Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Commissie Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Kraakman, Jan (1905-1978)

Kraakman, Jan (1905-1978)
bron: part. collectie

Pastoor-deken van Alkmaar en kanunnik

Geboren te Akersloot op 16 mei 1905. Overleden te Hoorn op 20 juli 1978.
Jan, de latere monseigneur, werd in de nacht van 15 op 16 mei 1905 geboren op de Joanneshoeve te Boekel-Akersloot. In zeer droevige omstandigheden: zijn vader - die ook Jan heette (1878-1905, Jan van Grietje Kapteyn en Dorus Kraakman) en enige zoon was - was twee dagen eerder op 27-jarige leeftijd overleden en stond dus nog “over huis” toen zijn vrouw Catharina Kraakman-Koopman (1881-1941) haar eerste zoon kreeg, daags voor haar 24ste verjaardag. Zij was als 'Trien van de burgemeester' afkomstig van Wervershoof (dochter van burgemeester Jacob Koopman 1877-1913 en Ant Groot) en had zich haar leven in Akersloot heel anders voorgesteld. Maar gelukkig was haar Jan jr. een gezond en veelbelovend kind. Hij zou op de school van meester Sernee goed mee kunnen.

Wervershoof
Inmiddels, in 1911, had Jans moeder besloten te hertrouwen met een stevige Akersloter die bij haar op het bedrijf werkte: Floris Schoorl. Het kwam tot een huwelijk waaruit in Akersloot al drie kinderen werden geboren: Corrie (1911-1972) en een tweeling Margaretha I en Divera I (1912-1913) die maar een ruim half jaar leefde. Het gezin verhuisde in 1913 naar de stolpboerderij op Dorpsstraat 83 in Wervershoof waar Triens oudste broer Kees (de latere voorzitter van de Coöp. Vereniging 'Zuivelfabriek Eensgezindheid') tot dan toe had gewoond. Zijn 'achtergrond' was voortaan dus Wervershoof. Hij volgde er de hogere klassen van de lagere school en wilde priester worden.

Seminarie
Jan meldde zich in september 1918 op het seminarie Hageveld in Voorhout. Hij bleek een uitstekend student en was - hoewel geen allemansvriend - zeer gezien bij zijn klasgenoten omdat hij sociaal en recht-door-zee was. Soms vond men hem wat in zichzelf gekeerd en bezig met zijn eigen geestelijke wereld. In 1924 ging hij over naar het Groot-Seminarie in Warmond. Hij studeerde daar philosophie en theologie, studies die hem goed lagen.

Priester
Zijn priesterwijding vond plaats op zondag 14 juli 1929 door Mgr. Aengenent in de kapel van het Haarlemse ziekenhuis St. Jan de Deo. Zijn eerste plechtige mis was een week later, uiteraard in Wervershoof: op zondag 21 juli. Zijn 'klas' (30 wijdelingen) stond onder de geestelijkheid bekend als een bijzondere: sommigen van zijn jaargenoten hielden verstokt vast aan de oude, vastgestelde opvattingen (zoals Westerhoven, Velzeboer, Agterof, Remmer, anderen gingen meer met hun tijd mee zoals Lautenschütz, Alkemade, Slijkerman, Schrama, Rutten en (op heel eigen manier) Verhaar. Kraakman zelf hield van het rijke Roomse leven maar men kan hem met zijn intense belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen zeker niet conservatief noemen. Uit zijn klas zijn twee bisschoppen voortgekomen: Mgr. Jansen, de eerste bisschop van het nieuwe bisdom Rotterdam en Mgr. Van Kester, missiebisschop.

