Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Archivering » WFON » 1971 » Pagina 15-18

Jo Daan: Dialect is tot verdwijnen gedoemd

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 38e bundel, pagina 15-18.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1971.
Auteur: Volkert J. Nobel.

Volkert J. Nobel

Mevrouw doctor Jo Daan: hoofd afdeling dialectologie van de 'Dialectencommissie', welke met de afdelingen 'Naamkunde' en 'Volkskunde' ressorteert onder de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen. Zij ontvangt mij in haar hoogwandige werkkamer in het pand aan de Amsterdamse Keizersgracht, waarin deze afdelingen zijn gehuisvest. Een ruime werkkamer; opgesierd met enkele planten. Aan de wand een paar moderne kleurrijke schilderijen, alsmede enige landkaarten.

Vorig jaar trad zij af als voorzitster van de redactiecommissie van onze jaarlijkse bundel. Onder het motto: er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. De tijd van gaan achtte zij gekomen. 'Ik heb me, als Amsterdamse, eigenlijk altijd een beetje een vreemde eend in die Westfriese bijt gevoeld, maar het zijn toch wel bijzonder plezierige jaren geweest'. Mevrouw Daan (haar wieg stond in de Zaanstreek, als tweejarige verhuisde zij met haar ouders naar Amsterdam, er waren bepaalde familiebanden met het platteland maar de hoofdstad is zij haar verdere leven trouw gebleven) voelt zich een Amsterdamse, maar via haar vak – het beoefenen van de dialectologie – heeft zij toch wel kans gezien zich in de gedachten- en leefwereld van de plattelander (dus óók van de Westfries ) te verplaatsen. 'Ik heb het echter altijd een wat merkwaardig feit gevonden dat ik, als niet-Westfriezin, voorzitster was van de redactiecommissie van de jaarlijkse bundel van het historisch genootschap 'Oud West-Friesland'. Maar goed: dat is nu geweest. We hebben in die jaren goede bundels gemaakt en ik bewaar aan die periode in ieder geval louter fijne herinneringen'.

Mevrouw Daan wil tegenover mij allereerst een misverstand opruimen, dat volgens haar door sommige lieden hardnekkig – maar ten onrechte – levend wordt gehouden. 'Ik sta hier en daar te boek als de kampioene-voorvechtster voor het instandhouden van het dialect. Nou, vergeet u dat maar rustig. Neem nu het Westfries. Wanneer we twee generaties verder zijn, zijn degenen die het dialect nog kunnen spreken vermoedelijk op de vingers van beide handen te tellen. De taal is een levend iets. Het platteland is uit zijn isolement gehaald. Het wordt het woongebied van tal van stedelingen. Een steeds groter deel van de plattelandsjeugd volgt vervolgonderwijs, komt daardoor met kinderen uit andere – stedelijke – milieus in aanraking en spreekt gewoon de taal die wij algemeen beschaafd Nederlands noemen. Wat niet wegneemt, dat er nuances in taalverschil tussen de verschillende milieus zullen blijven bestaan. Zo zullen Westfriezen iets 'zangerig' blijven spreken, de Limburger zal herkenbaar blijven aan de 'zachte g', maar het aantal mensen dat het echte dialect spreekt zal snel afnemen. Daarom vooral is het zo nuttig – en ook nodig – dat de diverse dialecten in ons taalgebied thans in spreek- maar ook in schrijftaal worden bestudeerd en vastgelegd. Het kan nu nog. Wanneer we een paar generaties verder zijn kan het niet meer. Je kunt de tegenwoordige tijd niet bestuderen zonder de geschiedenis te kennen. In het verleden ligt het heden, in het nu wat komen zal. Dat is óók het geval met de taal. Taalstudie is onmogelijk zonder de taalhistorie te kennen en onder die taalhistorie ressorteren óók de diverse dialecten'.

