Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Westfries Genootschap » Nieuws » 2011

Presentatie Bloembollenboek in kantine Proeftuin

Op vrijdagmiddag 21 januari wordt het boek Bloembollen gepresenteerd in de kantine van de Proeftuin in Zwaagdijk Oost. Ongeveer vijftig mensen komen bijeen om getuige te zijn van de presentatie van deze eerste uitgave in de nieuwe Westfriese Historische Reeks.

Twee impressies van de presentatie van het Bloembollenboek.
Hierboven:Twee impressies van de presentatie van het Bloembollenboek
op 21 januari in de kantine van de Proeftuin in Zwaagdijk.

Ina Broekhuizen, voorzitter van het Westfries Genootschap, spreekt het openingswoord (zie hieronder). Vervolgens houdt Maarten Timmer, de auteur van het boek, een inleiding over de historie van de Proeftuin (zie hieronder), Johan Kos, directeur van de Proeftuin, vertelt over de werkzaamheden van deze organisatie en over de toekomst van de bollenteelt.

De twee eerste boeken worden overhandigd.
De twee eerste boeken worden overhandigd aan Siemen Ruiter (links) en Johan Kos.

Vervolgens overhandigt Ina Broekhuizen de beide eerste exemplaren aan Johan Kos en aan Siemen Ruiter, voorzitter van de stichting Proeftuin en voorzitter van LTO-Noord-Holland. Daarna bekijken de aanwezigen de kassen en de Marktbroeishow, die daar dit weekend opgestelde staat.

Ina Broekhuizen opent de bijeenkomst.
Ina Broekhuizen opent de bijeenkomst.

Openingstoespraak van Ina Broekhuizen-Slot
'Goedenmiddag allemaal. Mede namens het bestuur van het Westfries Genootschap heet ik u van harte welkom hier in de kantine van de Proeftuin in Zwaagdijk Oost.
Een plaats waar vandaag verleden, heden en toekomst van de bloembollensector elkaar ontmoeten. Het verleden staat beschreven, het heden dat is nu - de huidige stand van zaken - aan de toekomst wordt hier in deze omgeving gewerkt.
Welkom aan auteurs, leden van de leescommissie, leden van de werkgroep agrarische geschiedenis, vertegenwoordigers van uitgeverij Waanders, vertegenwoordigers van de proeftuin en van de Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur,
welkom ook de heer en mevrouw Koster,
welkom aan de bestuursleden van de stichtingen en commissies van het Westfries Genootschap, in het bijzonder de commissie Geschiedschrijving,
welkom aan de pers en alle andere genodigden en belangstellenden.

Allereerst wil ik Johan Kos, directeur van de Proeftuin, bedanken voor de bereidwillige medewerking aan deze boekpresentatie.
We zitten op een prachtige én passende locatie, we krijgen een rondleiding en kunnen als extraatje genieten van de Markstbroeishow in de ruimte hierachter.

Beste mensen, wat een gedenkwaardige dag is het vandaag!
Na jaren van inspanning wordt het eerste deel in de nieuwe boekenreeks van het Westfries Genootschap gepresenteerd.
De serie krijgt de naam Westfriese Historische Reeks.
En het eerste boek is getiteld: Bloembollen.
En ja, het is met deze serie een beetje als met een bloembol.
Ondergronds, dus zonder dat veel mensen er weet van hebben, wordt hard gewerkt.
Al vanaf 1998. Dan wordt een cursus landbouw- en boerderijgeschiedenis gegeven in het Timmermansgildehuis, het onderkomen van ons genootschap. Als de cursus afgelopen is, besluit een aantal leden een project te starten onder auspiciën van onze commissie geschiedschrijving.
Er zal onderzoek worden gedaan naar de landbouwgeschiedenis van 1880-1920 in West-Friesland.
Dit aan de hand van het agrarisch grondgebruik in een zestal dorpen of gemeenten in oostelijk West-Friesland.
In alle rust, eerst zelfs létterlijk ondergronds, toen het Westfries Archief nog gevestigd was in de kelder van het Hoornse stadhuis, wordt met een strakke regelmaat in de archieven gespeurd naar bruikbare gegevens.
De bol groeit en er ontwikkelt zich een stevige steel.
De leemte die er bestaat in de agrarische geschiedschrijving begint zich te vullen. Maar hoe alle gegevens plezierig leesbaar op papier of in een boek te krijgen?
Besloten wordt om auteurs aan te trekken die ieder een bepaalde sector zullen beschrijven:
Maarten Timmer voor de sector bloembollen, Nanne Groot voor de zaadteelt, Martien Hoogland voor de tuinbouw en Kees van der Wiel voor de veehouderij. Ieder gaat aan de slag, de steel wordt groter en groter en komt al gauw boven de West-Friese klei uit.
En, oh wonder, aan de top ontwikkelen zich drie knoppen. Dit is bij de huidige bloembol niet mogelijk, maar de bol waar ik over spreek is natuurlijk een heel nieuwe soort.
Er wordt namelijk zoveel materiaal gevonden dat al die duizenden woorden niet in één boek passen. Of het moet wel een heel dik boekwerk worden.
Maar dat is niet de bedoeling, dus er wordt gekozen voor drie afzonderlijke delen.
De eerste knop, die over de bloembollen, groeit het snelst. Hij ontwikkelt tot een prachtige bloem en juist vandaag is hij in volle bloei! De tekst is af, alle zinnen zijn gecorrigeerd, het beeldmateriaal, kaarten en statistieken zijn geplaatst en de kleur van de buitenkant is bepaald. Een nieuwe soort is geboren! En zoals u weet kijken niet-kenners vooral naar de kleur en naar de schoonheid. Wat betreft dit boek zeg ik: perfect! Een fraaie kleur, een mooie uitvoering!

