Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Westfries Genootschap » Nieuws » 2014

Reactie op het artikel ‘Bestond Westfriesland vroeger eigenlijk wel?’

Reactie op het artikel ‘Bestond Westfriesland vroeger eigenlijk wel?’ van Dr. Jos Leenders opgenomen in West-Friesland Oud & Nieuw 2014

Van de heer C.G.J. de Goede uit Utrecht kreeg het bestuur van het Westfries Genootschap een reactie op het artikel ‘Bestond Westfriesland vroeger eigenlijk wel?’ In overleg met de redactiecommissie van het jaarboek heeft het bestuur besloten deze reactie te plaatsen op de website van het Westfries Genootschap. Ook vindt u het antwoord van het bestuur op deze reactie.

Brief C.G.J. de Goede

Geacht bestuur,
In het 81e jaarboek van het Westfries Genootschap trof ik een opstel ‘Bestond Westfriesland vroeger eigenlijk wel?’ van dr. Jos M. M. Leenders.
Hij begint met ‘Geschiedenis, wat kan ons die schelen!’ ONS? De lezers van de publicaties van het Westfries Genootschap? Die zijn toch haast per definitie geïnteresseerd in geschiedenis? Dan ‘Niet veel mensen hebben werkelijk verstand van geschiedenis.’ Weer die lezers zeker? Verderop op p.49: ‘Onze geschiedenis reikt echter veel verder, duizenden jaren, terug.’ ONZE? De Westfriese geschiedenis? En wat doen die Hoornse padvinders bij zulk geneuzel?
Op bladzijde 50 komt de historicus met een opzienbarende onthulling: ‘Zo kunnen archeologen in ons gebied, Westfriesland, terugkijken naar wel tienduizend jaar vóór Christus.’ en ‘Westfriesland lag toen aan de IJssel!’ Nee hoor, meneer Leenders, toen bestond er nog helemaal geen West-Friesland en ook geen Friesland. En als verklarende afbeelding toont de auteur een ‘Archeologisch kaart van Hollands Noorderkwartier, 1350. Was als bijlage bij: Herman Lambooij, Getekend land, nieuwe beelden van Hollands Noorderkwartier, Alkmaar, 1987.’ Moeten de lezers daaruit opmaken dat er in 1350 nog steeds een uitmonding van de IJssel was?
Leenders speelt verderop nog meer leentjebuur bij Lambooij, in zijn stukje over ‘ene’ Arian de Goede die ‘de grootste fantasie’ had. Kan het nog denigrerender, dat ‘ene’? Spreken historici over elkaar op zo'n toon wanneer zij het niet eens zijn met de ideeën van een collega? Alles wat Leenders beweert over De Goede is slechts ontleend aan een verderop genoemd artikel van Lambooij, iets onderzoeken aan de bron is er niet bij. En hij meldt alleen wat hem uitkomt, zoals: ‘Arian de Goede onderhield nauwe betrekkingen met het Front en met de NSB.’
Toen in 1932 Arian de Goede de West-Frieze Styk oprichtte (mede oprichtte) was hij 17 jaar oud en met hart en ziel verkocht aan de streek waar hij was getogen (Wijdenes). Met politiek hield hij zich niet bezig, en de ‘nauwe betrekkingen’ die hij onderhield met welke stroming dan ook, gingen niet over politiek. Wel onderhield hij betrekkingen met mensen die dezelfde belangstelling als hij hadden, als zij ‘fout’ waren in die jaren, had dát niet zijn interesse. Nu, in de wetenschap hoe de geschiedenis zich na 1932 ontwikkelde, is zoiets te beschouwen als een domme fout van die jongeman. Maar om die hem over het graf na te dragen?
Arian de Goede promoveerde in 1940 als 25-jarige met een proefschrift over de rechtsgeschiedenis van Westfriesland. De inhoud zal gerust in de afgelopen 75 jaar wel achterhaald zijn, maar ik heb sterk de indruk dat de behandelde stof ‘de geschiedenis van het recht’ zal zijn geweest. Daarin vindt Leenders een en ander onjuist, en dan is zoiets een ‘fout, typisch voor niethistorici die zich met geschiedenis bezighouden’. Dus Arian de Goede was een ‘niethistoricus’? Wat is dat?
Verder vertoont Leenders een portret van Arian de Goede (p.53), volgens zijn bijschrift ‘In: West-Frieze Styk, nr 1596.’ Wat kan dat voor publicatie zijn geweest? Geen bron natuurlijk! De foto dateert uit 1951 toen de Styk allang ter ziele was. Deze heeft Leenders ook overgenomen uit het artikel van Herman Lambooij in Binnendijks en Buitengaats, liber amicorum voor Jan T. Bremer, 2012. Voor die publicatie heb ik die foto ter beschikking gesteld. Ik ben niet ingelicht over een andere publicatie, laat staan dat ik toestemming heb gegeven voor opname in het stuk van Leenders! Gewoon gestolen dus. Nou ja, we weten intussen wel hoe ‘wetenschappers’ tegenwoordig aan hun gegevens komen, lees de krant maar.
En dan meent Leenders op dezelfde bladzijde over Arian de Goede: ‘hij ging zelfs uit van de zogenaamde Lex Frisionum, in 802 op de Rijksdag van Aken onder Karel de Grote vastgesteld voor het gebied van ons huidige Friesland.’ Het huidige Friesland? Lees de tekst eens: van België (Zwin) tot Duitsland (Wezer). En dan heeft Duitsland daarnaast ook nog eens een Oost-Friesland. Een klein stukje van dat grote geheel was ons huidige Westfriesland. En Leenders meent: ‘Een Lex, een wet, die natuurlijk niet was bedoeld voor die drassige veenmassa in het westen, Westfriesland, waar nog haast geen kip woonde.’ Heette het betreffende gebied toen wél Westfriesland? Of was het West-Friesland? En noemden de bewoners in het westen van Friesland hun gebied echt wel zo? Hoe weet Leenders, die zo graag de puntjes op de i zet, dat?
‘Haast geen kip’? De historicus Leenders lijkt hier wel een aanhanger te zijn van de wilde theorieën van Albert Delahaye (1915-1987, ooit adjunct-archivaris van Nijmegen) die erop neerkwamen dat er geen sprake kan zijn geweest van menselijke bewoning van Nederland tot ongeveer de tiende eeuw, omdat het daarvoor goeddeels onder water zou hebben gestaan. Waarschijnlijk heeft Leenders de recente berichten gemist over opmerkelijk rijke vondsten uit de vroege middeleeuwen in het gebied waarover de Lex Frisionum spreekt. Die waren zeker van die enkele kip? Of was het een kip zonder kop?
Dat de Westfriezen zij aan zij vochten met de Hollanders – in tijden van huurlegers – is niet verwonderlijk, immers ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’ Denk maar aan het voetbal waarop Leenders kennelijk zo dol is. Voor flinke bedragen dient een speler de belangen van zijn club, en met hetzelfde gemak die van de tegenpartij, als die een groter bedrag biedt. Die oude Westfriezen waren net mensen. Overigens die Hollanders – eigenlijk ‘Zuid-Friezen’ volgens de Lex Frisionum – wilden niet anders dan het oude territoir herstellen: eerst West-Friesland erbij en daarna Mid-Friesland. Het laatste lukte niet. Maar dit alles terzijde; het ging over voetbal waarbij Leenders zegt: ‘altijd een beetje ontroerd raak als ik het Wilhelmus hoor.’ Geïllustreerd met een melig plaatje op bladzijde 60. Waarom niet een afbeelding van de eerste druk van het vers in ‘Een nieu Geusen boecxken’ uit 1581? Zoiets zou een historische verhandeling gesierd hebben, en ook eens de originele spelling hebben getoond.
Dat de Vader des Vaderlands in een tv-serie gestalte kreeg door Jeroen Krabbe herinner ik me als de dag van gisteren. Afscheidnemend op de kade van de koning die hij altijd had geëerd, maar die hem vilein toevoegde: ‘Niet de Staten, maar Gij!’ Leenders heeft helemaal gelijk met zijn kritiek op zulke historische speelfilms (p.51): die zijn allemaal opgeklopte onzin. Maar toch… zouden er geen jongelieden zijn die juist erdoor geïnteresseerd raken, en zich in de materie gaan verdiepen, die geschiedenis gaan studeren? Net als de jongens vroeger, die alleen boeken hadden ter inspiratie, boeken van P. Louwerse en C.Joh. Kieviet. Zo’n jongen was Arian de Goede, maar hij ontgroeide de kinderboeken en schreef een proefschrift van haast 500 pagina's, met twee even dikke vervolgen. En hij had nog talloze andere publicaties op zijn naam staan.
Eigenlijk een hele eer voor een ‘niet historicus’ dat zijn naam, nu 57 jaar na zijn dood, nog 15 keer genoemd wordt in een warrig stukje. Ik verwacht niet dat tegen het einde van deze eeuw nog iemand zal schrijven over de historicus Jos M.M. Leenders.
C.G.J. de Goede, Utrecht