Streektaalverschillen zijn voorts oorzaak van nuances in het hedendaagse (algemeen beschaafd) Nederlandse taalgebruik. Ze bestaan; ze zijn aan'hoor'baar. Mevrouw Daan heeft zich eveneens tot taak gesteld voor het bestaan hiervan begrip te kweken bij al degenen, die zich met de Nederlandse taal op een of andere wijze actief bezig houden. Zoals zij steeds scherp ageert tegen sociale waarderingsverschillen op grond van taalverschil. De praktijk leert namelijk dat het dialect óók nog een sociale functie vervult. In negatieve zin wel te verstaan. De hieruit voortkomende taalmoeilijkheden van het jonge kind op de lagere school, van de tiener bij het voortgezet onderwijs hebben eveneens haar warme belangstelling. Mevrouw Daan studeerde in 1936 af. Als studierichting had zij taalkunde gekozen. 'Omdat dat onderwerp mijn interesse had'. In 1936 woedde de Grote Crisis evenwel nog in volle hevigheid, de baantjes lagen bepaald niet voor het opscheppen en zij kwam moeilijk aan de slag. Zij vond tenslotte een onderdak bij de 'Dialectencommissie' van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen, belandde als 'werkloze hoofdarbeidster' in de Wieringermeerpolder-in-opbouw en daarmee werd (naar later bleek) de basis gelegd voor haar studie-afronding. Na de oorlog promoveerde zij tot doctor in de Nederlandse taal- en letterkunde op een proefschrift, dat het Wieringer dialect tot onderwerp had.

De afdeling 'Dialectologie', waarvan mevrouw Daan hoofd is, legt de geschiedenis van de taal – èn van de diverse dialecten – vast: in geschrift en op geluidsbanden. Er is inmiddels al een heleboel vastgelegd. Tal van – wetenschappelijke – publicaties zijn reeds verschenen en de 'Taalatlas van Noord- en Zuid Nederland', waarin de geschiedenis per woord wordt opgenomen, wordt regelmatig dikker. Een boeiend boekwerk, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat het woord 'vinken' (voor kaantjes = uitgesmolten vet) alleen werd gebruikt in oostelijk West-Friesland en Waterland. In westelijk West-Friesland sprak men van 'koonders'. En het woord 'peet' (voor tante) kende men alleen in Noord-Holland inclusief Texel. In overig Nederland was het meuje, moeie of muije. In die 'Taalatlas' komt u ook verhandelingen tegen over bijvoorbeeld de woorden ponder, dars, loeven en teems. Voor de jongere generatie, woonachtig op het Westfriese platteland, nu al bijkans vreemde woorden. Mevrouw Daan: 'Het verdwijnen van de dialecten hebben we gewoon te aanvaarden. Het levend proberen te houden van een dialect krijgt iets krampachtigs'.

In 1969 verscheen van de hand van mevrouw Daan de 'Dialektatlas' van Noord-Holland. Een taalstudie, gevisiualiseerd met 150 kaarten. Vandaar dat het boekwerk is verpakt in een grote doos. Mevrouw Daan: 'Dat is een heel karwei geweest. Het is geen 'onverbiddelijke bestseller' geworden. Daar is de – wetenschappelijke inhoud dan ook niet naar. Maar de geschiedenis van de Noordhollandse dialecten ligt hierin in ieder geval vast'.

Mevrouw doctor Jo Daan, de Amsterdamse, heeft met het verrichten van dit karwei uiterst nuttig en waardevol werk gedaan. Zij heeft hiermee immers een stuk tot verdwijnen gedoemde taalgeschiedenis van Noord-Holland (dus óók van West-Friesland) veilig gesteld voor de toekomst. Daarbij – op haar plaats – handelend volgens de taakstelling van het historisch genootschap 'Oud West-Friesland'.
Immers: die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weert'. In dit opzicht heeft Jo Daan haar plicht gedaan.

