Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Commissie Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Brandt, Geeraerdt (1626-1685)

Brandt, Geeraerdt (1626-1685)

Dominee, letterkundige en historieschrijver

Geboren op 25 juli 1626 te Amsterdam als zoon van een horlogemaker en fijntechnicus die ook Geeraert Brandt heette en hij kreeg daarom vaak ‘junior’ of ‘de jonge’ aan zijn achternaam toegevoegd. Zijn moeder heette Kornelia (Neeltje) Jeroens (of: Jeruens). Hun huwelijk was uit 1623 en Geeraerdt was de oudste van acht kinderen.
Zijn literaire begaafdheid en belangstelling werd al spoedig opgemerkt door de beroemde Caspar van Baerle oftewel Barlaeus (1584-1648) die, als remonstrants dominee afkomstig uit Antwerpen, na een jaar hoogleraar in Leiden te zijn geweest (1618-1619) sinds 1632 in Amsterdam het literaire leven mede bepaalde.

Obsceen gruwelstuk
De jonge Brandt -die ook goed kon tekenen- had al op zeventienjarige leeftijd (1644) een toneelstuk vervaardigd ‘De Veinzende Torquatus’, een nogal obsceen gruwelstuk dat wel in 1645 werd opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg maar dat later door hemzelf onfatsoenlijk werd geacht. Toen hij dan ook in 1652 trouwde met Barlaeus' dochter Suzanna, nam hij afstand van deze jeugdzonde en ‘bekeerde’ hij zich tot de studie theologie aan het Remonstrants seminarium om dominee te worden. Enkele jaren daarvoor (1648) had hij bij de viering van de Vrede van Munster in Amsterdam algemeen gewaardeerde opschriften gemaakt die op houten borden de Dam versierden. Bovendien had hij bij die gelegenheid een rijmloos gedicht uitgegeven “Op het sluiten der Eeuwige Vrede”, dat in literaire kringen aanleiding gaf tot hele discussies over de noodzaak en het nut van rijm in poëzie, waarbij door hem en anderen de stelling werd verdedigd dat het rijm vroeger nuttig was geweest als geheugensteun voor voordragers, maar dat gedichten ook zonder rijm volop alle schoonheid van maat, klank, diepgang en ritme konden bevatten, zoals bij de Klassieken. Deze stelling verloor uiteindelijk haar bijval door de invloed van het Franse ‘dwangmodel’ dat mode werd en doordat het gevolg ervan was dat er te veel zinloze en ongemakkelijk enjambementen van kwamen die de voordracht bemoeilijkten.

Lijkdicht op Frederik Hendrik
Toch bleef Brandt lange tijd een verdediger van deze mogelijkheid en bracht hijzelf nog twee rijmloze gedichten uit: een lijkdicht op Frederik Hendrik en “De tranen van den Apostel Petrus”. Zijn bekendheid in letterkundige kringen was toen al op gang gekomen doordat hij in 1647 de (hekel)dichten van Vondel had gepubliceerd met een afkeurende ‘Voorrede’ waardoor hij zijn aanvankelijke vriendschap met deze voorlopig verspeelde. Na de dood van zijn aanstaande schoonvader nam hij enkele van diens gedichten op in zijn uitgave van “Verscheyde Nederduytsche Gedichten” (1651-1653).

Lijkrede op Pieter Cornelisz. Hooft
Uit 1647 stamt zijn beroemde lijkrede op de grote dichter Pieter Cornelisz. Hooft, in de Amsterdamse Schouwburg op 28 mei 1647 voorgedragen door de acteur Adam van Zjernes (of: Germez). In 1649 gaf N. A. Borremans te Rotterdam Brandts Gedichten uit zonder diens medeweten. Ter correctie deed hijzelf in 1664-1665 zijn Stichtelijke Gedichten het licht zien.

