Westfries Genootschap
Leskist Kijk de Dijk

 



Westfries Genootschap » Kijk de Dijk » Voor de leerkracht

In de omarming van de Westfriese Omringdijk

Voor de leerkracht

c. Lesopzet

De leskist kan bij alle sub-thema's gestart worden, dit naar keuze van de leerkracht of van de leerlingen. De leskist kent de volgende lesopzet.

a. Er wordt een onderwerp gekozen, bijvoorbeeld archeologie.

b. Algemene oriëntatie op en introductie van het gekozen onderwerp. Het gaat om het activeren van de huidige kennis door de leerkracht, bedoeld om de leerlingen te motiveren. Bij voorbeeld: de leerkracht of leerlingen hebben opgegraven scherven of andere opgegraven voorwerpen meegenomen, deze kunnen ook uit de leskist komen. Deze voorwerpen worden benoemd en besproken.
Ook kunnen gebeurtenissen uit de directe omgeving passend bij het onderwerp als begin worden genomen.

c. De leerkracht kan inventariseren wat de leerlingen al weten en ook wat ze willen weten over het gekozen sub-thema. Aan de hand van het gesprek, kan duidelijk worden wat ze willen onderzoeken. Het T-schema is hierbij behulpzaam.:

Wat weet ik al
Onze school staat onder zeespiegelniveau.

We hebben toch droge voeten.
Wat wil ik weten
Hoeveel lager?

Hoe wordt het regenwater afgevoerd?

d. Als na de inventarisatie duidelijk is wat de leerling wil weten kan er een lijstje worden samengesteld van onderzoeksvragen passend bij het onderwerp.
Bijvoorbeeld bij het onderwerp Dijken, land en water:
- Welke binnendijken die ons beschermen bij een dijkdoorbraak zijn er in de buurt?
- Waar is te zien dat er een dijkdoorbraak is geweest?
- Waar is het hoogste punt in Westfriesland?
- Wie is er in Westfriesland belast met de bescherming tegen het buitenwater?
- Welke maatregelen zijn er in Westfriesland genomen die ons beschermen tegen de gevolgen van hevige regenval? Waar zijn die te zien?

e. Gezamenlijk bespreken van de onderzoeksvragen in relatie met het onderwerp.
- Begrijpen we de vragen?
- Wie kan er iets over zeggen?
- Wat weten we?
- Wat willen we weten?

f. Het is van belang om vooral met de eigen onderzoeksvragen van de leerlingen aan de gang te gaan.
Per sub-thema zijn bovendien onder activiteiten, opdrachten en presentatie allerlei suggesties en mogelijkheden aangegeven.

g. De opbouw van de sub-thema’s begint bij ‘introductie’ daarna ‘informatie’ en vervolgens de ‘activiteiten, opdrachten, presentatie’.

• De introductie is bedoeld om bij de leerlingen de motivatie op te wekken. Er wordt in de introductie begonnen met een verhaal of met vragen om voorkennis te activeren.

• In het informatiegedeelte staat de kennis,
bij het thema Archeologie ingeleid met verhalen uit de verschillende tijdvakken.
Bij het thema Dijken, land, water na een korte inleiding de tijd vanaf de ontginning.
Bij ‘Van kloin naar groôt’, de levensloop van de Westfries, kan een familie in verschillende stadia van zijn leven gevolgd worden. Dit is gedaan om de Westfriese cultuur dicht bij de kinderen te brengen.

• Na de eigen onderzoeksvragen geven de activiteiten suggesties voor de leerkracht en leerlingen om de stof te verwerken en zich er in te verdiepen. De leerlingen kunnen zelf een keuze maken op basis van hun interesse, alleen, in tweetallen of in een groepje. Dit kan volgens het eerder genoemde principe: wat weet ik al en wat wil ik weten.

• Linken
In het hele programma van de leskist zijn linken aangegeven voor meer achtergrondinformatie voor de leerkracht en extra leerstof voor de leerlingen.
Hiermee komt de leskist tegemoet aan talentontwikkeling.

• Verhalen
In een aparte map staan veel verhalen. Veel informatie is in verhaalvorm in de leskist te vinden. Op deze manier kunnen de leerlingen zich in de tijd inleven. Meestal gaan de verhalen over historische gebeurtenissen waarin kinderen de hoofdrol spelen. De leerlingen kunnen zich met hen identificeren. Deze verhalen passen bij de sub-thema’s. In alle lesonderdelen worden linken aangegeven, de inleidende verhalen worden meerdere malen afgebroken met een cliffhanger.

h. Eropuit
Het overzicht van musea, oudheidkamers en historische verenigingen biedt de mogelijkheid de plaatselijke historie te leren kennen en een deskundige in de klas uit te nodigen.

i. Op basis van de onderzoeksvragen kunnen de kinderen doelbewust op onderzoek gaan en ervaren dat hun eigen leefomgeving veel cultuurhistorische informatie bevat.
j. Deskundige in de klas.
De leerkracht en/of leerlingen kunnen een Westfriese man of vrouw vragen die veel afweet van het onderwerp en daar graag in geuren en kleuren over vertelt.

