Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Archivering » WFON » 1999 » Pagina 26-34

West-Friesland in WO II: Wijdenes als eerste bezet

Eerder verschenen in West-Friesland Oud & Nieuw, 66e bundel, pagina 26-34.
Uitgave: Westfries Genootschap, 1999.
Auteur: Volkert J. Nobel.

Volkert J. Nobel

Vrijdagochtend, de 10de mei 1940. 's Morgens even na vier uur. Vliegtuiggebrom boven West-Friesland. In het noordwesten en in het westen klinken luchtafweergeschut en het gedreun van exploderende bommen. Duitse troepen zijn ons land binnen getrokken. De Luftwaffe valt de militaire vliegvelden De Kooy (bij Den Helder) en Bergen aan. Nederland is bij de Tweede Wereldoorlog betrokken.

Voor West-Friesland komt er pas na vijf jaar een einde aan deze oorlogsperiode, wanneer op de 5de mei 1945, 's middags om half vijf, in hotel De Wereld in Wageningen de Duitse troepen, die in de drie westelijke provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht) zijn ingesloten, zich officieel aan de geallieerden overgeven. Het begint in West-Friesland met hoog overvliegende Duitse vliegtuigen die bommen gooien. Het eindigt met Amerikaanse bommenwerpers, die tijdens de operatie ‘Manna’laag over West-Friesland vliegen en op enkele plaatsen, onder meer bij Hoorn, voedsel droppen.
De Tweede Wereldoorlog in West-Friesland. Dat is het beeld van honderden Amerikaanse bommenwerpers, die – een wolkendek van witte condens strepen achter zich aan trekkend – overdag van west naar oost overvliegen, om enkele uren later van oost naar west terug te vliegen. Dat is het nimmer uit de herinnering vervagende monotone gedreun van de motoren van de honderden Britse bommenwerpers, die in de nachtelijke uren diezelfde vlucht maken. West-Friesland beleeft de Tweede Wereldoorlog bovenal als een luchtoorlog.

Amerikaanse viermotorige bommenwerpers boven West-Friesland: een monotoon dreunend gebrom en brede witte condenswolken achter zich aan trekkend. Deze foto toont tevens de Ned. herv. kerk van Nieuwe Niedorp. In dubbele zin een historische foto, want ook het kerkgebouw is er niet meer. De toren staat er nog wel. (Foto Jan de Groot, Oorlogsmuseum West-Friesland, Midwoud)

In het voorjaar van 1922 raakt Hoorn garnizoensstad af. Het 21e regiment infanterie verhuist naar Amersfoort. Het kazernecomplex aan de Veemarkt komt leeg te staan. Binnen de Omringdijk zijn geen Nederlandse militairen meer gelegerd. Wanneer op 29 augustus 1939 de mobilisatie wordt afgekondigd – drie dagen later valt het Duitse leger Polen binnen en weer twee dagen later begint in feite de Tweede Wereldoorlog – keren Nederlandse militairen terug in West-Friesland. In Hoorn wordt het 19e Depot Bataljon van IV Depot Infanterie gelegerd, in Enkhuizen het 8e Depot Bataljon en in Medemblik het lle. In Enkhuizen wordt voorts het hoofdkwartier gehuisvest van schout bij nacht Ewoud Adrianus Vreede, de commandant van het inderhaast gevormde IJsselmeer-flottielje van de Koninklijke Marine. Dit flottielje moet een eventuele landing van Duitse troepen in West-Friesland verhinderen.
Tegen de avond van de 12e mei (Eerste Pinksterdag) dringen de eerste eenheden van de Duitse 1e cavalerie-divisie onder bevel van generaal-majoor Kurt Feldt door tot de (Friese) kop van de Afsluitdijk. Verder komen zij echter niet. De Nederlandse soldaten in de stelling Kornwerderzand houden stand. Noord-Holland blijft langs deze weg voor deze Duitse troepen – het laatste onderdeel van de Wehrmacht met eskadrons te paard – onbereikbaar.

