Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Westfrieslanddag 2017

Commissie Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Liorne, Pieter Jansz. (1561-1620)

Zakenman, scheepsbouwer en bestuurder

Geboren te Hoorn in 1561. Overleden te Hoorn in 1620.

Werd ook wel Vael genoemd. Zijn naam Liorne, ontleende hij aan het feit dat hij handelde op de Italiaanse havenplaats Livorno. Die havenplaats stond afgebeeld op het uithangteken van zijn huis in de wereldhandelshaven Hoorn. Als succesvol zakenman en scheepsbouwer werd hij een man van aanzien en gezag.

Hij werd schepen van Hoorn in 1597 en raadslid in 1599. In 1600 benoemde de Staten-Generaal hem samen met vertegenwoordigers uit Amsterdam en Rotterdam tot raad van vice-admiraal Jan Gerbrandsz, commandant van de vloot van de Vlaamse kust. Van 1612 tot 1613 was hij raad ter admiraliteit te Hoorn, in 1614, 1615 en 1618 burgemeester van Hoorn. Bekend, ja beroemd tot op heden ten dage is Pieter Jansz Liorne echter geworden door zijn innovatieve verbeteringen aan het reeds bestaande fluitschip, aangebracht in 1595 te Hoorn.

Toen men in de Noordelijke Nederlanden de noodzaak ging voelen om over een economisch scheepstype te beschikken ter vervanging van de kleinere boeiers en vlieboten, bestaat het vermoeden dat men daarvoor een reeds bestaand scheepstype uitkoos, waaraan betrekkelijk weinig grote veranderingen zouden moeten gebeuren. Dat werd het fluitschip.

Pieter Jansz. Liorne was als koopman volledig op de hoogte van de economische vereisten waaraan een koopvaardijschip moest voldoen om met de minst mogelijke kosten zoveel mogelijk vracht te vervoeren. Zijn opvattingen hoe zo’n schip dan gebouwd zou moeten worden, waren even eenvoudig als revolutionair. Om bij de bestaande schepen de laadmogelijkheid te vergroten paste hij een eenvoudige verbetering toe: het ruim vergroten door het schip langer te maken, de romp buikiger en de stevens steiler te stellen. Hiervoor waren geen ingrijpende constructieve wijzigingen nodig. De tuigage onderging praktisch geen wijzigingen. Men hield het bij het gewone, eenvoudige driemastertuig met onderzeilen en marszeilen aan de fokke- en grote mast. De romp van de fluit was gebouwd met sterk ingehaalde boorden, zodat een buikig schip met slechts een smal dek werd verkregen. De hoger gelegen dekken werden uiteraard nog smaller en ook laag gehouden. Daardoor had het schip een laag zwaartepunt. De ingreep had tot gevolg, dat een beter zeilend schip werd verkregen. Er waren minder zeilmanoeuvres nodig, wat eveneens tot gevolg had dat het fluitschip met een kleinere bemanning kon worden bezeild. Het aantal bemanningsleden op de gewone fluit werd daardoor teruggebracht tot tien à twaalf man en een ketelbinkie.

Behalve bovengenoemde voordelen kwam daar nog bij dat door de geringe diepgang van het schip het mogelijk werd om meer havens aan te doen. Bovendien was dit vernieuwde fluitschip in verhouding tot de bouw van een vergelijkbaar Engels koopvaardijschip een goedkoop schip: 1300 tegen 800 pond sterling. De voornaamste oorzaak van dit verschil lag in de uitvinding, in 1594, van de houtzaagmolen door Cornelis Corneliszoon uit Uitgeest. Het mechanisch zagen van hout ging dertig keer sneller dan met de hand. De Republiek bouwde dan ook in de kortste keren de grootste koopvaardijvloot ter wereld op.
Nog een ander economisch voordeel van dit vernieuwde type schip was dat er minder belasting (tol) moest worden betaald aan de douaniers aan de Sont, de zeestraat tussen Denemarken en Zweden, voor de doorvaart naar de Oostzee, met bestemming de Baltische landen. De hoogte van de tol werd namelijk bepaald aan de hand van de afmetingen van het dek. Doordat het dek in verhouding smal was moest er minder belasting worden betaald. Terwijl door de buikvormige scheepsruimte meer lading kon worden meegenomen. Met een minimum aan kosten en een maximum aan lading werd dit vernieuwde fluitschip een van de pijlers van de welvaart van de Gouden Eeuw. Door dit alles steeg de roem van Pieter Jansz. Liorne en werd hij een man van gezag en aanzien. Bovenstaande bestuursfuncties wijzen dat overduidelijk uit.

In Hoorn werd deze beroemde man bedacht met een straat: "Liornestraat" en ook was tot voor kort een zorg- en verpleegcentrum naar hem genoemd. "Het Liornehuis".
In Hoorn Noord ligt aan de Hogerbeetsstraat de openbare basisschool "Het Fluitschip". Uiteraard ook een verwijzing naar Liorne.

Literatuur: J. van Beylen, Schepen van de Nederlanden. Van de late middeleeuwen tot het einde van de 17e eeuw (P.N. van Kampen & Zoon N.V. Amsterdam, 1970).
Technologiekrant nr. 16, d.d. 29-8-2008.
Piet Boon, Carel de Jong, Jaap Raat, Dienke Hondius, Geschiedenis van West-Friesland in Vogelvlucht. Tekstboekje behorend bij de gelijknamige diaserie. (Historisch Genootschap Oud West-Friesland, Hoorn, 1984).

Gegevens aangeleverd door: Jaap Raat te Heiloo, 2009.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.