Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1935 » Pagina 16-19

Jaarverslag

Eerder verschenen in West-Friesland's Oud en Nieuw, 9e bundel, pagina 16-19.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1935.
Auteur: K. Ruijterman.

Uit het jaarverslag van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland 1933-'34.

Aan het jaarverslag, uitgebracht op de algemeene vergadering van 25 Juli 1934 in het Wapen van Medemblik te Medemblik, ontleenen wij het volgende:
Het aantal beschermers bedraagt 10, dat der gewone leden 322, alzoo tezamen 332. Vergeleken bij het vorige jaar geeft dit een teruggang van 3 leden. Door overlijden moesten wij 9 leden verliezen, terwijl door bedanken, bijna altijd wegens de tijdsomstandigheden, een aantal leden ons moesten verlaten. Gelukkig, dat zich weer steeds nieuwe leden bij ons komen aansluiten, zoodat het ledental niet noemenswaard achteruit gaat.

Wat de werkzaamheden betreft kunnen wij het volgende melden:
Het Genootschap besloot het werk van ons lid, den heer J. Brander te Vlissingen, over het eiland Jan Mayen uit te geven ter gelegenheid van de 300-jarige herdenking van de bekende overwintering.
In dit werk vindt men een uitvoerige beschrijving van het eiland uit aardrijkskundig en geschiedkundig oogpunt, terwijl het echte journaal van de Overwintering daarin is opgenomen. Dit is van te meer belang, omdat er vervalschte uitgaven van dit journaal zijn uitgegeven. Het is de bedoeling, dat ieder lid een gratis exemplaar zal worden toegezonden. Wij brengen hierbij een woord van dank en hulde aan den schrijver, den heer J. Brander te Vlissingen, die sinds de oprichting van ons Genootschap zooveel studie en moeite zich heeft getroost, eerst voor het plaatsen van den Gedenksteen op de plaats, waar het achttal Westfriezen in den barren winter is omgekomen en nu door het samenstellen van dit werk.

In samenwerking met den Bond van Dillettant-Tooneelvereenigingen in West-Friesland heeft het Genootschap een Tooneelwedstrijd uitgeschreven, waarbij de bekroonde stukken van onze laatste prijsvraag voor tooneelstukken uit het Westfriesche leven konden worden opgevoerd. Als juryleden werden aangewezen: Mevr. Wegener Sleeswijk-Van Balen Blanken, de heer D. Jorritsma te Bovenkarspel en de heer M. Janssen te Oosthuizen.
Door de Kamers Justus van Maurik te Grootebroek en Gezelligheid te Oosthuizen werd opgevoerd: „Een lach en een traan” van dr. Van Balen Blanken en door de Kamers Eensgezindheid te de Gouw gem. Hoogwoud, De Drie Leliën te Twisk en De Eendracht te Hauwert: „Z'n dag was kommen” van Fr. Groot en A. Groot-Hagenaar
Er bestond veel belangstelling voor deze uitvoeringen, zoodat de deelnemende vereenigingen steeds voor volle zalen mochten optreden.
Het Genootschap heeft voor dezen wedstrijd een bedrag van ƒ 200.- beschikbaar gesteld.

Door de bemoeiïngen van de Commissie voor Landelijk Schoon is het gelukt het Polderhuis te Andijk, genaamd „de Tent”, dat door het Hoogheemraadschap H. N. Kw. buiten gebruik was gesteld, een nieuwe bestemming te geven. Het is verkocht aan de Nederlandsche Jeugd-Herberg Centrale onder voorwaarde, dat er geen veranderingen aan het Gebouw zullen worden aangebracht dan na goedkeuring van ons Genootschap. De mooie gedenksteen bij den ingang en de schouw met familiewapens in de vergaderzaal blijven dus behouden ter plaatse. Het Hoogheemraadschap had deze reeds aan de Provincie aangeboden, doch nu het gebouw behouden blijft, wilden Ged. Staten er gaarne toe medewerken, dat ze bleven, waar ze behoorden. Er is dezen zomer reeds een druk gebruik gemaakt van „de Tent” als jeugd-herberg.

Met genoegen willen wij vermelden, dat ons bestuurslid mr. J. Belonje, advocaat en procureur te Alkmaar, dit jaar gepromoveerd is tot dr. in de rechtsgeleerdheid op het proefschrift „De Zijpe- en de Haze-polder”, waarvan ons archief en de bestuursleden een exemplaar mochten ontvangen.

Door den heer D. de Leeuw, leeraar M. O. teekenen te Amersfoort, is een mooie sluitzegel voor ons Genootschap ontworpen, die een dansende boer en boerin in ouderwetsch costuum voorstelt.
Aan de opdracht om een kaart van West-Friesland voor onzen bundel te teekenen, hebben wij tot onzen spijt nog niet kunnen voldoen. Wij hopen mettertijd daarin te kunnen slagen.