De twee andere knoppen groeien nog door, maar dit jaar zullen ook zij in bloei staan. Dan is de agrarische geschiedenis van oostelijk West-Friesland van 1880 tot 1930 degelijk een duidelijk beschreven.

Gefeliciteerd! Van harte gefeliciteerd iedereen die meegewerkt heeft aan dit bijzondere product! 't Is een mooike! En dit boek zet de toon. De toon voor de nieuwe Westfriese Historische Reeks. Een serie van wetenschappelijke, historische manuscripten over dit gebied. Opvolger van de Stolphoevereeks.
Die serie boeken begon in 1963 met de uitgave Hé, is dat Westfries? geschreven door Herman Langedijk en eindigde met de achttiende uitgave getiteld 'Aurora' Opmeer, een zonsondergang van de hand van Volkert Nobel. De heer Breebaart, de toenmalige voorzitter van ons genootschap schreef boven het voorwoord in het eerste deel 'Goeie waar het gien uithangbord nôdig'. Die uitdrukking zou ik ook graag gebruiken voor deze nieuwe serie. Het is met recht goeie waar en dat verkoopt zichzelf!

De leden van de werkgroep.
De leden van de werkgroep met begeleider/auteur Kees van der Wiel en Piet Boon,
lid van de leescommissie.
Staand, v.l.n.r. Gré Bakker-Bruin, Kees van der Wiel, Piet Boon en Koos Groot.
Zittend Aaf Korver-Waiboer, Jaap Raat en Jan Peereboom.

Ik dank de leden van de werkgroep Gré Bakker-Bruin (Hem/Venhuizen), Aaf Korver-Waiboer (Opperdoes), Koos Groot (Nibbixwoud, Bovenkarspel), Jan Peereboom (Berkhout) en Jaap Raat (Wervershoof en Andijk) van harte voor hun jarenlange inspanning. Speciaal Jaap Raat noem ik nogmaals, hij is de gangmaker, de inspirator, hij hield gedurende al die jaren deze agrarische trein rijdende. Jaap, wat zal je blij zijn met dit resultaat. Van harte gefeliciteerd. Daarnaast dank ik de auteur voor zijn werk en uitgeverij Waanders voor de inzet om van het manuscript een mooi verzorgde uitgave te maken. Ten slotte ook de leden van de leescommissie hartelijk dank voor hun betrokkendheid.'

Toespraak van Maarten Timmer

Maarten Timmer blikt terug op 25 jaar Proeftuin-geschiedenis. Maarten Timmer blikt terug op 25 jaar Proeftuin-geschiedenis.

'Een felicitatie. Dit jaar 25 jarig jubileum van Zwaagdijk.
19 maart 1986 opening Proeftuin. Ik ben als directeur aanwezig naast Tinus Bruin bedrijfsleider en Jan Groot als voorzitter van de stichting die een fusie betekende van de twee proeftuinen in Wieringerwerf (bollen/ groenten) en de Beemster (glastuinbouw).
Een proces van bijna 8 jaar ging daaraan vooraf. Ik maak de helft in Lisse mee bij het LBO ('wat die eigenwijze Westfriezen willen gaat ten koste van ons budget') en de helft in Hoorn als (rijks)consulent voor de tuinbouw ('wat doen die lui in Lisse vanuit hun ivoren toren weer moeilijk').

