Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Commissie Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Olie, Andries (1861-1926)

Olie, Andries, (1861-1926)

Grondlegger muziekonderwijs in Niedorp en Langedijk

Andries Olie zag het levenslicht op Terdiek, niet ver van de Langereis onder Nieuwe Niedorp. Hij kwam op 26 februari 1861 op deze wereld in het gezin van Jan Olie en Aafje Brands. Het gezin had al twee zoontjes: Dirk, vernoemd naar Dirk Olie en Krijn, die de naam van opa Krijn Brands had gekregen. De naam Andries kwam wel in de familie voor. De vader van opa Krijn heette zo.
Ná Andries zagen nog een jongen en een meisje het levenslicht, maar beiden stierven jong. In 1865 en 1868 kwamen nog een keer een Albert en een Trijntje ter wereld, zodat we uitkomen op een gezin met vijf kinderen.
Vader Jan Olie was eerst landbouwer en daarna winkelier. Kennelijk zaten er wat pedagogische kwaliteiten in de Olie's want jongere broer Albert zou later schoolhoofd in de Zijpe worden.

Met de hondenkar.
Uit de jonge jaren van Andries Olie is niet zoveel bekend. We weten dat zijn vader later kruidenier was en dat zoon Andries met een hondenkar de waren uitventte, tot in de Morrebok (Moerbeek) aan toe. Hij zal dus in eerste instantie in de middenstand hebben gezeten. Muziek werd pas later zijn hoofdbron van inkomsten.
Op eigen kracht leerde hij zichzelf vioolspelen. Ter vervolmaking volgde hij later viool- en pianolessen in Alkmaar. Hij beheerste het op een gegeven moment zodanig goed dat hij met een maat van hem op kermissen ging spelen. Niet dat hij dit zo leuk vond. Integendeel, het vele drinken achtte hij maar een dom vermaak. Ook het ophalen van de danscenten vond hij een crime. Hij was dan ook erg blij toen dit later werd vervangen door entree waaruit ook de muziek werd betaald.
Over zanglessen las Andries diverse boeken en ter vervolmaking van zijn vioolspel volgde hij muzieklessen in Alkmaar. Hier leerde hij ook piano en cello spelen.

Muziekmeester.
In 1892 overleed vader Jan. Moeder Aafje hield nog enkele jaren de kruidenierswinkel aan, samen met haar ongetrouwde kinderen Andries en Trijntje die toen respectievelijk 31 en 24 jaar oud waren. In 1898 trouwde Trijntje met schipper Theunis van der Molen. Andries was getuige bij dit huwelijk en gaf toen als beroep op: muziekmeester. Het wijst er op dat hij toen muziek tot zijn hoofdinkomen had gemaakt.
Een advertentie uit november 1899 leert ons dat er een uitvoering werd gegeven door het Strijkorkest ‘De Kleine Kapel’ in de concertzaal van de heer P. Haringhuizen. Het orkest stond onder leiding van A. Olie en er was een solist J. Sluis uit Amsterdam.
Zuster Trijntje en zwager Teunis gingen wonen in het voorste deel van het ouderlijk huis, dat vroeger als winkeltje dienst had gedaan. Het was een vrij lang huis, waardoor Andries en zijn moeder achterin nog voldoende ruimte hadden om te wonen. Muziekles gaf Andries evenwel in een houten behuizing die geplaatst was in de bessentuin achter het huis. Langs de lange zijden van deze muziektent waren banken opgesteld. Halverwege stond een schoolbord met daarvóór een kleinere bank. Om die zitplaatsen werd door de leerlingen het meest gevochten. Vooral 's zomers met warm weer keek menig leerling wel eens verlangend de bessentuin in. Soms, als er niet zoveel leerlingen op les waren, mochten ze wel eens even de bessentuin in of kregen ze na de les wat bessen op servetjes van oude kranten.
Olie komt over als een onvermoeibaar man als het gaat om muziek. Naast het geven van les in viool, piano en zang studeerde hij zelf tot diep in de nacht. Met een klein olielampje begaf hij zich dan van de muziektent naar het huis. Schoenen gingen uit om ‘ootje’ niet te wekken. Hij rubriceerde zelf bladmuziek, deed er keurige kaftjes omheen met etiketjes en legde zo een complete muziekbibliotheek aan. Hieruit werd aan de leerlingen uitgeleend.

Financiën.
Voor zanglessen rekende hij ƒ 0,75 per kwartaal. Piano- en vioolles was aanzienlijk duurder:
ƒ 7,50 per kwartaal. Uit verschillende advertenties in de Schager Courant blijkt dat hij in 1893 al begon met het geven van voordrachtsoefeningen met vaak groepen van rond de veertig kinderen. Deze uitvoeringen werden gegeven in de plaatselijke lokaliteiten van Kaan en Haringhuizen.
Vanaf 1908 treffen we advertenties aan voor Voordrachtsoefeningen in het lokaal van D. Stam in Noord-Scharwoude (Café De Burg). Olie had toen zijn terrein verlegd naar Langedijk en had in die tijd hulp van mejuffrouw Bregje Speets uit Lutjewinkel. Vier jaar eerder wordt zij nog genoemd als zijn beste leerlinge.