De eerste doden

Inmiddels wordt dezelfde dag, 's middags omstreeks half vier, de bijna dertig jaar oude kanonneerboot Friso van het IJsselmeer-flottielje halverwege Stavoren-Enkhuizen door vier Stuka's aangevallen. Het schip raakt daardoor zwaar beschadigd en zinkt nadien. Het krijgt het genadeschot van de mijnenveger Pieter Florisz. Drie opvarenden komen om het leven: sneuvelen in het gevecht bij het verdedigen van West-Friesland. Diezelfde avond meren drie Engelse motortorpedoboten af in de haven van Enkhuizen, maar zij maken meteen rechtsomkeert en via het Noordzeekanaal ontsnappen zij nog net.

Invasie in West-Friesland

In een poging om de eer van zijn voor Kornwerderzand gestrande divisie te redden, geeft generaal-majoor Feldt het bevel om een al uitgewerkt reserveplan te activeren: een invasie op de Westfriese kust, inclusief het vormen van een bruggehoofd voor een verdere aanval op de Vesting Holland. Zowel in de haven van Stavoren als in die van Lemmer worden daartoe op de 14e mei schepen in gereedheid gebracht en de voor het merendeel uit Oost Pruisen afkomstige cavaleristen moeten opeens het water op!
Dinsdagmiddag 14 mei, om 16.50 uur, geeft generaal H.G. Winkelman, de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, het bevel aan de in de Vesting Holland ingesloten troepen het vuren te staken. Een bevel, dat vooral in de stelling Kornwerderzand hard aan komt.
De capitulatie is een feit, maar op de winderige ochtend van woensdag 15 mei verlaten vier boten met Duitse militairen de haven van Lemmer. Een van de boten belandt op een strekdam en twee Duitse soldaten verdrinken. De andere drie bereiken de overkant van het IJsselmeer. Dat gebeurt bij het haventje van Wijdenes. Ooggetuige Jan Beets, in de jaren tachtig (vrijwillig) havenmeester van dat in ere herstelde haventje: ‘In de namiddag, omstreeks half vijf, kwamen zij aan land. Een man of veertig. Ze stapten uit rubberboten. De nacht hebben zij doorgebracht in de lagere school, bij de kerk. In het dorp hebben zij fietsen geroofd, waarop zij de volgende dag over de Omringdijk in de richting Schellinkhout / Hoorn zijn weg gereden’'.

De eerste crash

De tegen de Ned. hervormde kerk van Wijdenes aangebouwde openbare lagere school bood in de nacht van 15 op 16 mei 1940 al onderdak aan Duitse militairen. Deze foto toont de situatie omstreeks 1923. (Foto: AWG)

In de vroege ochtend van de 10de mei 1940 is ook Schiphol doelwit van Duitse bommenwerpers. Wanneer de eerste bommen vallen is sergeant-vlieger H.B. Bulten van de 2e JaVA met zijn Fokker D 21-jager al in de lucht. Hij gaat het gevecht met de Duitse indringers aan. Zijn toestel wordt getroffen, hij zelf raakt daarbij licht gewond en Bulten besluit tot het maken van een noodlanding. Omstreeks kwart over vijf zet hij zijn D 21 in een weiland van Hannes Wiering in Zwaagdijk-Oost aan de grond. Veldwachter Bos van Nibbixwoud brengt de licht gewonde vlieger naar een ziekenhuis in Hoorn. Voor sergeant-vlieger Bulten is de oorlog voorbij. Zijn toestel is het eerste dat in de periode mei 1940 - mei 1945 in West-Friesland, binnen de Omringdijk, een einde vindt.
Het laatste is ook een jager: een Spitfire van het 317e (Poolse) Wilenski Squadron van de RAF. Bij een aanval op een boot van de Kriegsmarine nabij Kolhorn, op 12 april 1945, wordt het toestel van sergeant-vlieger Jozef Pretkowsky geraakt door afweervuur. Een noodlanding, gemaakt op een stuk bouwland van Piet Kistemaker in Abbekerk, mislukt. De piloot komt om het leven.
Tussen 10 mei 1940 en 12 april 1945 hebben ongeveer veertig vliegtuigen hun einde gevonden in het door de Omringdijk omsloten gedeelte van Noord-Holland: in West-Friesland. Merendeels bommenwerpers van de Britse en de Amerikaanse luchtmacht. Bijna tweehonderd bemanningsleden komen daarbij om het leven.