1986. Het voorlopig hoogte- en eindpunt van het beroemde OVO-drieluik waarvan ik het ontstaan en het verloop tot 1930 in mijn boek beschrijf. Het leidde in onze regio voor de tuinbouw tot een Rijksmiddelbare Tuinbouwschool in Hoorn en een stelsel van bijzondere lagere tuinbouwscholen en regionale proeftuinen zoals in Breezand(bollen), Bovenkarspel, Oosthuizen (fruit), De Beemster (glastuinbouw) en Wieringerwerf (bloembollen en vollegrondsgroenten).

Belangrijke rol speelde dr. ir. C. Rietsema die van 1923-1958 rijkstuinbouwconsulent/schooldirecteur/proeftuindirecteur in Hoorn was. In het boek wordt daarom terecht veel aandacht besteed aan zijn werk in de periode 1923-1930.

Een voor de tuinbouw belangrijke ontwikkeling die een serieuze studie meer dan meer dan waard is. Want proeftuinen waren niet alleen probleemoplossend bezig (bestrijding van ziekten en plagen, hoeveel bemesting, wanneer planten) maar waren ook de plaats waar ideeën van vooruitstrevende tuinders konden worden gevalideerd, geëvalueerd, vervolmaakt en verspreid. Centers of Excellence eigenlijk. Eendrachtig, op 50/50 basis, structureel gefinancierd door bedrijfsleven en overheid en aangestuurd en beheert (meestal in de vorm van een stichting) door het bedrijfsleven zelf.

De auteur van het Bloembollenboek Maarten Timmer aan het woord.
De auteur van het Bloembollenboek Maarten Timmer aan het woord.

1995. Zwaar weer. Door reorganisatie bij het landbouwkundig onderzoek, onderwijs en voorlichting dreigt opheffing van de Proeftuin Zwaagdijk. Dat pikte de regio niet. Druk beraad volgde en dat leidde er toe dat de Stichting Proeftuin Zwaagdijk per 1 januari 1997 verzelfstandigde. Met Simon Ruiter als voorzitter van de stichting en Johan Kos als directeur (sinds 1990). Een gok omdat het merendeel van de structurele subsidies wegviel en het inkomen dus via betaalde opdrachten uit de markt moest komen. Een gok die wonderwel goed uitpakte maar daarover zal Johan wel iets zeggen denk ik.

'Bloeiend, dynamisch, innovatief met een sterke internationale oriëntatie' termen die voorkomen in recente, serieuze studies over heden en toekomst van de Noord-Hollandse land- en tuinbouw.
Het relativeert de huidige moeilijke situatie in sommige sectoren van de tuinbouw tot een dip met een conjunctureel karakter. Vervelend, verontrustend maar wellicht van voorbijgaande aard... mits ondernemersgeest en innovatief onderzoek in stand blijven.

Ook daarover past geen al te groot pessimisme.
Laten we eens horen wat Bert Karel van Karel Bolbloemen uit Bovenkarspel op 17 november zei in een interview in het Dagblad voor West-Friesland. Na een verwoestende brand in 2005, investeerde het bedrijf nu (weer) miljoenen in een bedrijfsuitbreiding langs De Gouw in Bovenkarspel. Hij verwacht over een aantal jaren 60 in plaats van de huidige 30 miljoen tulpenbloemen per jaar te produceren. In de nieuwe kassen, zou op water in twee lagen en later zelfs in vier lagen (hoog) worden gebroeid. Over de toekomst zei hij: 'Het bewortelen gaat hier straks beter met een modern systeem van eb en vloed. Het water dat we gaan gebruiken zullen we steriel maken met behulp van UV-licht... (en) ik denk dat we onze tulpen over vijf tot tien jaar onder led-lampen gaan broeien in plaats van TL-lampen'.

Voor de toekomst voorspelt het LEI onder meer: een dalend aantal bedrijven (niks bijzonders) en een voortdurend stijgende productie (eigenlijk ook niks bijzonders).

Dat leidt in West-Friesland in de komende tien jaar tot een dalend aantal areaal van akkerbouwgewassen en grasland (bij elkaar zo'n 1600 hectare) en een stijgend areaal van ongeveer 200 hectare gelijkelijk verdeeld over opengronds- en glastuinbouw. Al met al leveren de agrariërs binnen de Omringdijk zo'n 1400 hectare in van de ruim 26.000 hectare landbouwgrond.

Noord-Holland blijft het belangrijkste productiegebied van bloembollen in Nederland. Er is gezien, de wereldvraag nog ruimte voor uitbreiding van het areaal en dat zal vooral neerslaan in onze provincie. De belangrijkste afzetkanalen van de Nederlandse bloembollen zijn de binnenlandse en buitenlandse broeierij met respectievelijk ongeveer 25 en 40 procent van de afzet. Met als belangrijkste gewassen de tulp en de lelie. De broeierij afzet zal verder groeien ten nadele van de afzet voor de droogverkoop (bollen voor in de tuin). Goed nieuws voor West-Friesland. Het belangrijkste productiegebied voor de broeierij van de tulp in Nederland. Van de ongeveer 1,7 miljard tulpen die jaarlijks van november tot mei in Nederland worden gebroeid komt de helft uit Oostelijk West-Friesland.