Kapelaan
Op 10 augustus 1929 werd hij door bisschop Aengenent benoemd tot kapelaan in de Adrianusparochie te Langeraar. Het zwaardere werk begon twee jaar later, op 8 augustus 1931: de Posthoornparochie (Maria Onbevlekte Ontvangenis) in de Amsterdamse Haarlemmerstraat met de pastorie in de Haarlemmer Houttuinen. Daar was hij niet alleen kapelaan maar tevens moderator (= schoolpastor en katecheet) van de R-K. Kweekschool St. Antonia en godsdienstleraar op twee R-K. Ulo's: de St. Antonia en de St. Louis. Vanaf september 1933 kreeg hij allerlei geestelijk adviseurschappen van katholieke sociale verenigingen toebedeeld: daar kwam hij pas definitief vanaf toen hij in 1968 met emeritaat ging. Vanaf 1936 mocht hij daaraan bijna al zijn tijd besteden.

Den Haag
Op 21 september 1940, toen de oorlog begonnen was, kreeg hij de benoeming tot kapelaan in de voorname Jacobus de Meerdere-parochie aan de Parkstraat in Den Haag. Ook daar gecombineerd met het godsdienstleraarschap en het geestelijk adviseurschap o.a. van een katholieke actiegroep van jongeren. In 1941 kwamen daar de plaatselijke Arka en de St. Paulusgroep van de R-K. Bond voor Overheidspersoneel bij en tevens de lokale R-K. Middenstandsbond. Hij woonde op de Jacobuspastorie maar had inmiddels zijn bureau op de Paul Gabriëlstraat no. 30. Hij bleef tot het eind van de oorlog actief in deze functies.

Verzet
Toen de R.-K. bisschoppen in 1941 in hun vastenbrief (die van de bezetters niet in de parochiebladen of dagbladen mocht worden afgedrukt) waarschuwden tegen de niet-christelijke ideologieën, gaf Kraakman op 4 april in eigen beheer, maar met een evulgetur (= kerkelijke goedkeuring) van de door de bisschop gedelegeerde W. Witteman en met medewerking van drukkerij “Cedo Nulli” op het Bezuidenhout (153a, tel. 771145 staat onverschrokken op de uitgave vermeld!), zijn vijf 'conferenties' (= overwegingen) daarover uit die hij op de vastenzondagen in de parochiekerk had gehouden. Inclusief de tekst van de Vastenbrief zelf. Het keurig verzorgde boekje werd in de kerken aan de parochianen te koop aangeboden. De Sicherheidsdienst van de bezetter zal hem dit niet in dankbaarheid hebben afgenomen, want in juli 1944 was zijn positie bepaald zo riskant dat hij - mede voor de hongerwinter? - onderdook in... Wervershoof, op de boerderij van Floor Schoorl. Tot de oorlog voorbij was. Als teken van waardering voor zijn onverzettelijkheid mocht hij in 1946 in de Ridderzaal de Staten Generaal toespreken bij een plechtige oorlogsherdenkingsbijeenkomst waarin o.a. de zangeres Aafje Heijnis optrad. De grammofoonopnamen hiervan zijn nog terug te vinden in het Westfries Archief. Op 30 augustus 1949 werd hij onderscheiden met het mobilisatie-oorlogskruis.

Oorlog
Op 1 augustus 1941 stierf zijn moeder, “Trien van de burgemeester”. Ze heeft de latere ellende van de oorlog en de hongerwinter dus niet meer meegemaakt en ook niet de verwoestende brand op 1 januari 1949 waarbij de boerderij van de familie Schoorl in de as werd gelegd. Er kwam een nieuwe boerderij voor in plaats, maar ook die staat er niet meer, want die heeft plaatsgemaakt voor de uitbreiding van het bejaardenhuis in 1970. Op 14 januari 1942 vierde kapelaan-adviseur Kraakman in Den Haag zijn koperen priesterfeest maar de omstandigheden waren er niet naar daarbij groots uit te pakken.

