Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 12-13

West-Friesland en het geslacht van de Van Balen Blankens (1/4)

Dokter Van Balen Blanken van Spanbroek heb ik maar kort gekend. Letterlijk genomen heb ik hem zelfs helemaal niet gekend, want de vierentachtigjarige die mij in het voorjaar van 1937 een brief schreef met de mededeling dat hij graag eens wat met me wilde praten, had minstens vier jaren eerder zijn oude standplaats verwisseld voor de rust van Bovenkarspel.
Maar wat zegt dit? Men kan tientallen jaren omgaan met iemand, zonder dat het in het verdere leven een aanwijsbaar spoor achterlaat; omgekeerd kan een enkel contact met een persoonlijkheid voldoende zijn om de herinnering en invloed voorgoed met zich mee te dragen.
Van Balen Blanken was zo'n persoonlijkheid. Wie met hem in aanraking was geweest, vergat hem niet meer. Bovendien had zo'n ontmoeting iets bepalends, hetzij in positieve, hetzij in negatieve zin: meestal in positieve, zeker toen zijn geestdrift en ongeduldige ondernemingsgeest, getemperd door leeftijd en ondervinding, niet meer andere, tragere of meer naar binnen gekeerde naturen tot lijdelijke weerstrevendheid, en gelijk geaarden tot scherp verzet konden prikkelen.

Ik had veel over hem gehoord, toen ik aanbelde aan de voormalige pastorie in Bovenkarspel die hij tot woning gekozen had: een donker, deftig huis, met kolossale kamers, zwaar en antiek gemeubeld, behalve opzij het werkkamertje vol boeken, waarin ik later, evenals in de tuinkoepel achter het huis, heel wat uren met hem heb doorgebracht.
De eerste indrukken waren anders dan ik had verwacht: de dokter in ruste had niet het stoere, boers volle gezicht van de mij bekende foto's, hij was niet zwaar van postuur en bovendien veel kleiner dan ik me had voorgesteld. Zijn iets gedrongen lichaam in het zwarte jasje en de magere, naar verhouding lange benen vielen me eerder op dan zijn gezicht, maar dit kwam wel, doordat ik het in het donkere portaal zo slecht onderscheiden kon. Pas toen ik tegenover hem zat en het gesprek goed op gang was wat betekende, dat hij gewoonlijk het woord voerde - zag ik duidelijk de vriendelijke mond, die strak en dun kon worden, als hij zweeg. Maar ook dan bewaarde het gezicht, vooral door de diepe lijnen die van de neus naar de mondhoeken liepen, een zekere mate van gevoeligheid; soms kon het daardoor iets zwaarmoedigs krijgen. Boeiend waren de levendige, intelligente ogen achter de brilleglazen zonder rand; ze gloeiden op ineen bruine tinteling, als hij in het gesprek met iets bijzonders voor de dag kwam. De beweeglijke handen, hoewel wat gerimpeld en met blauwe aders, waren niet die van een oude man.
Zijn vrouw, naast hem vrij groot en slank, had prachtig wit haar. Haar houding was in het begin innemend gereserveerd. Vergeleken met die van de oude dokter was haar stem vol en buigzaam. Ik hoor haar nog een oud liedje zingen: 'Ik zat te spinnen voor mijn deur', de romance van een spinstertje en 'een jonkman fraai van leden'. Bij die voordracht was zij - meer dan tachtig jaar oud - plotseling het jonge meisje dat de minnaar aantrekt en, telkens al aarzelender, afweert.
Groot en fors beende Ant, de gedienstige, al meer dan vijftig jaar in huis bij de familie, door de geweldige kamers. Ant had in wezen en optreden iets mannelijks en kordaats: de leiding van het huishouden was kennelijk in haar handen overgegaan. Ze was nuchter en hartelijk, en zette heerlijke koffie.

Hoe plezierig ook, de eerste kennismaking met de dokter gaf mij toch een licht gevoel van teleurstelling. Achteraf heb ik begrepen, dat ik - nauwelijks bewust - de dwaze verwachting moet hebben gehad in hem de 'ideale' Westfries te zullen ontmoeten. Volgens mijn opvatting van toen beantwoordde hij daaraan noch uiterlijk, noch wat zijn temperament betrof. In beide opzichten had hij iets zuidelijks, wat misschien voor een deel de aantrekkingskracht verklaart, die hij uitoefende op zijn in het algemeen nogal sterk daarbij afstekende streekgenoten. Overigens heb ik later gezien, dat zijn type in West-Friesland toch meer voorkomt dan men op het eerste gezicht wel denken zou. Maar wat wil men? Ik had mij van West-Friesland en de West-Fries, in hoofdzaak uit de boeken, een bepaald beeld gevormd, waaraan ik de naam G. C. van Balen minstens tachtig jaar verbonden zag.
Welbeschouwd - maar dat wist ik toen nog niet - bestond die band al bijna tweemaal zo lang: in 1788 werd in Purmerend Gerard Cornelis van Balen Blanken, de eerste, geboren, die predikant te Wognum werd. In de standplaats van zijn vader kwam Gerard Cornelis, de tweede, ter wereld, de latere arts van Benningbroek. Met hem begon de medische traditie in de familie: ook uit de Gerard Cornelis die daar in 1852 werd geboren, groeide een plattelandsdokter. Hij werd voor West-Friesland de Gerard Cornelis. 1) Hem ontmoette ik in de lente van 1937.

1) Ook de zoon en de kleinzoon van deze G. C., beiden eveneens G. C.'s, zijn medicus geworden.

 


Hé, is dat Westfries?

666. Toen buurvrouw hoorde, dat ze 'n prijsje had gewonnen in de staatsloterij, was ze helemaal onthikt (opgetogen, zichtbaar blij).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.