Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfries Genootschap » Nieuws » 2011

Toespraak Jaap de Wit bij presentatie jaarboek

Zoals U in de aankondiging hebt gehoord, is mijn naam Jaap de Wit en ik woon al veertig jaar in Schagen. Vandaag zijn we allemaal naar dit prachtige Schager boerderijmuseum gekomen voor de presentatie van het jaarboek van het Historisch Genootschap van West‑Friesland.

De heer Jaap de Wit.. De heer Jaap de Wit.

In het jaarboek heb ik een artikel geschreven, over het verdwijnen van boerderijen en daardoor de verarming van het platte land. Ik voel mij zeer vereerd, dat de keuze op dit museum is gevallen, naar aanleiding van mijn artikel. Deze locatie is uiteraard ook bijzonder toepasselijk, omdat mijn artikel over boerderijen gaat. De voorzitter had mij gevraagd of ik bij de presentatie van het jaarboek iets over mezelf en over boerderijen wilde vertellen en dat doe ik graag. De toespraak mocht niet al te kort zijn, had ik tussen de regels door begrepen, en daar probeer ik mij aan te houden. Maar als U het betoog eventueel te lang vind duren, kunnen we altijd even een korte pauze inlassen. Hoewel velen mij wel kennen, wil ik toch even nader kennis met U maken.

Ik ben in 1930 in de Anna Paulowna polder geboren, op de boerenplaa(t)s Hoeve Holland, die mijn vader in 1916 zelf heeft laten bouwen. Het was voor die tijd een modern akkerbouwbedrijf van twintig hectaren. Samen met een buurman exploiteerde mijn vader bovendien al vroeg een dorsstel, dat nog door een stoomlocomobiel werd aangedreven. Dat enorme dorswerktuig zag er uit, zoals het schitterende model, dat in dit museum is te zien. In 1920, nam mijn vader naast een aantal paarden, als een van de eersten in de polder een Fordson trekker in gebruik. Een tractor nog zonder spatborden, zonder cabine en nog met ijzeren wielen. Onze naaste buren waren veehouders. Zodoende heb ik als kind, van huis uit, dus al vroeg met alle facetten van het boerenbedrijf en met boerderijen kennis gemaakt. Ik heb het bewust over een boerenplaats, die mijn vader had laten bouwen, en niet over een stolp.

Want tijdens mijn jeugd heb ik het woord stolp nooit horen noemen. Als er tijdens familiebezoek of een avondje met de buren, al een boerenhuis ter sprake kwam, had het gezelschap het nooit over een stolp, maar altijd over een plaas en hooguit over een boeren plaas, zonder de letter T dus. Het woord plaas werd ook meestal gebruikt in de terminologie van, er is weer een andere boer op die en die plaas gekomen, of ....buurman heeft zijn plaas verkocht. Het woord boerderij werd ook wel gebruikt, maar meestal gebezigd, als iemand naar de juiste weg vroeg. Bijvoorbeeld, je moet bij de tweede boerderij rechts afslaan en dus niet, je moet bij de tweede plaas of tweede stolp afslaan. En als het woord stolp of stolpie toch eens ter tafel kwam, was het meestal een beetje degenererend bedoeld. Het woord stolp werd meestal alleen gebruikt als er een keuterboertje werd bedoeld op een klein boeren spultje, zoals dat toen heette.

Vanaf mijn jeugd tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was een boerderij ook niets bijzonders. Wat zou het ook! We waren allemaal op een boerenplaats geboren en iedereen woonde er in. Alle boeren in de omgeving, de buren en onze familie, ze bewoonden allemaal boerderijen en dat was toen heel gewoon. Net zo gewoon als dat een paard een wagen moest trekken of dat er nu en dan een koe moest kalven. Allemaal doodgewoon en niks bijzonders. Daarom ben ik in 1930 op een boerenplaats, maar zou ik tegenwoordig op een stolp geboren zijn. De belangstelling voor boerderijen stond niet alleen bij mij, maar vroeger toch bij iedereen op een zeer laag pitje. Leuk in dat verband is het gegeven over deze museumboerderij. Notaris Gerben Vrijburg van Schagerbrug kreeg deze schitterende boerderij in 1923, voor niets van een vriend cadeau. De notaris wist er niets beters mee te doen, dan zijn schenking op 27 april van dat jaar, voor slechts ƒ 1200,- weer vlug aan de gemeente Schagen te slijten. Maar toen de gemeente de boerderij eenmaal had gekocht, opperden de meeste raadsleden, dat oude gebouw maar zo gauw mogelijk te slopen. Gelukkig zagen enkele verlichte geesten het anders. Slechts een paar van hen hadden besef van de historische waarde, waardoor de boerderij gelukkig behouden is gebleven. En ik moet U eerlijk bekennen, dat het unieke van de Noord-Hollandse boerderijen, ook mij lange tijd is ontgaan.