Gelukkiger waren wij met de Westfriesche vlag. Daar er leden waren, die bedenkingen hadden geopperd tegen het voeren van een Westfriesche vlag, hebben wij besloten de Nederlandsche vlag te nemen met het wapen van West-Friesland in den bovenhoek. Dit wapen is geteekend door ons bestuurslid, den heer J. C. Kerkmeyer en de verdere uitvoering is aan onzen archivaris, den heer D. Brouwer opgedragen. En zoo hebben wij een prachtige vlag gekregen, die voor het eerst tijdens den Westfriezendag wapperde van het Wapen van Medemblik.
Verder zouden wij wenschen, dat wij kleine vlaggetjes zouden hebben, die voor auto's, rijwielen etc. zouden kunnen dienen en voor een klein bedrag aan onze leden konden worden uitgereikt.

Toen het Genootschap in 1931 te Medemblik vergaderde, ontvingen wij het verzoek, daar in 1934 weer bijeen te willen komen, omdat men zich voorstelde in dat jaar het 1600 jarig bestaan der stad te herdenken. Aan dit verzoek hebben wij voldaan, zoodat wij nu voor de derde maal in Radboud's veste bijeen zijn. Van de feestelijke herdenking is evenwel niets gekomen, vooral ook, omdat het geschiedkundig geenszins vaststaat, dat Medemblik in het jaar 334 reeds bestond.
In verband hiermee willen wij er aan herinneren, dat er in de Medemblikker Courant een serie artikelen zijn verschenen over de geschiedenis der stad, die zeer de aandacht hebben getrokken en waard zijn om in onzen bundel te worden opgenomen of om afzonderlijk te worden uitgegeven.

Ons Genootschap staat op goeden voet met de radio. Zoo treedt ons medelid, mej. M. Bierman als Maartje van West-Friesland geregeld op voor de A. V. R. O. en wel op Koninginnedag en draagt dan haar Westfriesche schetsen voor.
Onze voorzitter hield voor de V. P. R. O. een lezing over de folklore van West-Friesland, die algemeen in den smaak viel.
De Phohi heeft dit jaar voor haar uitzendingen naar Indië en de West een 11 provinciëntocht ondernomen en in Maart was Noord-Holland aan de beurt. In overleg met ons Genootschap werd een Westfriesch programma opgesteld, waarbij de heer H. Visser te Bloemendaal een van zijn schetsn uit „Ommenebai Skage” voordroeg en Jasper en Meraike, de heer en mevr. F. Groot te Oudkarspel o.a. een aantal Westfriesche liedjes zongen, begeleid door den heer Van Meurs te Hoorn met de harmonica. Daarna werd de uitzending op platen naar de West uitgezonden. Wij vernamen, dat deze uitzending goed is overgekomen en door de luisteraars op prijs werd gesteld.
Daarna zijn Jasper en Meraike een paar malen voor de V. A. R. A. opgetreden met een Westfriesch programma.

Onze bundel is dit jaar een lijvig boek geworden en bevat ook heel wat mooie photo's. Wij brengen de redactie en de inzenders hiervoor een woord van dank en wij hopen, dat wij zoo zullen kunnen doorgaan. Het blijkt ons telkens, dat de leden en ook velen buiten ons Genootschap dit werk op prijs stellen. Moest al dit werk betaald worden, dan zou dit boven onze krachten gaan en daarom hopen wij bij voortduring op de medewerking van onze leden te mogen rekenen. Ook nu nog bedragen de kosten heel wat.

De heer M. Zwaagdijk te 's Gravenhage is met zijn werk over de kinderfolklore gereed gekomen. Het werk is door deskundigen gunstig beoordeeld.
De uitgave brengt echter heel veel kosten met zich mede, doch wij hopen ten zeerste, dat dit wetenschappelijk werk het licht mag zien.

Wij bewaren de meest aangename herinneringen aan onze vergadering te Alkmaar. Bij de officiëele ontvangst op het stadhuis wedijverden onze voorzitter en burgemeester Wendelaar met elkander in welsprekendheid. Daarna volgde een rondgang door het stadhuis onder leiding van den burgemeester en een bezoek aan het Stedelijk Museum, waar wij werden ontvangen door den archivaris, den heer Dresch en zijn assistent den heer Wortel.
De lezing van dr. Braat over de vondsten in de Wieringermeer aan de hand van tal van lichtbeelden werd door velen met belangstelling gevolgd.
Ook werd een bezoek gebracht aan de Groote Kerk, waar tijdens ons bezoek het orgel speelde. Dit grootsche kerkgebouw is nu gedeeltelijk gerestaureerd, doch het koor moet nog onderhanden worden genomen.
Tot slot hadden wij een diner in de Unie, waarbij velen aanzaten en dat lang duurde. Er werd weer gesproken en gezongen, zooals wij dat ieder jaar doen en daarbij waren er vele attracties, zooals het optreden van de gebr. Groot in het Westfriesch, evenals van mej. Ma Bierman. De heer Evert Smit van Koog a. d. Zaan vertoonde een film met de Zaansche kleederdrachten en volksdansen. Wij hebben in Alkmaar een mooien dag gehad.

Uit de rekening en verantwoording van den penningmeester blijkt, dat de ontvangsten met het batig saldo bedroegen ƒ 1774.911;2, de uitgaven ƒ 1043.67, zoodat het voordeelig slot op 31 Dec. 1933 bedroeg ƒ 731.24½.
In het Claes Barendsfonds was op 1 Jan. 1934 een bedrag aanwezig van ƒ 596.

K. Ruijterman,
Secretaris-penningmeester.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.