Huwelijk en verhuizing.
Op 50-jarige leeftijd, om precies te zijn op 14 september 1911, trouwde Andries Olie in Wognum met de twaalf jaar jongere Aaltje Melling die geboren was in Oudendijk. Moeder Aafje was in 1909 overleden en het is aannemelijk dat zijn zuster en zwager de wens te kennen hebben gegeven het hele huis te willen bewonen. Olie verhuisde in september 1911 officieel van Nieuwe Niedorp naar Zuid-Scharwoude en in dezelfde maand opende het kersverse echtpaar de Langedijker Muziekschool in Zuid-Scharwoude. Het is onduidelijk waarom persé gekozen is voor verhuizing naar de Langedijk. Een paar jaar daarvoor lagen er al contacten die deze keuze kennelijk hebben beïnvloed. Het muziekonderwijs in Nieuwe Niedorp werd evenwel niet afgebroken. Op maandag en vrijdag was er les in Zuid-Scharwoude en op de woensdag en zaterdag in Nieuwe Niedorp.
Het huis, annex klaslokaal, van het echtpaar Olie was gebouwd op een stuk grond dat toebehoord had aan notaris Duker. De grote villa van de notaris was grotendeels afgebrand en niet meer compleet opgebouwd. Op de gevel van de woning (nu Dorpsstraat 390 en 392) kwam een groot bord te hangen met de tekst: LANGEDIJKER MUZIEKSCHOOL.

Zanglessen.
Gedurende een kleine vijftien jaar hebben Andries en Aaltje Olie les gegeven aan ettelijke Langedijker kinderen. Mevrouw Olie bespeelde het harmonium tijdens de zanglessen. De eerste twee jaar was Bregje Speets nog muziekdocente, maar uit een advertentie uit 1913 komt duidelijk naar voren dat de samenwerking met Olie was gestopt. Mej. Speets verhuisde in 1915 naar Oudkarspel en in de jaren '30 naar Noord-Scharwoude, waar zij ook muziekonderricht gaf.
Ondanks, of misschien wel dankzij het feit dat Andries Olie autodidact was, had hij de gave om kinderen muziek op een zodanige wijze bij te brengen dat zij het geleerde nooit vergaten. Hij hanteerde de solfège methode waarbij hij steevast ‘sol’ als ‘sal’ uitsprak. Daarnaast bediende hij zich van ezelsbruggetjes voor de jongste leerlingen om de maat te tellen. Zoals:

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
Annemie de Lapper kwam me tegen.

en

Dan heb ik nog zo'n geitebok,
Daar rijdt mijn kleine jongen op, van 1,2,3.

Hoe hij alles zelf ervoer, valt op te maken uit een brief die hij in 1925 stuurde aan het gezin van de schrijver Cor Bruijn. Een bezoekje zat er niet in, schreef hij. Zowel hij als zijn vrouw hadden het nog bijzonder druk met lesgeven en de voorbereidingen voor een voordrachtsoefening. Uit de brief blijkt dat Olie het gebrachte tamelijk lichte kost vond. ‘Leerlingen die mooi spel kunnen geven, heb ik maar weinige meer, doch gelukkig zijn de verdiensten er niet minder om, al hebben de meeste leerlingen een paar graden of meer tekort muzikaliteit. Wanneer je de minder begaafde leerlingen zou willen wegdoen dan hield je nog minder dan de helft over’ zo staat in zijn brief te lezen.

Recensies.
Van de uitvoeringen in De Roode Leeuw in Zuid-Scharwoude werd in de Langendijker Courant verslag gedaan. Dit gebeurde op de wat lichtelijk overtrokken manier van die tijd. In 1925 valt te lezen: ‘Om blij het leven door te treden, behoeft men groote schatten niet. Ziedaar een bekende waarheid die wij allen weten, maar nog nooit heeft haar schoonheid me zoo getroffen als Zaterdagavond in den Kolfbaan van den heer Kramer, bij het luisteren naar de lieve, frissche kinderstemmen der leerlingen van Mijnheer Olie.’

Het zou de laatste uitvoering zijn. Op 7 januari 1926 overleed Andries Olie plotseling op 64-jarige leeftijd. In de reeds genoemde Langendijker Courant verscheen een klein berichtje dat de school wellicht zou worden voortgezet door een leerling. Hiervan is evenwel nooit een tastbaar bewijs gevonden. Andries Olie heeft zonder meer bij diverse jongens en meisjes de basis gelegd voor de liefde voor muziek. We kunnen hem daar alleen maar dankbaar voor zijn.
Aaltje Olie-Melling overleefde haar man nog ettelijke jaren. Nog verscheidene jaren bleef zij de oude muziekschool bewonen. Later werd het pand verkocht en verbouwd tot een dubbele woning. Mevrouw Olie overleed op 2 juli 1971 te Alkmaar op de gezegende leeftijd van 98 jaar.

Een boek over Andries Olie.
De relatie tussen Andries Olie en de schrijver Cor Bruijn werd al genoemd. Maartje de Vries, de vrouw van Cor Bruijn, had haar eerste vioolles van Andries ontvangen toen zij met een hondenkar vanuit de Moerbeek naar Nieuwe Niedorp reed. Deze gegevens waren later voor Cor Bruijn aanleiding om een roman te schrijven over de muziekmeester. In het voorjaar van 1929 werd namelijk aan Cor gevraagd, of hij een vervolgverhaal wilde schrijven voor de “Zaanlander”, een plaatselijk dagblad. Dat leek hem wel wat, dus schreef hij het boek “Muziekmeester Adriaan”, dat speelt in de Zaanstreek. Het boek speelt dan wel aan de Zaan, maar bij het lezen duikt heel duidelijk de figuur van Andries Olie op. Zo is op een heel andere wijze de herinnering aan de muziekonderwijzer uit Nieuwe Niedorp en Zuid-Scharwoude bewaard gebleven.

Bronnen: Cor Oudendijk, Wie was eigenlijk Andries Olie?, in WFON, 1993, p. 107 t/m 111.

Gegevens aangeleverd door: Cor Oudendijk te Oudkarspel, namens Stichting Langedijker Verleden, 2011.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.