Directeur-Adviseur
Op 4 januari 1946 werd Jan Kraakman benoemd tot diocesaan, dus voor het hele bisdom geldende, directeur van de Katholieke Actie, een soort opwekkingsbeweging om het katholieke geloof meer van binnen uit en in maatschappelijke uitwerking te gaan beleven, een functie die hij tot 21 september 1957 met verve heeft uitgeoefend. Hij bleef daarbij - geen kapelaan meer - wonen op de pastorie van de Parkstraat, ook toen hij in oktober van datzelfde jaar Algemeen Adviseur werd van de R-K. Standsverenigingen in het Bisdom Haarlem (o.a. de Vincentiusvereniging en de R-K. Centrale voor Overheidspersoneel) en later van de landelijke ARKA en KABO. In 1946 en 1948 trad hij op als censor, d.w.z. beoordelaar, van katholieke uitgaven op dit gebied: resp. de Credo-Pugno-serie in Den Haag en de Micro-reeks in Nijmegen. Nieuwe adviseurschappen volgden: in januari 1948: de plaatselijke R-K. Reisvereniging, in 1952 de landelijke. Intussen was voor ieder - ook voor hemzelf! - duidelijk geworden welk een bijzonder redenaarstalent hij had. Dat kwam hem uiteraard in zijn functies goed van pas en het ontwikkelde zich door het vele gebruik ervan.

Mandement
In datzelfde jaar werd “100 jaar Kromstaf” gevierd: de herdenking van het feit dat in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland was hersteld. Als gevolg daarvan namen de bisschoppen het initiatief een Mandement te gaan uitgeven onder de titel: “De katholiek in het openbare leven van deze tijd”. Kraakman werd samen met dr. A. Olierook (en in eerste instantie Jan van Kilsdonk, Jo Willebrands en Constant Kolfschoten) benoemd in de voorbereidende commissie waarin ook de andere bisdommen vertegenwoordigd zouden zijn. Het eerste ontwerp heette: “Over de christelijke hoop” (zie het artikel daarover van M.G. Spiertz in Trajecta 3 (1994) blz. 347 e.v.). Bisschop Huibers wilde niet dat er met benauwende verboden zou worden gesmeten en zijn adviseurs waren het daarmee roerend eens: Kraakman zou gezegd hebben dat het veel meer moest gaan om de innerlijke overtuiging. Maar uit het Limburgse kwamen heel andere geluiden: bisschop-coadjutor Hanssen en zijn vicaris Feron zetten de hoofdverantwoordelijke, bisschop Alfrink, onder druk om het Roomse volk wél te behoeden tegen “open ideeën”. Deze gaf - tegen Huibers in - als a.s. aartsbisschop de doorslag: de 'zuiderlingen' kregen gelijk met alle negatieve gevolgen vandien. Het Mandement, waar bisschop Huibers nooit gelukkig mee is geweest en zijn adviseurs ook niet, bevatte drie delen: de katholiek als gemeenschapsmens, zijn sociale en politieke taak en zijn houding tegenover het socialisme. Alles moest in eigen katholiek verband. Geen lidmaatschap van NVV, geen doorbraak (naar het socialisme), geen lidmaatschap van PvdA of Vara. Het Mandement van 30 mei 1954 werd ingetrokken in 1965.

Bisschop?
Men zegt dat Kraakman mede hierom in 1958, inmiddels deken van Alkmaar, werd afgevoerd als kandidaat om Huibers op te volgen als bisschop, terwijl hij volgens bepaalde persberichten wel op de voordracht stond. Hijzelf spotte later nogal eens met deze hele zaak, maar had wel alle gedrukte berichten hierover verzameld, die hij onder embargo in het bisschoppelijk archief heeft achtergelaten. Op 14 juli 1954 vierde Kraakman zijn zilveren priesterfeest in de Parkstraatkerk, intussen algemeen gerespecteerd om zijn bezieling en wonderlijke werkkracht.