Reactie bestuur mede namens de redactiecommissie

Geachte heer De Goede,
Allereerst wil ik u namens de redactiecommissie van het jaarboek en het bestuur van het Westfries Genootschap onze excuses aanbieden dat u zo lang heeft moeten wachten op ons antwoord op uw brief van 17 juli 2014 en uw mail van 5 augustus 2014.
In uw brief stelt u ons een vraag en legt u ons een verzoek voor.
Eerst uw vraag. De foto van Arian de Goede op pagina 53 van het Jaarboek 2014 van het Westfries Genootschap is per abuis geplaatst. Ook daarvoor onze verontschuldigingen.
Op deze plek had een andere foto van Arian de Goede moeten staan. Namelijk een portret van hem dat vrij circuleert op internet. Deze foto is ook opgenomen in het artikel ‘Goede, Arian de (1915-1957)’, gepubliceerd op de website van het Westfries Genootschap als hoofdstuk van het Westfries Biografisch Woordenboek.
Over uw verzoek om uw reactie te plaatsen in een publicatie van het Westfries Genootschap het volgende. Noch ons jaarboek noch ons ledenblad Vierkant lenen zich goed voor het plaatsen van uw uitgebreide reactie. Wij zullen uw reactie daarom binnenkort op onze website plaatsen.
In het komende nummer van ons Vierkant dat in april 2015 verschijnt zullen we daarnaar verwijzen.
Tenslotte willen wij u nog laten weten dat de heer Jos Leenders het volgende aan ons schreef: ‘Het spijt me oprecht als ik de heer De Goede via mijn behandeling van het gedachtengoed van zijn dierbaar familielid heb gekwetst’.
Het is uiteraard ook niet de bedoeling van de redactiecommissie en het bestuur geweest om u of uw familie te kwetsen of pijn te doen.
Hartelijke groeten,
Jan Smit,
Voorzitter Westfries Genootschap

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.