Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Commissie Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Snouck van Loosen, Margaretha Maria (1807-1885)

Snouck van Loosen, Margaretha Maria (1807-1885)

Verantwoord maatschappelijk werk, stille liefdadigheid en grondlegster van het Snouck van Loosen Fonds

Margaretha Maria Snouck van Loosen, geboren te Enkhuizen op 6 september 1807 en overleden aldaar op 30 oktober 1885, is de stichteres van het Snouck van Loosen Fonds. Zij was dochter van Samuel Snouck van Loosen (1766-1839), luitenant-ter-zee, koopman, en Cornelia Petronella van Loosen (1772-1846). De familie van Loosen was in Enkhuizen een bekende regentenfamilie.

De gezusters Snouck van Loosen
Margaretha Maria was de jongste van de zes dochters van Samuel en Cornelia. Een andere dochter overleed jong. Over de opvoeding van de overige vijf is weinig bekend. Waarschijnlijk kregen ze – zoals gebruikelijk was in hun kring – thuis onderwijs en werden ze voorbereid op de taken van een gehuwde vrouw. Cornelia Eva (1801-1852) trouwde met jhr. Pieter Opperdoes Alewijn uit Hoorn. Theodora Matthia (1797-1845) met Nicolaas Quast van Rijneveld.
Na de dood van hun ouders bleef Margaretha samen met haar zusters Anthonia Meynoutje (1795-1875) en Arnoldina Ursula (1803-1876) in het met schilderijen en ander kostbaarheden gevulde grote familiehuis aan de Dijk wonen. Het 18e eeuwse interieur, ingericht door hun grootvader Dirk Elias Semeyn van Loosen, lieten ze ongewijzigd. Ze moeten een sober en zuinig leven hebben geleefd. De drie zussen gingen gekleed in eenvoudige zwarte japonnen. Een keer in de drie maanden maakten ze met een huurkoets een tochtje in de omgeving van Enkhuizen. Zoals het dames van hun stand toen betaamde verrichtten ze verantwoord maatschappelijke werk o.a. ‘stille’ liefdadigheid. Ze gaven geld voor een nieuw Diaconiehuis en richtten in de Breestraat een ‘inrichting tot het geven van godsdienstonderwijs’ op. In de Westerstraat onderhielden ze een naaischool voor meisjes, ook uit armlastige gezinnen.
Met het grote familiekapitaal gingen ze voorzichtig om. In de traditie van hun voorouders leenden ze geld aan opkomende bedrijven in Enkhuizen, zoals de zaadhandel. Toch lijken ze – als echte renteniers – een voorkeur voor beleggen in staatspapieren met een vaste rente tussen de 2 en 3% te hebben gehad.

Het testament van Margaretha Maria
Margaretha Maria overleed in 1885. Bijna ¾ van het kapitaal, ca 8 miljoen gulden, aan geld en onroerend goed in Enkhuizen en in de Beemster bracht ze onder in een fonds voor ‘Weldadige doeleinden’, het in 1890 opgerichte Snouck van Loosen Fonds.
Slechts 1,5 miljoen werd uitgekeerd in legaten aan vooral de familie. Tot eind 1893 bestreed een groep neven en nichten tevergeefs de geldigheid van dit testament.

Het testament weerspiegelt opvattingen van Margaretha en waarschijnlijk ook van haar twee zussen. Van de lokale bestuurders en kerkbesturen, die wars waren van een sociale aanpak, verwachtten ze weinig. Als leden van de hogere stand zijn ze het als hun plicht gaan zien verder verval van Enkhuizen te voorkomen. Na het uitsterven van de familie Snouck van Loosen moest het familiekapitaal hiervoor worden ingezet.