De vraag blijft nu, wanneer en waarom is een boerderij nou zo bijzonder geworden en stolp gaan heten. Wel, dat proces is onbewust in gang gezet door Dr. Sicco Mansholt, de toenmalige minister van landbouw. Mede door zijn politiek van schaalvergroting in de landbouw en een veranderende wereld, was de oude vertrouwde boerderij, met zijn piramidale dakvorm in een korte tijd ongeschikt geworden als bedrijfsgebouw. De fraaie stolpboerderijen, die vier eeuwen lang probleemloos het vee, het hooi en het graan hadden kunnen bergen, werden in een kort tijdsbestek te klein en ondoelmatig voor de veehouderij. De politiek van minister Mansholt heeft tot gevolg gehad, dat er rond de jaren zestig van de afgelopen eeuw, veel boeren bedrijven werden opgeheven en door de boeren te koop werden aangeboden. Gelukkig kwamen zij terecht in handen van particulieren met geld. Niemand lag de kopers aanvankelijk een stro breed in de weg om in een boerderij te gaan wonen. Zij konden het kostbare onderhoud betalen De stolp was een statussymbool geworden. Het lijvige boekwerk van Brandts Buys over de landelijke bouwkunst in Hollands Noorderkwartier, dat pas in 1974 werd uitgegeven, had de boerderijen vooral in de publieke belangstelling gebracht. Maar merkwaardig genoeg noemde ook hij de boerderijen nog steeds geen stolpen. Hij deelde ze in met de Fries aandoende naam stelp, zoals West-Friese of Noord-Hollandse stelp. Maar bij de commercie en potentiële kopers lag de naam stolpboerderij kennelijk toch beter in het gehoor. Doordat boerderijen, steeds meer als luxe woonobject in trek waren gekomen, werden ze vooral als stolpboerderijen aangeprezen. Sinds die tijd stonden er alleen nog maar stolpen in West-Friesland. Grote of kleine boerderijen, het maakte niet uit, ineens waren alle boerenplaatsen stolpen geworden.

Hoewel ik zelf nooit boer ben geweest, maar wel tussen de stolpen opgroeide, ben ook ik het unieke van de stolp en hun schoonheid, pas op latere leeftijd gaan waarderen. Vooral toen ik er na genealogisch onderzoek was achter gekomen, dat een van mijn voorouders, Pieter Adamsz de Wit, die aan het eind van de negentiende eeuw van Oude Niedorp naar de Zijpe was geëmigreerd, ook boer was, evenals zijn vele afstammelingen. Door hen ben ik me steeds meer gaan interesseren voor de boerderijen en het boerenleven in vroeger tijden. Toen ik in Schagen woonde, ben ik een onderzoek begonnen naar de honderddertig boerderijen die ooit in deze gemeente hebben gestaan. Van dit alles zijn er nu nog maar eenenzeventig over. Daarvan zijn er nog maar enkele als boerenbedrijf in gebruik. Dat boerderijen tegenwoordig razend snel uit onze regio verdwijnen is bekend. Dat is een treurige ontwikkeling, want de unieke, met riet gedekte stolpdaken met hun schoorstenen behoren al vier eeuwen lang tot het West-Friese landschap.

Het kan niet genoeg gezegd worden, stads- en wegenuitbreidingen, branden en sloop doen regelmatig een aanslag op het overgebleven boerderijenbestand. Onlangs is er in onze gemeente nog een boerderij verbrand en in de nabije omgeving zijn er de laatste tijd een tiental verdwenen. En die stolpen waarin nog een veebedrijf gevestigd is, vallen in de meeste gevallen in het niet, door de grote ligboxenstallen, mestsilo's of andere bedrijfsgebouwen op het boerenerf. En ook dat komt het landschap niet ten goede.

De meeste stolpen in Schagen, waar geen agrarische activiteit meer plaats vond, zijn woonboerderij geworden ...en in de achter ons liggende jaren ging dat tamelijk gemakkelijk en geruisloos. Maar tegenwoordig dreigen boerderijen te verdwijnen, vanwege de agrarische bestemming, die er na de bedrijfsbeëindiging op blijft rusten.
Aangezien steeds meer boeren hun bedrijf beëindigen wegens gebrek aan opvolging of andere redenen, komen veel stolpen in de verkoop. Aspirant kopers worden nu geconfronteerd, met zeer beperkende maatregelen, welke het onmogelijk maken, bestaande bedrijfsgebouwen renderend te maken, anders dan voor agrarische doeleinden. En dit weerhoudt vele stolpliefhebbers om tot koop over te gaan. Het gevolg daarvan is matig onderhoud door de gestopte boer en aldus verval van het stolpen bestand.
Het tegenwoordige beleid van de provincie doet er nog een schepje bovenop. Boerderijen die geen agrarische levensvatbaarheid meer hebben, worden door de vele bijgebouwen, zoals loopstallen en silo's door de overheid als storend in het landschap beschouwd en daar is wat voor te zeggen. Eigenaren van die boerderijen wordt thans door de overheid de mogelijkheid geboden, om alle opstallen, luister U goed, alle opstallen inclusief de oude stolp maar af te breken. Op het vrijgekomen erf mag de stoppende boer dan een nieuwe woning voor zich zelf en een of meerdere woningen voor de verkoop bouwen voor de gemaakte sloop kosten. Als die trend doorzet, is dat een dramatische ontwikkeling voor het behoud van het culturele stolpen erfgoed. Een feit is, dat in de nabij gelegen gemeente Zijpe, al zes boeren van deze regeling gebruik trachtten te maken.