Het vliegveld Bergen

De luchtoorlog die gedurende de eerste jaren in de nachtelijke uren boven duister West-Friesland wordt uitgevochten, wordt voor het merendeel gevoed vanaf het vliegveld Bergen: satelliet van het vliegveld Leeuwarden, de thuisbasis van het Nacht Jagdgeschwader (NJG) I van de Luftwaffe. In november 1940 arriveren de eerste vier nachtjagers (Me 11O's) op Bergen. Maar dan heeft de eerste RAF-bommenwerper, een Bristol Blenheim van het 82e squadron, zijn einde al in West-Friesland gevonden. In de late avond van 2 juli 1940 stort het neer in een weiland van Piet de Boer in Veenhuizen.
De drie bemanningsleden vinden een laatste rustplaats op het kleine kerkhof achter het in 1965 herbouwde kerkje.
Het eerste toestel dat boven West-Friesland wordt neergehaald door een op Bergen gestationeerde nachtjager, is een Vickers Wellington van het 115e squadron, die in de nacht van 16 op 17 november 1940 zijn einde vindt bij Winkel. De zeskoppige bemanning komt om het leven. Het is de eerste overwinning van de op 14 juli 1918 in Salzburg (Oostenrijk) geboren Prinz Egmont zur Lippe Weissenfeld: als Oblt.-vlieger bij de Luftwaffe de eerste commandant van Bergen. Hij zal dat blijven tot 1 augustus 1941. Hij heeft 51 overwinningen op zijn conto staan wanneer hij zich op 12 maart 1944 in de Belgische Ardennen, nabij St. Hubert, tegen een heuvel te pletter vliegt.


De restanten van één van de geallieerde bommenwerpers, die in West-Friesland zijn einde vond. Het is de Wellington R 1326 van het 218e squadron, die op 12 maart 1941, 's avonds om kwart voor tien, op de heenweg naar Bremen door Feldwebel Rasper van de vliegbasis Bergen werd onderschept toen het de radarsector Hering binnen vloog. Het toestel kwam neer in de Gouwesloot. Van de zeskoppige bemanning kwamen er vier om het leven. Op de achtergrond Opperdoes, waarvan de bebouwing van het Oosteinde dan nog eindigt bij de zuurkoolfabriek van de firma Rustenburg. (Foto Jan de Groot, Oorlogsmuseum West-Friesland, Midwoud)

Op 15 maart 1944 wordt Bergen door de Luftwaffe ontruimd en op zaterdag 10 juni 1944 wordt het vliegveld onbruikbaar gemaakt.
In de periode waarin Bergen operationeel is, wordt nauw samengewerkt met het radarstation Hering, dat ten westen van Medemblik aan de voet van de Omringdijk in de Wieringermeer is gebouwd. Op de plaats, waar in de jaren zeventig de vuilstort wordt ingericht.
Een nachtelijk luchtgevecht. Monotoon gebrom van de bommenwerpers. Dan plotseling het jankende geluid van een nachtjager en het gerettetetet van boordkanonnen. Bij helder weer: speuren naar de hemel.
Dan – soms – een bewegende ster: een brandend vliegtuig! Vervolgens een vallende ster, eindigend in een roze gloed, zich aftekenend tegen de nachtelijke horizon.


Vrijdag 7 juli 1944.Een stralende zomerdag. 's Morgens om half acht vliegen al een paar honderd Amerikaanse bommenwerpers in oostelijke richting over West-Friesland. Boven Hoorn komen twee B-17's met elkaar in botsing: de ene van het 570e, de andere van het 571e squadron.In vele brokstukken komen de toestellen naar beneden. Van de 20 bemanningsleden van de twee Vliegende Forten vinden er 14 de dood. Zes redden zich per parachute. Vijf worden krijgsgevangen gemaakt. De zesde, sgt. Arthur F. Brown, zijluikschuttter van de B-17 waarvan het staartstuk neerstort op het garagepad naast de woning van de fam. Sleutel aan de Westersingel in Hoorn, ontsnapt. Via Venhuizen en Alkmaar belandt Arthur Brown in de Schermer. Hij neemt actief deel aan verzetsactiviteiten en overleeft ook de Slag bij Rustenburg!
Uit de twee in de lucht ontplofte vliegtuigen vallen eveneens bommen naar beneden. Aan de Drieboomlaan worden vijf huizen verwoest. Hierbij valt één dode te betreuren. Aan de Merensstraat worden drie huizen onbewoonbaar. Verdere schade wordt, wonder boven wonder, niet aangericht. De foto toont de verwoesting in de Merensstraat; een straat die toen nog eindigde tegen een damhek van een weiland.