Het Snouck van Loosen Fonds
Dit fonds diende een aantal sociale voorzieningen tot stand te brengen en betaalbaar te houden. Het grote huis aan de Dijk (no 36) werd verbouwd voor 6-8 ongehuwde vrouwen of weduwen ‘van goede komaf, maar wel armlastig’. Als ongehuwde vrouwen hadden de gezusters zich het lot aan getrokken van vrouwen uit betere kringen die ongehuwd bleven en leefden in kommervolle omstandigheden. In het midden van de 19e eeuw was er in Nederland een vrouwenoverschot.
Er moesten arbeiderswoningen worden gebouwd. ‘Elke woning van behoorlijke grootte en ruimte met drie slaapplaatsen en voldoende regenwaterbak en voor lage prijzen te verhuren aan gezinnen, die door duurzame arbeidzaamheid en goed gedrag boven anderen uitmunten’. De eerste 50 werden gebouwd in het door het fonds aangelegde Snouck van Loosenpark (1897), een volkspark in het lang verwaarloosde havengebied.
Ook de instellingen waarvoor de gezusters Snouck van Loosen zich bij hun leven hadden ingezet, moesten in leven worden gehouden.
Hulp werd geboden aan hard werkende individuen die met grote financiële tegenslag kampten of aan weduwen in behoeftige omstandigheden. Ten strengste werd verboden dat ‘het kapitaal ooit aan eenig Godshuis of wat het zijn moge vervalle en dat de inkomsten ooit gebruikt mogen worden tot stedelijke uitgaven, gebouwen of inrigtingen…’.

Betere tijden
Het testament kwam op het juiste moment. Het jaar 1885 vormde voor Enkhuizen het dieptepunt van een al lang lopende crisis. Het Snouck van Loosen Fonds stimuleerde met zijn activiteiten de lokale economie en prikkelde andere investeerders. Na 1895 kwam ook de lokale overheid in actie: woningverbetering, het aanleggen van nutsvoorzieningen en een betere gezondsheidszorg. Of de bouw van het toentertijd imposante Snouck van Loosen ziekenhuis (1900) conform de wil van Margaretha Maria was is de vraag. Het werd een stedelijke inrichting waarop ook de lokale overheid invloed kreeg. De beheerders van het fonds W. Lakenman en G. Wendelaars volgden bij dit project ook eigen ambities.
De bouw van het ziekenhuis en de andere Snouck van Loosen voorzieningen gaven de inwoners van Enkhuizen het gevoel dat er betere tijden waren aangebroken. De naam Snouck van Loosen werd een begrip in Enkhuizen. Margaretha Maria werd na haar ‘stille leven’ een geroemde vrouw.

Literatuur:
- Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland onder redactie van Els Kloek, 2013.
- Maurice M. de Wolf en Marian Watts de Wolf, ‘Het Enkhuizer regentengeslacht Van Loosen en aanverwante geslachten’. De Nederlandsche Leeuw (1971) 302-324, aldaar 305-309.
- E.C. de Vries en H.G. de Vries, ‘Enkhuizer wetenswaardigheden’ (Zaltbommel 1994) 50-54, 55-67, 68-77 [over resp. de stichting, het park en het ziekenhuis].
- Wander van Leeuwen, ‘De Snouck van Loosen Stichting’. In: Enkhuizen al meer dan 600 jaar bij de tijd, Enkhuizen 2002.
- Informatie over: het Snouck van Loosenpark, het Snouck van Loosenhuis op de Dijk.
Ook op ander internetsites is onder de zoeknaam "Snouck van Loosen" informatie te vinden.

Gegevens samengesteld en aangeleverd door: Peter Wester te Beuningen Ov. (2013).

De familie van Loosen in Enkhuizen stamde af van Jan Laurenszoon van Loosen die in het midden van de 16e eeuw uit Vlaanderen kwam. Zijn nakomelingen waren o.a. koopman-reder, bewindhebber van de VOC, burgemeester van Enkhuizen en Gecommitteerde Raad van West-Friesland en het Noorderkwartier. De familie verwierf een zeer groot kapitaal. Een achterkleinzoon, Dirk Semeyn van Loosen (1697-1756), liet het indrukwekkend patriciërshuis aan de Dijk bouwen, een symbool van de indrukwekkende rijkdom van Dirk en zijn vrouw Maria Bontekoning. Zij lieten geen kinderen na. Neef Dirk Elias van Loosen (1738-1812) zette de familietraditie voort. Veel inkomen kwam er toen uit de slavenhandel (WIC). Na de Franse inval in 1795 ging hij rentenieren. De internationale handel vanuit Enkhuizen was stil gevallen. Als prinsgezinde werd Dirk Elias ontheven uit alle politieke functies. Zijn enige dochter Cornelia trouwde met Samuel Snoeck, een patriciër uit Gorinchem. Ook Snoeck had inkomen uit de slavenhandel. Snoeck kreeg in 1823 koninklijke toestemming om zijn achternaam in Snouck van Loosen om te zetten.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.