Pastoor-Deken
Op 21 september 1957 bereikte hij zijn hoogste functie: als opvolger van de hoogeerwaarde J.J.Th. Jacobs werd hij deken van Alkmaar en pastoor van de dekenale St. Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord aldaar. Op 4 oktober vond de installatie plaats. Negen jaar lang zou hij het dekenschap uitoefenen, vanaf 10 augustus 1960 gecombineerd met het kanunnikschap van het kathedrale kapittel van Haarlem, waar hij op 11 mei 1963 proost (= voorzitter) van werd. Ook zette hij zich in voor het Opbouwcentrum Dijk en Duin in Hoorn en met ingang van 19 oktober 1957 voor het St. Josephgenootschap te Alkmaar. Vanaf 28 november 1957 maakte hij deel uit van het Alkmaarse R.K. Lyceumbestuur en sinds 21 oktober 1958 van het bestuur van de Alkmaarse LTB. Tevens trad hij toe tot het bestuur van het St. Elisabeth's Gasthuis en het Katholieke Bureau voor Huwelijksaangelegenheden. Op 17 juli 1959 kwam hij in het bestuur van O.L.Vrouw ter Nood in Heiloo en op 16 september 1960 in dat van de R-K. Kostersbond.

Emeritaat
Op 18 augustus 1966 legde hij - mede omdat zijn gezondheid (zijn gehoor en zijn hart) achteruitging - het dekenschap neer. Bisschop Zwartkruis benoemde hem, om hem wat te ontlasten, op 1 mei 1967 tot erekanunnik en Paus Paulus VI eerde hem op 3 februari 1968 met het geheim kamerheerschap, waardoor hij bij gelegenheden een paarse toga mocht dragen en als monseigneur kon worden aangesproken. Toen hij na een geslaagde inwendige renovatie en herinrichting van zijn kerkgebouw - het altaar naar het midden van de kerk - het 100-jarig bestaan ervan had meebeleefd en op 17 april 1968 tot officier in de orde van Oranje Nassau was benoemd, legde hij eind april 1968 het pastoorschap neer en ging hij met emeritaat zoals toen het pensioen van geestelijken werd genoemd.

De Kraeck
Samen met zijn huisgenote die vele jaren (vanaf 1958) gastvrouw op de pastorie was geweest, Nel Kolkman (geb. 1926), vestigde hij zich in juli 1968 in... Wervershoof. Hij betrok daar huize “De Kraeck”, Olympiaweg 44. De naam van zijn huis verraadt zijn liefde voor etymologie en scheepsbouw: hij leidde zijn achternaam af van de schipsoort dat 'kraak' heet. Boven de deur verrees een opvallend geschilderd naambord dat zo'n schip weergeeft. Het hangt er nog.

Hobby's
Maar zijn actieve leven was hiermee niet voorbij. Twee hobby's kwamen nu volop tot hun recht: het maken van chronogrammen en het zich verdiepen in de lokale geschiedenis. Wat het eerste betreft: een chronicon (chronicum) of chronogram is een soort spreuk of wens in het Latijn, in het Nederlands of in een andere taal waarbij de letters die als hoofdletters de vorm hebben van een Romeins cijfer in hun getalswaarde worden opgeteld en dan een toepasselijk jaartal vormen. Een soort tijddicht of jaartalvers dus. Velen zullen zo'n kunstige en toch persoonlijke wens van hem ontvangen hebben.
Zijn tweede hobby betrof de plaatselijke geschiedenis: hij schreef vanuit “De Kraeck” verschillende boekjes en artikelen, soms wat uitgebreider - na zorgvuldige studie - soms niet uitgebreider dan een ingezonden brief. B.v. in 1975 over de Wervershoofse Werenfriduskerk, over de meelmolen “De Hoop” (1977, in 1978 opgenomen in “West Friesland Oud en Nieuw”), en over de religieuze zusters Franciskanessen c.s. in Wervershoof (1977, toen ze na bijna een eeuw vertrokken). In het plaatselijke weekblad Binding liet hij in de zeventiger jaren (rond 1975) een serie aardige en interessante artikeltjes opnemen over de geschiedenis van de omgeving.