Alkmaar, januari 1971


1. ɑsdǝ kɪpǝ ǝnspεrǝvǝr zin bmǝzǝ bɑŋ
2. mǝnvrɪnt ɪzbezǝg dǝ blu.mǝ tǝ bǝgi.tǝ
3. ʊp hedǝn spmǝzǝ alin nɑX ma:r mεt mǝsi.nǝs
4. spɪtǝn ɪsǝn sʋɪ:r ʋε.rǝk
5. ʊPdɑTskɪp kregǝ zǝ bǝskɪmǝlt brʊ.ǝt
6. dǝ tɪmǝrmɑn hεtǝn splɪntǝr nzǝn vɪŋǝr
7. dǝ skɪpǝr slɪktǝ zǝnlɪpǝ ɔ.f
8. ɪndi fǝbrik ɪs nɪks tǝ zi.n
9. kʊm jɑi hi:r mǝ kɪntjǝ
10. ge˕fʊns fi.r Xla.zǝ bi:r – ta˕pǝ
11. brεŋ ʊns tʋei kilo krikǝ (= onrijpe kersen of dobbelsteentjes kantkoek)
12. zǝεbǝ mεzǝnvɑivǝ dri litǝr ʋɑin ʊpsopǝn
13. hɑi drɑ.gdǝ mɑi mεtǝŋknʌpǝl;
14. khǝP zǝŋ kni zi.n
15. dɪkǝ dɪŋsdɑX vǝrt nitføl mɪ.r vi.rt
16. ɪgbεmblɑit dɑtɪk nit mεthʌli meiga.n bεn
17. ɪkhεpǝt nitde˕in vri.nt
18. ʋi hεtǝt ǝdein di dǝr ɑŋkʊmt
55. fa.lǝ vɪ:rzǝ si.ǝn ʋǝ nit føl ɪn dezǝ strek
56. stiǝnǝn pɔtǝ bɪnǝ ni føl ʋa.rt
57. hɑi sta.t bεidǝ ouvǝn – dǝhɪ:rt
58. ɪnma.rt ɪsǝt nɑX tǝ kɑut ʊmtǝ ka.tsǝ
59. dɪ kɪ:rs Xeft hεldr lɪ.Xt ni.t
60. hɑi trʊkεtpɪ:rt ɑnzǝnstɪ:rt
61. tu. kʋɑmǝ jʌli hi.r idǝr ja˔.r mε kεrǝmǝs
62. dǝ pa.tǝr zεi dɑt ʊnzǝ livǝ hɪ:r vʊl˧ma.kt ɪs
63. jǝ zɑgǝ mǝ wεl ma.rjǝ zεijǝ nɪks
64. dǝ sʋa.lywǝ di sεlǝ gɔuw tǝrʌX kʊmǝ(= vero. sʋa.fǝl˨tjǝs)
65. gajǝ vɑndaX nit ka.rtǝ
66. lʌstǝ zεijʊk gra.X keis
67. zǝmotǝr ɪstɪk (= vero. stomfits)
68. thεtǝn ʋɑrǝmǝ dɑ˕Xʋest εntɪzǝnzɑ˕Xtǝ eivǝnt
69. dɑtjʊŋǝtjǝ loupt ʊblʊ.ǝtǝ bi.nǝ
70. dǝr ɪzǝmbɑrst ɪndi
71. kʋɔu dɑtǝ pɔst ǝmbrif brɔXt
72. ɪkhεpɑin ɑmǝhɑrt

Dialectologie: een studie die onder meer beoogt de diverse dialecten die in ons land worden (resp. werden) gesproken vast te leggen in woord en geschrift. Hierboven vindt u een weergave in fonetisch schrift van de uitspraak zoals het Westfries in Berkhout werd gesproken. Met hieronder de vertaling.

1. As de kippe 'n sperrewer zien binne ze bang
2. M'n vrint is bezig de bloeme te begite
3. Op heden spinne ze allien nag maar met mesines
4. Spitten is 'n zweer werrek
5. Op dat skip krege ze beskimmeld brood
6. De timmerman het 'n splinter in z'n vinger
7. De skipper slikte z'n lippe of
8. In die febriek is niks te zien
9. Kom jij hier me kindje
10. Geef ons vier glaze bier – Tappe
11. Breng ons twee kilo krieke
12. Ze hebbe met z'n vijve drie liter wijn opzopen
13. Hij dreigde me met 'n knuppel
14. 'k Heb z'n knie zien
15. Dikke dinsdag wordt niet veul meer vierd
16. Ik ben blijd dat ik niet met hullie meegaan ben
17. Ik heb 't niet deen, vrind
18. Wie het 't edeen? Die deer ankomt
55. Vale veerze zien we niet veul in deze streek
56. Stiene potte benne niet veul waard
57. Hij staat bei de oven – de heerd
58. In maart is 't nag te koud om te kaatse
59. Die keers geeft helder licht, niet?
60. Hij trok 't peerd an z'n steert
61. Toe kwamme jullie hier ieder jaar met kerremis
62. De pater zei dat onze lieve heer volmaakt is
63. Je zagge me wel maar je zeie niks
64. De zwaluwe die zelle gauw terugkomme
65. Ga je vandaag niet kaarte?
66. Luste zij ok graag keis?
67. Z'n moter is stik (verouderd: stoomfiets)
68. 't Het 'n warreme dag weest en 't is 'n zachte evend
69. Dat jongetje loopt op blote biene
70. D'r is 'n barst in die kan
71. 'k Wou dat de post 'n brief brocht
72. Ik heb pijn an me hart

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.