De Amerikanen komen

Op 27 januari 1943 vliegen viermotorige bommenwerpers van de Amerikaanse luchtmacht – B 17 Vliegend Fort en B 24 Liberator – hun eerste raid op Duitsland. Met honderden tegelijk trekken zij – heen en terug – ook over West-Friesland. Op heldere dagen verdwijnt de zon regelmatig achter bundels condensstrepen, die complete wolken vormen.

Op 28 augustus 1967 ging de boerderij Oliver aan de Zwaagdijk in vlammen op. Hooibroei. Arie Galis: ‘Voor de brandweermannen was het nog link werk. In allerlei hoeken en gaten bleek nog wat munitie te zijn achter gebleuen. Het knalde dat het een lieue lust was, maar er zijn gelukkig geen ongelukken gebeurd’. Pas na de brand ontdekte Arie dat er van de oude boerderij geen enkele foto bestond. Joop Leeuw uit Zwaag, die deel uitmaakte uan de vaste ploeg medewerkers op dit droppingveld, had – op schaal – een maquette van de boerderij gemaakt. Daar resteert deze foto van. Want de maquette is ook verloren gegaan.

Boven West-Friesland komen luchtgevechten overdag zelden voor. Toch vinden ook Amerikaanse bommenwerpers hun einde binnen de Omringdijk. Sommige toestellen, beschadigd boven het doelgebied, verongelukken op de terugweg. De viermotorige Liberator 44-49972 van het 733e Bomb Squadron daarentegen krijgt zaterdagochtend 31 maart 1945 op de heenweg te maken met een brandende motor. De bemanning springt er uit en het toestel slaat te pletter op het land van veehouder/bollenkweker Jan Kamp aan de Zoutkaag bij Lutjewinkel. Het is de laatste bommenwerper die in West-Friesland zijn einde vindt.

Droppingvelden

In de loop van 1944 krijgt het verzet, pas op 3 september 1944 officieel geformeerd met prins Bernhard als opperbevelhebber, steeds meer behoefte aan wapens. Er moeten terreinen worden gezocht – en ingericht – waar in de nachtelijke uren geallieerde vliegtuigen wapens kunnen droppen. In West-Friesland zijn er zes operationeel geweest: Mandrill, achter de boerderij van Jan Schipper aan de Grote Zomerdijk bij Wadway; Oliver achter de boerderij van Arie Galis aan de Zwaagdijk; Sally achter de boerderij van Willem Kollis in Wijdenes; Lalou achter de boerderij van Jan Rezelman in Venhuizen; Martini op een weiland van Simon Grootes in de Wogmeer en Winnipeg in Zuid Spierdijk. Coördinator van de activiteiten rond al deze terreinen is De Cat: Hildebrandus Nicolaas Schipper, die op 15 december 1981 op 64-jarige leeftijd in zijn woonplaats Spanbroek overlijdt.
Op Mandril zijn twaalf droppings afgewerkt, op Oliver acht, op Sally zes en op Lalou drie. Martini en Winnipeg zijn elk slechts één keer gebruikt.

Primeur op Mandrill

‘Hier was het, aan de kant van dit slootje’. Op 9 september 1985 keert Bram (ir. Pieter de Vos, gepensioneerd directeur van Philips Data Systems in Apeldoorn) terug naar Mandrill: 41 jaar na zijn eerste kennismaking met dat stukje grond. Jan Schippers zoon Hil (toen 18) wijst hem de plek. ‘Ik was wel effies zenuwachtig, want je had een pistool in je hand’.