Huwelijk
Barlaeus' dochter Suzanna (1622-1674) was -net als haar naamgenote en (misschien) nichtje, Constantijn Huygens' vrouw,- een begaafde vrouw: intelligent en ontwikkeld, muzikaal, zanglustig en poëtisch creatief. Brandt trouwde haar in 1652 en betrok met haar de pastorie van Nieuwkoop. Ze kregen twee dochters en drie zonen: Katharina (later getrouwd met Frans de Haes in Rotterdam, hun zoon Joan werd Brandts biograaf in 1712, uitgegeven in 1740), Suzanna (later getrouwd met Jacob van Merken), Caspar en Geeraert (beiden dominee o.a. in Rotterdam, de eerste ook nog kort (1678) in Hoorn) en Joannes (ds. in 's-Gravenhage).

Dominee in Hoorn
Van 1660 tot 1667 was vader Brandt (voortaan: senior) remonstrants dominee in Hoorn. Daar was de dominantie van de Calvinisten en de Mauritsaanhangers (waar Brandt zich aan had geërgerd) langzamerhand voorbij zodat de Remonstrantse kerk aan de Ramen zich niet langer verborgen hoefde te houden. Tijdens zijn verblijf in Hoorn verdiepte Brandt zich in de geschiedenis van de Reformatie. Meer in het algemeen in die van de Nederlanden, meer in het bijzonder in die van Enkhuizen. Niet in die van Hoorn omdat Velius daarin al had voorzien en Enkhuizen sterker een Geuzenstad was geweest. Dit resulteerde uiteindelijk in twee uitgaven die pas het licht zagen nadat de schrijver in 1667 naar Amsterdam was verhuisd: De Historie van de vermaerde Zee- en Koopstadt Enkhuizen (1671) en -zijn meesterwerk- De Historie van de Reformatie (in de Nederlanden) (delen 1 en 2 in 1671-1674; delen 3 en 4 door zijn zoon Johannes in 1704). Voor dit boek werd door de Gereformeerde Synode wel gewaarschuwd, maar er kwam geen officieel verbod. In 1676 werd de vriendschap met Vondel hersteld zodat de beroemde biografie die Brandt over hem schreef in 1682 uit kon komen. In Vondels laatste jaren (hij stierf in 1679) is Brandt een grote steun voor hem geweest. Daarvóór was Hoofts levensbeschrijving door Brandt al verschenen, in 1677. Er kwam ook een biografie van Van Oldenbarneveldt, Hoogerbeets en Hugo de Groot (van de laatste gaf Brandt ook de ‘Gedichten’ uit in 1683) en tenslotte van Michiel de Ruyter (onvoltooid, verschenen in 1687).

Epigrammen en gelegenheidsgedichten
Brandt schreef ook epigrammen en gelegenheidsgedichten. Zijn prozawerken zijn vlot leesbaar en verre van saai: hij stak Hooft naar de kroon die -beter en grondiger geïnformeerd- door Tacitus na te volgen tot een ingewikkeld en zwaarwichtig proza kwam dat niet meer door velen gelezen wordt.
Brandts geliefde vrouw, Suzanna van Baerle, stierf in 1674. Een jaar later vond hij een tweede echtgenote, Katharina van Zorgen, maar dit huwelijk bleef kinderloos. Hij stierf in Rotterdam, waar de meeste van zijn kinderen woonden, op 12 oktober 1685 en werd begraven bij zijn inmiddels overleden zoon Geerard in de Franciscuskerk te Rotterdam. Drie jaar later werden zijn gedichten uitgegeven onder de titel “Poëzy”. Enkhuizen is zijn naam en verdiensten voor de stad niet vergeten: iedere bewoner kent de Geeraerdt Brandtweg.
Geen Westfries, maar op meerdere wijzen bij West-Friesland betrokken, komt Geeraerdt (of: Geeraar(d)t) Brandt een plaats toe in dit Westfries Biografisch Woordenboek.

Literatuur: J. de Haes: Het leven van Geeraert Brandt (1712, gedrukt in 1740 bij Kornelis Boucquet in ‘s Gravenhage)
Portret: Geeraardt Brandt door M. Musscher en P. van Gunst met onderschrift door A. Moonen

Publicaties: De werken van Geeraerdt Brandt ed. 1704 met daarin ‘Het leven van Geeraerdt Brandt de jonge’.

Gegevens aangeleverd en bewerkt door: Gerard Weel te Hoorn (2012).

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.