Westfries Genootschap
Leskist Kijk de Dijk

 



Westfries Genootschap » Kijk de Dijk » Dijken, land en water

In de omarming van de Westfriese Omringdijk

1. Dijken, land en water

1.1 Introductie

Inleiding
Al eeuwenlang waait de wind over de weidse vlakten van Westfriesland.
4500 jaar geleden, in de prehistorie, in de steentijd leefde Cees in dit gebied. Hij leefde op de scheiding van zee en land.
Jullie maken hier kennis met hem.

Zal je door de vragen van Cees de Steentijdman met nieuwe ogen naar het Westfriese landschap kijken, het gebied waar jij nu leeft?
Wat zal je aan je landschap ontdekken na de kennismaking met Cees?
Zal je je gaan verwonderen en verbazen over de Westfriezen die in al die eeuwen het gebied zo gemaakt hebben?
Zal je respect krijgen voor de Westfriezen die zo gestreden hebben tegen de ‘waterwolf’, het ‘beest’ dat zo veel land heeft opgevreten?


Cees de Steentijdman leefde in de prehistorie, in dit gebied, 4500 jaar geleden. Archeologen hebben zijn skelet opgegraven. Met moderne technieken heeft men vastgesteld dat Cees er zo moet hebben uitgezien. In 4500 jaar is de mens weinig veranderd. Als je Cees in 2016 tegen zou komen, zou hij niet opvallen. Foto: N. Zander.

‘Beste kinderen, ik kijk m'n ogen uit. 4500 jaar heb ik onder de grond begraven gelegen. Nu hebben ze me opgegraven en mij gereconstrueerd. Aan de hand van mijn skelet hebben ze me gemaakt, zoals ik er 4500 jaar geleden uitzag.
Mijn gebied herken ik niet meer, alles is veranderd. Daar wil ik alles van weten.
Ik snap niet hoe het komt dat mijn landschap zo veranderd is.
Ik heb zoveel vragen aan jullie!
Kunnen jullie me helpen om te begrijpen wat er in die 4500 jaar gebeurd is?

De vragen van Cees de Steentijdman
‘Ik zie een dijk om Westfriesland liggen. Mij is verteld dat hij de Westfriese Omringdijk heet.
1. Hoe is die dijk daar gekomen?
2. Hoe lang is de dijk eigenlijk?
3. Lag hij altijd al op deze plaats?
4. Wanneer is hij daar gekomen?
5. Hoe kan het dat jullie gebied, Westfriesland, onder zeespiegelniveau ligt?
6. Nu het land zo laag ligt, onder zeeniveau, hoe krijgen jullie dat regenwater dan uit het land?
7. Mij is verteld dat jullie die rechte ‘rivieren’ sloten noemen. Hoe kan het dat die sloten zo recht zijn?
8. Hoe zijn die sloten er gekomen?
9. Waarom zijn er geen rivieren meer? Of zijn ze er nog wel?
10. Waar is de dijk van gemaakt?
11. Is de dijk overal even hoog? Zo niet, hoe kan dat dan?
12. Is de Westfriese Omringdijk weleens doorgebroken? Wanneer dan?
13. Hoe wisten de Westfriezen de dijk dan weer te herstellen? Hoe dichtten ze het gat in de dijk?
14. Hoe komt het dat er zoveel bochten in de dijk zijn?
15. Wanneer was de laatste grote dijkdoorbraak?’ (Lees het verhaal: De laatste grote dijkdoorbraak bij Scharwoude.)

Cees de Steentijdman vertelt
Dit zijn een boel vragen, ik hoop dat jullie me de antwoorden kunnen geven.
Maar laat ik eerst iets over mezelf vertellen, over mijn tijd, de tijd waarin ik leefde:
Ik ben Cees de Steentijdman, zo noemen ze me nù, mijn eigen naam ben ik vergeten. Wel kan ik j ullie vertellen hoe ik vroeger leefde, vroeger in de steentijd.

Met een aantal boerenfamilies woonde ik in een kweldergebied, dat nu Westfriesland heet. Kwelders liggen wat hoger in het landschap ten opzichte van het zeewater. Bijna altijd kun je daar droog leven. Rondom de kwelders waren kreekgeulen, kreekruggen en rietmoerassen. Door de geulen drong de zee bij vloed diep het land in, bij eb trok het zeewater zich weer terug.
We roken de lekkere zilte lucht van de zee, hoorden het geluid van vogels in de lucht en konden heel ver kijken, we voelden ons fijn in het gebied. Bij storm proefden we het zout van de zee op onze lippen.
Ik woonde met mijn familie - vader, moeder, vrouw en kinderen - het hele jaar door, alle seizoenen, op dezelfde plek in een huis. Dat huis hadden we gemaakt van hout.
Veel bomen groeiden er niet in ons kweldergebied. Soms kwam een boom aandrijven, dat was mooi, die konden we goed gebruiken. We maakten er houten palen van, die staken we in de grond. Die palen werden het staketsel, het geraamte van het huis. De muren maakten we van gevlochten wilgen- of hazelaartakken. Deze wanden smeerden we aan met leem, met klei. Het dak bedekten we met riet.

We leefden van de zee, de landbouw en de jacht. We hadden voedsel in overvloed. We hadden ook zomerverblijven. Daar overnachtten wij mannen als we een aantal weken verder weg waren om te jagen.
De zee was dichtbij. Van gebogen takken maakten we de spanten voor een kano, die bespanden we met waterdichte zeehondenhuiden. Daarmee gingen we in de winter de zee op om schelvis te vissen. Verder weg van huis vingen we kabeljauw en we jaagden op zeehonden.
In het vroege voorjaar hadden we weinig te eten, want dan groeide er nog niks op het land. Dan aten we vooral mosselen en oesters, die konden we wél vangen of plukken.


Met het eergetouw, de voorloper van de ploeg werden voren in de grond getrokken.

In april konden we weer zaaien: graan en vlas. Daarvoor moesten we eerst voren in de akker trekken. Runderen trokken het eergetouw, (de voorloper van de ploeg) die ik gemaakt had. In deze kerven of gleuven konden de zaden goed in de akker terechtkomen. Oh, wat was dat mooi werk.
Als de eerste planten boven de grond kwamen waren we zo blij, want dat gaf hoop op een goede oogst.
Van het graan kookten de vrouwen pap ook bakten ze er platte broden van. Van het vlas maakten ze linnen voor onze kleding. We droegen ook kleren van dierenhuiden, dat was lekker warm.

Zo ging het ieder jaar: lente, zomer, herfst en winter.
Nu weten jullie een boel van mij van de manier waarop ik leefde.
Je kunt me vinden in het Huis van Hilde, het Archeologisch Depot van Noord-Holland in Castricum. Daar vind je ook een heleboel voorwerpen uit mijn tijd.’

Filmpje over kwelders, 1.13 minuten

Lees de informatie over ‘Dijken, land en water’, daarin vind je veel antwoorden op de vragen van Cees de Steentijdman.

 

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.