In de vroege ochtend uren van 9 september 1944 wordt de eerste dropping uitgevoerd op Mandrill. Behalve een aantal containers met wapens en bijbehorende munitie – totaal gewicht 3000 kg. – komen er ook twee geheim agenten in dienst van het in Londen gevestigde Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) naar beneden: Tobias Biallosterski (Hans) en Pieter de Vos (Bram). Bram overleeft en beëindigt zijn arbeidzaam leven als directeur van Philips Data Systems in Apeldoorn. Hans wordt op 9 februari 1945 in Wognum gearresteerd, wanneer Landwachters een vrachtauto van zuivelfabriek ‘Aurora’ in Opmeer aanhouden waarmee voedsel naar Amsterdam wordt gebracht. Hans rijdt mee als passagier. Zijn (valse) papieren zijn in orde. De Engelse vliegerlaarzen die hij draagt verraden hem! Hij wordt overgebracht naar het gemeentehuis van Obdam. Een poging van leden van de KP-ploeg van Spanbroek (C3) om hem te bevrijden mislukt. Bij de hierop volgende schietpartij wordt Hans zwaar gewond. In het Wilhelminagast-huis in Amsterdam wordt hij geopereerd en vervolgens overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen, waar hij op 25 februari overlijdt. Zijn stoffelijk overschot wordt gedumpt in een massagraf, waarin slachtoffers van het Britse bombardement op het Haagse Bezuidenhoutkwartier worden begraven. De Stirling-bommenwerper van het 138e Special Duties Squadron, die de dropping realiseerde, keert niet op zijn basis terug. De achtkoppige bemanning spoelt aan op de Texelse kust. Het toestel heeft vermoedelijk boven Den Helder een versperringsballon geraakt.

Op 15 april 1986 kreeg prins Bernhard, als oud-opperbevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten, in Den Haag het door Eddy de Roever geschreven boek ‘Zij sprongen bij maanlicht’ aangeboden: de geschiedenis van het Bureau Bijzonder Opdrachten (EBO) en de agenten, Londen 1944-1945. Rechts van de prins ir. Pieter de Vos, die als geheim agent Bram in de nacht van 8 op 9 september 1944 op het droppingveld Mandrill!, achter de boerderij van Jan Schipper aan de Grote Zomerdijk bij Wadway in bezet Nederland terug keerde en de bevrijding haalde. Links Jan Schipper, de terreincommandant van Mandrill, die voor deze speciale gelegenheid het hem uitgereikte Verzetskruis had opgespeld.

Slag bij Rustenburg

In de nacht van 10 op 11 oktober 1944 komt het in Rustenburg, bij de brug over de ringvaart van de Schermer, tot een gewapend treffen tussen de transportploeg Gewestelijke Stormtroepen, sectie 1 van de B.S., onder commando van Gerard Veldman, en een patrouille van de Landwacht. De transportploeg is op weg naar de Wogmeer om een zending wapens op te halen. Het toestel is boven het veld Martini gesignaleerd, maar vliegt onverrichter zake terug. De transportploeg is daarvan echter onkundig. Bij het gevecht sneuvelt Gerard Veldman. Een ander lid raakt zwaar gewond en wordt bij het ochtendkrieken door Duitse militairen in een rietschoot gevonden. Bij het verhoor valt de naam van hoeve ‘Houtlust’ van Piet de Boer aan de Zuidervaart in de Schermer. Bij de daarop volgende inval door de Grüne Polizei worden zes mannen vermoord. De boerderij wordt verbrand. Dokter H. Cohen, huisarts in Hensbroek en opgeroepen om hulp te verlenen, telde bij de brug in Rustenburg drie dode Landwachters.

Crash bij Lalou

In de nacht van 5 op 6 november 1944 kiest een Stirling van het 138e Special Duties Squadron, met als thuisbasis het vliegveld Tempsford, het donkere luchtruim. Einddoel: het afwerpterrein Lalou bij Venhuizen. De piloot vindt de lichten op het terrein. Maar er gaat iets mis. Het vliegtuig raakt de Omringdijk en stort zo'n driehonderd meter uit de kust in het IJsselmeer. Paniek. De crash moet geheim blijven. Er worden nog enkele containers geborgen. De zeskoppige bemanning komt om het leven.

Doelwit: Enkhuizen

Duizenden geallieerde vliegtuigen hebben in de jaren 1940-'45 tienduizenden tonnen brisant- en brandbommen over West-Friesland heen gevlogen. Maar slechts op één plaats binnen de Omringdijk is een gericht bombardement uitgevoerd: namelijk op Enkhuizen. En dat ook nog twee keer! Een Britse Blenheim-bommenwerper werpt op zondagmorgen 6 oktober 1940 zes bommen af boven de stad. Het eigenlijke doel: schepen in de haven. Enkele bommen komen terecht in de Oostertuinstraat en naaste omgeving. Resultaat: één dode, een aantal gewonden, enkele vernielde huizen en 86 panden, die schade hebben opgelopen. Totale materiële schade: ruim ƒ 15.000.-.
De tweede gerichte aanval volgt op donderdagmiddag 15 maart 1945. Twee jachtbommenwerpers van de RAF (waarschijnlijk Typhoons) zaaien dood en verderf in de omgeving Havenweg, Brugstraat en Paktuinen. De timmermanswerkplaats van de scheepswerf vliegt in brand. De Drommedaris raakt flink beschadigd. Maar het ergste: er zijn in totaal 23 doden te betreuren, waarbij zes kinderen onder de tien jaar.