Het is irreëel te denken dat we alle stolpen kunnen behouden.
In Eenigenburg moest op een goed functionerend veebedrijf een stokoude stolp plaatsmaken voor een nieuwe machineberging. Dat was noodzakelijk en kostenbesparend voor een efficiënte bedrijfsvoering. Daar is niets aan toe te voegen, want boerenbedrijven moeten zich nu eenmaal blijven aanpassen aan de moderne tijd. Dat heeft men eeuwenlang gedaan. Boeren gebruiken tegenwoordig toch ook geen os meer om de ploeg of kar te trekken. Bezwaar zou men wel kunnen maken tegen de sloop van een oud stolpje in de Zijpe, dat uitsluitend om het gewin het veld moest ruimen voor civiele woningbouw. Helaas werd het stolpje gesloopt. Helaas, want we moeten zeer zuinig zijn op hetgeen er nog over is. Bij een tripje door West-Friesland, heb ik jammergenoeg ook moeten constateren, dat de aftakeling van de stolpen dramatisch is te noemen. Bijna geen enkele stolp bezit bijvoorbeeld nog zijn twee schoorstenen. Enkelen hebben helemaal geen schoorsteen meer op het dak. Daken zijn belegd met golfplaten. Maar gelukkig zijn er ook nog positieve zaken te melden. Een beeldbepalende stolp in de Zijpe, met een dubbel vierkant werd na een verwoestende brand weer in oude luister door de veehouder hersteld.

In onze gemeente mocht, wel na langdurig touwtrekken tussen de betrokken ambtenaren en de zeer bekwame aannemer, eindelijk een grote vrijgekomen boerderij worden gerenoveerd en ingericht voor dubbele bewoning. Noodzakelijk om de woonlasten van de enorme boerderij betaalbaar te houden. Dat laatste geval staat niet op zichzelf. Regelmatig komen er signalen van boeren en aspirant kopers naar voren, over betrokken ambtenaren die in verband met de voormalige agrarische bestemming, halsstarrig de voorgeschreven regels hanteren, en vaak geen enkele ruimte bieden aan een goedwillende koper. Of over een eigenzinnige architect die met zijn persoonlijke visie betreffende landelijke bouwkunst, de oude boerderijbouw geweld aandoet. Dit voorjaar kwam de overheidspolitiek uitgebreid aan de orde tijdens de vergadering van de stichting 'Behoud de Zijper Stolpen'. Er werd onder andere gesteld, dat als een veehouder een ontsierende loopstal of silo wil bouwen, hem vlot en terecht een bouwvergunning wordt verstrekt. Maar als een goedwillende particulier, die tegenwoordig, zonder een aanslag te moeten doen op een subsidiepot, een stolp voor ons landschap tracht te behouden, toestemming vraagt, om b.v. een vakantiewoninkje bij zijn boerderij te zetten, om de enorme woonlasten te beperken, krijgt hij nul op 't rekest. Versoepeling van de overheidsregels zou zeer wenselijk zijn om het stolpenbestand niet nog sneller te laten inkrimpen.

Mijn onderzoek naar de Schager stolpen heb ik inmiddels afgerond, en hopelijk ligt mijn boek daarover tegen de feestdagen in de winkel. Wie denkt dat ik nu op mijn lauweren ga rusten heeft het mis. Ik hoop nog lange tijd mijn artikelen voor het Noord-Hollands Dagblad te kunnen schrijven en te illustreren. Ik ben me ook meer bezig gaan houden met enig onderzoek naar de boerderijen in de omgeving die worden verbouwd, herbouwd of afgebroken. Vooral het vakmanschap van de oude timmerlieden en metselaars is me gaan boeien. Als het riet op de dakschilden vervangen moet worden, kan men bij het volle daglicht prachtig zien met welk een nauwkeurigheid en liefde voor het vak, de oude timmerlieden met het zware, vaak matig bekantrechte balkhout te werk zijn gegaan.

Ina met boek over boerderijen.
Ina met boek over boerderijen.

Soms kan men aan het vierkant zien, dat een boerderij in het verleden werd verlengd. Bij het ontgraven komt soms een prachtige, met plavuizen betegelde kelder, een betegeld waterreservoir met een tongewelf, of komen een of meerdere stapelputten voor de dag. Een enkele keer ligt er nog een deurrooster, een zonnerak, een stuk oud gereedschap of zelfs een oude boekhouding op de zolder. Als verslaafde boerderijvorser, probeer ik een en ander vast te leggen, te fotograferen of te tekenen. Op deze wijze hoop ik nog enkele bijzonderheden van de Noord-Hollandse boerderijbouw voor het nageslacht te bewaren.

Ik dank U voor Uw aandacht.

Jaap de Wit

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.