Eropuit
De eropuit mogelijkheden zijn één van de waardevolle activiteiten van Kijk de Dijk. Ze verdiepen de activiteiten in de klas en breiden ze uit.
De kinderen beleven de onderwerpen; de theorie wordt praktijk. Ze gaan met andere ogen naar hun omgeving kijken. Ze kunnen allerlei ontdekkingen doen waar ze daarvoor aan voorbij gingen, ze leren bewust kijken en zien hoe interessant hun omgeving is.
De klas kan een dijk opgaan, vaar- of fietstochten maken, veldonderzoek doen, bijvoorbeeld naar de waterstand, wandelingen in de buurt maken. Ze kunnen in hun vrije tijd interviews afnemen bijvoorbeeld over het leven van oudere Westfriezen, of zo iemand als deskundige in de klas uitnodigen.
Wanneer u met de klas een museum wilt bezoeken, informeer dan vooraf naar openingstijden, toegangsprijzen, bereikbaarheid, de beste tijd om met kinderen te komen en speciale programma’s (met lesbrieven) die het bezoek voor kinderen boeiender maken. (Zie de lijst met historische verenigingen en musea)

Deskundige in de klas
Bij de sub-thema’s is het uitnodigen van een deskundige gast in de klas één van de waardevolle activiteiten.
Het kan een onderdeel worden van de cultuur in de klas, waarbij het van belang is goed na te denken over het bezoek.
De meeste steden en dorpen in Westfriesland hebben een historische vereniging waar de scholen een beroep op kunnen doen om het onderwerp levendig te maken en zodoende de interesse te verdiepen. De kinderen spelen van meet af aan een belangrijke rol.
Nadat helder is geworden met welke onderzoeksvragen zij aan de slag willen gaan, volgt een oriëntatie op de bronnen:
‘Hoe vinden we een antwoord op deze vragen?’
Als een deskundige uitgenodigd gaat worden is een goede voorbereiding op het gesprek noodzakelijk.

Deskundige in de klas uitnodigen: een mogelijke voorbereiding:
• Waarom deze gast?
• Welke vragen hebben we al? Welke voegen we toe?
• Wat is een geschikt moment voor het bezoek?
• Hoe lang zal het bezoek duren?
• Zijn er kosten?
• Hoe nodigen we de gast uit?
• Wat zeggen of schrijven we?
• Hoe ontvangen we onze gast?
• Wie stellen de vragen?
• Wie heeft de gespreksleiding?
• Hoe verloopt het bezoek?
• Doen we zelf iets voor de gast? (bijvoorbeeld: een verslag? Een lied?) Koffie of thee? Een cadeau?
• Maken we aantekeningen?
• Maken we foto's?
• Schrijven we een bedankbrief?

In de periode tussen de voorbereidingen en ontvangst heeft de leerkracht een gesprek met de gast en geeft eventuele adviezen (bijvoorbeeld: tot de hele groep richten; voorbeelden / materialen gebruiken die mogelijk enige tijd in de klas mogen blijven).
Wanneer regelmatig gasten worden uitgenodigd is het aanleggen van een ‘gastenboek’ het overwegen waard. In het boek komt dan het plan van aanpak voor de voorbereidingsfase (zie boven) en een lijst met uitgenodigde gasten. Vervolgens krijgen de verslagen een plaats in het boek. Mogelijk wil de gast zelf ook nog een korte terugblik schrijven.

Pedagogische-didactische verantwoording
De pedagogische-didactische aspecten van Kijk de Dijk sluiten aan bij recente ontwikkelingen in het onderwijs met name op het terrein van de wereldoriëntatie in de bovenbouw van het basisonderwijs. De leerlingen krijgen meer belangstelling voor hun directe omgeving en zijn gemotiveerd die te onderzoeken, dit stimuleert hun werkhouding. Onderwijspedagogisch is het wenselijk dat leerlingen zich actief kennis eigen maken.
In de klas wordt een thema behandeld, de kinderen bedenken met elkaar vragen. Wat willen ze weten, waar liggen hun interesses, hun behoeften, wat willen ze onderzoeken? Ze worden aangespoord samen antwoorden te vinden. Hoe? Door ter plaatse gericht kijken tijdens eropuit mogelijkheden, de plaatselijke historische verenigingen in te schakelen, een deskundige gast in de klas uit te nodigen, interviews te houden, op internet en in boeken te zoeken.
Het is onderwijs op een uitdagende actieve manier, met alle zintuigen, geschikt voor alle leerstijlen. Kinderen laten een grote betrokkenheid zien, ze ontwikkelen initiatieven, er ontstaat plezier.

Relatie met de leergebiedspecifieke kerndoelen van het basisonderwijs
In relatie tot het onderwijsaanbod op de basisschool is het leergebiedspecifieke kerndoel ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ goed te verbinden aan de leskist. In de leskist zitten de aandachtsgebieden verweven: mens en samenleving, natuur en techniek, ruimte, tijd, aardrijkskunde, geschiedenis, milieu, gezond en redzaam gedrag, kunstzinnige vorming, taal en rekenen.
De leskist Kijk de Dijk zal het cultuurhistorisch besef bij kinderen op basisscholen in Westfriesland intensiveren en ontwikkelen.

Leerstofoverstijgende kerndoelen
Naast de leergebied specifieke kerndoelen biedt de leskist door zijn opzet met onderzoeksvragen en belevingsopdrachten impliciet allerlei leerstofoverstijgende kerndoelen met ontwikkelingskansen zoals:
doelen formuleren, samenwerken, plannen maken, probleem oplossen en redeneren, uitbreiding van woorden en begrippen.
De kinderen krijgen inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van het landschap in Westfriesland door de eeuwen heen: oorzaak en gevolg.

 

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.