Wim Kuiper: geboren (26 april 1918) en getogen in Enkhuizen. Aanvankelijk monteur. Nadien werkzaam bij Draka Polva. Op 6 oktober 1940 wordt hij in zijn ouderlijk huis (Krommestraat 4) getroffen door de bomscherven aan een arm en een been. Pas na 100 dagen kan hij gezond het ziekenhuis weer verlaten.
Donderdagmiddag 15 maart 1945 probeert hij, als monteur, in de Brugstraat de gasgenerator van een vrachtwagen aan de praat te krijgen, wanneer in de straat een bom ontploft. Een scherf treft zijn rug. Wim Kuiper belandt wederom in het ziekenhuis. Slachtoffer van beide bombardementen op Enkhuizen! ‘Ja, wel toevallig. Maar ik heb het kunnen navertellen’. (Foto Theo Groot)


Twee gerichte bomaanvallen. Dit betekent niet dat er elders in West-Friesland geen bommen zijn afgeworpen. Zeker wel. Meestal door bommenwerpers, die in de problemen zijn geraakt. Zo vallen er op een nacht in juni 1942 brandbommen in het complex van de veiling Bangert en Omstreken in Zwaag. Een deel gaat in vlammen op. Een brisantbom, die op de binnenplaats van de Krententuin in Hoorn terecht komt, richt schade aan aan het gebouw. In Tuitjenhorn wordt een woning door een brandbom geraakt en gaat in vlammen op. In Koedijk-Noord gaan zeven panden in vlammen op (zie 65e bundel-1998-, blz. 41 e.v.). Op 22 april 1945, kort voor de bevrijding, komt er nog een bom terecht vlak achter een woonhuis in het Westeinde van Berkhout, waarbij een jonge vrouw om het leven komt. Er zijn in West-Friesland geen grondgevechten geleverd. Maar helemaal ongeschonden is het gebied niet uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn gekomen.

Geraadpleegde literatuur
Jansen, Ab A.: ‘Sporen aan de hemel’, Kroniek van een luchtoorlog 1943-1945; drie delen, uitgave Hollandia BV.
Jansen, Ab A.: ‘Wespennest Leeuwarden’; drie delen, uitgave Hollandia BV.
De Roever, Eddy: ‘Zij sprongen bij maanlicht’, uitgave Hollandia BV.
De Roever, Eddy: ‘Londen roept Amsterdam’, uitgave Hollandia BV.
Van Baar, Jan e.a.: ‘Verzet in West-Friesland’; Uitgave Pirola.
Van der Starre, Frits: De vlieger Pretkowski, in verzamelband 1987 van de Stichting Historisch Abbekerk.
Nobel, Volkert J.: Jan Sinnige: als Jan de Vries twee jaar ondergronds in het Geestmerambacht, in 62e bundel WFON, (1995), blz. 94-118.
Van der Laan, drs. S.: De laatste garnizoenen in West-Friesland, in 52e bundel WFON (1985), blz.17-26.
Brongers, E.H.: Afsluitdijk 1940, uitgave Hollandia BV.
Noordhollands Dagblad; speciale uitgave 1940-1945, d.d. 30 april 1985.
Bakker, R.: Slag bij Rustenburg en drama van Houtlust 50 jaar geleden, in Noordhollands Dagblad, 8 okt. 1984.
Schilstra, Johan J.: Het drama van Rustenburg en ‘Houtlust’, eigen uitgave, 1976.
De Vries, P.J.: Bommen op Enkhuizen (6 oktober 1940), in Steevast 1989, uitgave van ‘Oud Enkhuizen’.
Postma, H.A.: Bommen op Enkhuizen (15 maart 1945), in Steevast 1995, uitgave van ‘Oud Enkhuizen’.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.