerde Enkhuizen met 540.000 gulden het hoogste bedrag in de nieuwe compagnie.
Na de oprichting van de VOC werd de Kamer Enkhuizen in de Engelse Toren gehuisvest. Deze toren lag iets ten oosten van de Drommedaris en maakte deel uit van een oude vestingwal ter bescherming van de binnenhaven. De toren is in 1829 gesloopt en alleen nog bekend van oude tekeningen.
In 1630 kreeg de Kamer Enkhuizen een eigen gebouw aan de Wierdijk. Voor de nieuwbouw was goedkeuring nodig van de Heren XVII, omdat alle zes Kamers de kosten deelden.

Oostindisch Huis

De nieuwbouw, later bekend als het Oostindisch Huis, kwam ten zuiden van de Oost-Indische werf te liggen. Het kreeg een fraaie gevel, trappartij en binnenplaats. In het gebouw bevonden zich enkele vergaderruimtes en kantoren, maar het was voor bijna negentig procent pakhuis.
Na een aantal jaren ontstond er ruimtegebrek en in 1682 werd het Peperhuis aangekocht. Dat pand dateerde uit 1625 en was gebouwd in opdracht van haringkoper, bierbrouwer en reder Pieter van Berensteyn. De voorzijde aan de Wierdijk fungeerde als zijn woonhuis en kantoor, de achterzijde aan de kade van de Oosterhaven diende als pakhuis.

Gezicht op de achterzijde van het Peperhuis vanaf de Compagniesbrug in de zomer van 2009. Aan het eind van de straat het Staverse poortje. ( Foto TM)

Het Peperhuis zou in de VOC-tijd niet alleen als eenvoudige opslagplaats dienst doen. Er werkten tientallen personeelsleden die zorg droegen voor het sorteren, wegen en klaarmaken van koloniale producten voor de veilingen.
In 1714 was de groei er nog niet uit, want in dat jaar kreeg de Kamer Enkhuizen toestemming om aan de Wierdijk een nieuw pakhuis te bouwen. Vermoedelijk heeft het tussen het Oostindisch Huis en de VOC-werf aan de Wierdijk gestaan. Over het uiterlijk en de geschiedenis van dat gebouw zijn verder geen gegevens bekend.

Verdwenen monumenten

Van alle genoemde VOC-gebouwen bleef alleen het Peperhuis bewaard. Na de opheffing van de VOC heeft het verschillende bestemmingen gekregen en nu maakt het deel uit van het Zuiderzeemuseum. Het Oostindisch Huis werd omstreeks 1803 nog gerenoveerd om dienst te doen als opleidingsinstituut voor jonge vondelingen die opgeleid werden tot de zeedienst, maar het fraaie pand ging in 1816 in vlammen op.
Daarmee is de gevelsteen aan de Kade eigenlijk het enige oorspronkelijke bouwelement van de VOC dat nog in het straatbeeld is te zien. In dit licht lijkt het iets overmoedig dat de gemeente Enkhuizen zich bij binnenkomst als VOC-stad afficheert.


Het binnenplein van het Peperhuis. De galerij met het pannendak verbindt het woonhuis aan de Wierdijk met de achtergelegen pakhuizen aan de Kade. Tegenwoordig maakt het Peperhuis onderdeel uit van het Zuiderzeemuseum en biedt het onder meer onderdak aan het museumrestaurant. (Foto TM)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.