De Sultansdochter
In die jaren speelde zich ook de wonderlijke geschiedenis af van zijn onderzoek naar Tonis Harmansz. van Wervershoef, die als “Wervershoofse dichter” bekend stond en voor wie volgens Kraakman een standbeeld moest worden opgericht. Het bleek eerder een verzamelaar te zijn geweest (zie het artikel over hem van Gerard Weel in De Skriemer van 2004). Over het beeld(je) van Jan van Druten, dat er uiteindelijk van kwam, is heel wat te doen geweest waarbij zelfs de goede naam van Kraakman in het geding was. Onlangs (2010) is het beeldje gestolen. Het is nog steeds niet teruggebracht naar het Mgr. Grentplantsoen.

Simonis en Synode
In het Westfries Archief te Hoorn bevinden zich in het dossier Kraakman (toegangsnummer 0695) drie bijzondere plakboeken, door hemzelf gemaakt. Twee behelzen de commotie rond de bisschopsbenoeming van Adrianus Simonis tot bisschop van Rotterdam op 31 januari 1971. Het is een uitgebreide documentatie: haast alle publicaties over deze zaak zijn erin opgenomen. Het derde plakboek gaat over de Bijzondere Synode van de R-K. bisschoppen van 29 juni tot 6 november 1971 in Rome. Daarbij speelde de zogenaamde Septuagint-groep een aparte rol. Kraakman volgde deze zaken kennelijk tot op de laatste dag: haast elk krantenbericht is erin terug te vinden.

Documentatie
Over de totstandkoming van het Bisschoppelijk Mandement van 1954 waar hij als vertrouweling van bisschop Huibers bij betrokken was, heeft hij - enigszins onder embargo - gepubliceerd in de Memorreeks (deel III, 1976-1977, zie Trajecta 3, 1994) van het KDC (Katholiek Documentatiecentrum) in Nijmegen, waar hij ook het een en ander heeft gedeponeerd over zijn tijd bij de Katholieke Actie en over zijn werk met en onder Haagse katholieke jongeren in de oorlogsjaren. Veel documenten hierover zijn in het Bisschoppelijk Archief van het Haarlemse Bisdom. De meeste eigen documenten van en over kapelaan-pastoor-deken-kanunnik-emeritus Kraakman zijn door Piet Koomen, de amateur-historicus van Wervershoof, ondergebracht in het Westfries Archief in Hoorn.

Overlijden
1978 - het jaar van het overlijden van twee pausen - was ook het laatste levensjaar van Jan Kraakman. Op 20 juli voelde hij zich 's morgens niet goed: het eten stond hem tegen. De dokter werd geroepen omdat het erger leek te worden en deze liet meteen een ambulance komen om hem naar het ziekenhuis in Hoorn te brengen. 's Avonds om half acht overleed hij op de hartafdeling. Op maandag 24 juli was de plechtige uitvaart in de Werenfriduskerk van Wervershoof. Hij had een mooie levensavond beleefd, afwisselend door het voorgaan in kerkdiensten en het gastheerschap bij gezellige bijeenkomsten.

Besluit
Akersloot en Wervershoof hebben een bijzonder man voorgebracht: een die zich niet liet voorstaan op zijn talenten maar die die ook niet onder stoelen en banken stak. Hij ging voorop uit innerlijke overtuiging. Hij had inhoud en hield van gezelligheid. Wie hem heeft meegemaakt zal daar dankbaar voor zijn.

Publicatie(s): Mgr. J. Th. M. Kraakman: Allerlei van Ver en Nabij, over de zusters Franciskanessen in Wervershoof 1877-1977, uitgave in eigen beheer, Wervershoof 1977.
Mgr. P.M. Verhoofstad en Mgr. J. Th. M. Kraakman: Honderd jaar St. Werenfried-kerk 1875-1975, Heiloo 1975.
J.Th.M. Kraakman, pr.: Meelmolen “De Hoop” in Wervershoof, 1977.
Zie verder: genoemde werken in deze biografie.
Voor verdere gegevens: archief Jan Kraakman, Westfries Archief te Hoorn.

Gegevens aangeleverd en bewerkt door: Gerard Weel te Hoorn (2010).

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.