Naast de koe, de stolp en de Omringdijk is dus de broeitulp één van de sterke iconen van West-Friesland. Met een positief perspektief . Zo stelde de voorzitter van veiling Flora Holland, Bernard Oosterom onlangs op de tulpendag op 7 december tot zijn verbazing vast dat de tulp als enige bloemisterijgewas 'recessieproof' was gebleken en verwachtte zijn marktmanager Fred Wever voor de toekomst een verdubbeling van het aantal stelen snijtulpen!

West-Friesland wordt verder gekenmerkt door de reizende bollenkraam; telers laten hun bollen vanwege de noodzakelijke vruchtwisseling telen op andere bedrijven, van veehouder tot akkerbouwer in West-Friesland tot verder daarbuiten. Niet alleen een spreiding van risico maar ook van inkomen vanuit de bollensector naar de ontvangende agrariërs. Ook dat verschijnsel zal verder toenemen.

Dat dat soms onvermoede vormen aanneemt bewijst het verhaal van Pronk Tulpen uit Avenhorn opgetekend in Bloembollenvisie van 2 december. Ook een bedrijf dat door brand werd getroffen (in 2008) en weer uit de as herrees. Het bedrijf van drie broers bestaat uit een teelt- en een broeierijtak. De tulpenteelt bestaat uit 28 hectare die in de omgeving van Dronten worden geteeld (waarvan drie hectare onder plastic) en zes tot zeven hectare die in Nieuw-Zeeland worden geteeld. De bollen uit die teelten voeden een broeierij van ongeveer 14 miljoen tulpen waarvan 11 miljoen Hollandse en drie miljoen Nieuw-Zeelandse bollen (de zogenaamde Kiwi-tulpen). Dat leidt volgens Marco Pronk tot het volgende broeierijpatroon: 'Van 10 oktober tot 10 december zitten we in de Nieuw-Zeelandse tulpen, daarna zijn de aangekochte Zeeuwse bollen aan de beurt, vervolgens de bollen onder plastic en dat loop dan door in de gewone Hollandse bollen'.

Ze telen al veertien jaar in Nieuw-Zeeland. Marco zegt daarover het volgende: 'De bollen worden na het rooien ter plekke gepeld en bewaard en vervolgens in containers verscheept naar Nederland. Dat wil zeggen dat deel van de bollen dat in de eigen broeierij wordt gebruikt. Afhankelijk van de vraag en de prijsvorming gaan de dikke maten naar de broeiers in Amerika en -opvallend- ook wel naar Polen. Na een zes weken lange reis, waarvan dit jaar ook een deel gekoeld in kuubkisten, gaan de bollen thuis in Avenhorn in de cel voor de droogwand totdat ze opgeplant worden'.
'Bloeiend, dynamisch, innovatief met een sterke internationale oriëntatie', niets te veel gezegd dus.

Tenslotte een dankwoord.
Ten eerste aan Jaap Raat.
In oktober 1998 volgden we samen in het TGH de cursus Landbouw- en boerderijgeschiedenis die onder auspiciën van de stichting regionale geschiedbeoefening Noord-Holland werd gegeven door Kees van der Wiel. In feite de start van het project dat leidde tot dit en nog twee boeken. Jij was er vanaf die tijd bij betrokken en ik vanaf 2006. Zonder zijn inspanningen, diplomatie en zijn vermogen (bijna) nooit kwaad te worden stonden we hier vandaag niet.
Op de tweede plaats aan Siebrand Krul.
Het ombouwen van een manuscript tot boek gaat niet vanzelf. Auteur, uitgever, vormgever en registermaker dienen zo harmonieus mogelijk in korte tijd een product te maken dat naar de drukker kan. Siebrand Krul van Waanders bewaakte dat proces niet alleen, hij zorgde ook voor een kwaliteitssprong in het geheel. Op 24 december gaf hij na zeven proefdrukken groen licht aan de drukker. Ook aan hem is dank verschuldigd.'

Uitleg in de kas.
Uitleg in de kas, Johan Kos vertelt met passie over de werkzaamheden in de Proeftuin.

Alle foto's: Theo Mes.

Het boek Bloembollen, de agrarische geschiedenis van Oostelijk West-Friesland, 1880-1930 is te koop voor € 19,50 bij onze webwinkel.
De volgende twee delen, over veehouderij en tuinbouw/zaadteelt, verschijnen dit jaar.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.