Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Geschiedenis van West-Friesland » Hoofdstuk III » Pagina 37-39

Opkomst (1/6)

In de tweede helft van de 14e eeuw begint de tegenstelling tusschen de Hoekschen en de Kabeljauwschen op te komen, de veete die anderhalve eeuw lang steeds weer aanleiding tot strijd zal geven.

In 1350 zegt Brandt in zijn Kroniek van Enkhuizen
„dreven de Kabeljausche boven, soo dat Enkhuizen met
„geheel West Vriesland den Hartog toeviel.”
Tot het eind der 14e eeuw, tijdens het bewind van Albrecht, heerscht in Westfriesland rust en de bewoners, die men zich tot de onderwerping te dikwijls, ten onrechte, altijd vechtende voorstelt, ontplooien zich tot een ondernemende bevolking die de zeeën bevaart en overal handelsbetrekkingen aanknoopt. Velius weet het zoo aardig te vertellen:

„want niet alleen de rust haer tot rijkdom diende, maer sij begonnen ook deur de verbontenisse met Holland temet wat buerlijker te werden, en handelden wat meerder buytens Lands, soo met die van Holland selfs, als met andere van haer naburen: waer deur haer suyvel wat dierder gebruykt, en de vreemden van tijd tot tijd gelokt werden.”

Dit waren
„Bremers, Hamburgers en Deenen, die met haer schepen herwaerts komende de gront geleijt hebben van de groote zeevaert op dese Zuyderzee.”

Als Velius verder vertelt, dat in 1316 zich drie Hamburgers vestigden, die de eerste huizen van Hoorn bouwden om daar hun bier te verhandelen, dan behoeven we dat niet als een verhaaltje te beschouwen. Die Hamburgers kunnen er best geweest zijn, maar dan kwamen ze in 1316 in een dorp Hoorn dat al bestond; al van voor 1300 zijn er bewijzen van het bestaan van wat later Westfrieslands voornaamste stad zou worden.
Al in 1341 moest Hoorn zijn havens gaan vergrooten. Enkhuizen maakte de eerste haven in 1361 „binnen de hooge dijk achter de bredestraet” en de buitenhaven werd begonnen ± 1400. De Westfriezen waren — en zijn — echte waterrotten; niet alleen het hart van de jonge mannen van de kustplaatsen trok naar zee, uit geheel Westfriesland namen ze dienst op de schepen, die weldra over de oceanen zouden zwerven. Het spreekt haast vanzelf, dat het eerste gilde in Hoorn gesticht, het schippersgilde was, in 1381 „opgeregt in die ere Goids ende Sinte Geertruden.”

In dezen tijd begon de handel op de Oostzeelanden al van eenig belang te worden en dat er ook op Engeland gevaren werd blijkt uit de aanwezigheid in 1356 van een Hoornschen schipper in Lynn bij Norwich; in 1381 komt een stadgenoot van hem met linnen en paling in New-Castle en neemt kolen en talk mee terug. Zuivelproducten, laken, bier en haring zijn artikelen, die naar de Oostzeelanden verscheept worden en men brengt graan, hout, pek, teer, asch en vlas mee terug. Hoorn, Enkhuizen en Medemblik beginnen zich tot handelssteden te ontwikkelen. De welvaart van de streek blijkt uit de tienden, die zooveel opbrachten, dat omstreeks 1350 ± 30 % van de grafelijke inkomsten uit Westfriesland kwamen. De graven hielden dit vruchtbare land dan ook voor zichzelf en gaven het niet in leen.

Aan het einde der 14e eeuw wordt Westfriesland betrokken in de poging van Albrecht om Friesland te onderwerpen. De graaf was in 1396 in Hoorn, dat de troepen voor een deel van levensmiddelen moest voorzien en vertrok met zijn vloot uit Enkhuizen. Uit het aantal gewapende manschappen en schepen, dat de Westfriesche steden moesten leveren, blijkt hun grootte, b.v. ten opzichte van Amsterdam, dat den graaf met 350 gewapenden en 50 schepen diende. Hoorn leverde 300 gewapenden en 25 schepen, Enkhuizen 150 man en 26 schepen, Medemblik slechts 100 man en geen schepen. Als dank voor de hulp en als vergoeding voor de last van deze krijgsbedrijven ondervonden, kregen Enkhuizen in 1397 en Hoorn in 1404 eenige privileges van Albrecht.

In dezen tijd begint zoowel in Holland en Zeeland als in Westfriesland de haringvangst. Niet alleen de uitvinding van het haringkaken in 1384 door Willem Beukelsz. van Biervliet, ook het breien van het eerste groote haringnet te Hoorn in 1416 deed de vangst en den handel enorm toenemen. Hoe belangrijk men het groote haringnet vond, blijkt hieruit, dat Constantijn Huygens in „seeker vers tot lof van onse Stad Hoorn gemaekt” (in Stede-stemmen) dicht:
Heb ick van allen eerst 't groot Haringh Net gebreidt Van allen eerst gespreidt, van allen eerst verbreidt., en ook Vondel vermeldt in zijn gedicht op de wijd vermaarde zeestad Hoorn „ik vond het haringnet.”

Vooral in Enkhuizen zou de haringvisscherij een zeer groote vlucht nemen. In plaats van met de kleine „slabberts” vischte men nu met buizen en toen de haringvangst van de Wendische steden verminderde, brachten de Hollanders de haring tot in het Oostzeegebied. Hierdoor werden steeds meer handelsbetrekkingen aangeknoopt. De oppermachtige Hanze was dit niet naar den zin. Met vermijding van de Hanzesteden verhandelden de Hollanders toen hun waren in de kleinere havens, zoodat b.v. het laken — ook Hoorn had toen al een bloeiende lakenindustrie — een ernstige concurrent werd van het Vlaamsche, dat de Hanze importeerde. Na eenige jaren namen de conflicten steeds toe en een kaperoorlog was het gevolg.

Ook naar de Fransche kust voeren de Westfriezen, er moest n.l. zout gehaald worden in de baai van Bourgneuf orn de haring te zouten. Men moet zich den handelsman uit dezen tijd voorstellen als iemand, die in allerlei artikelen handel drijft en in vele gevallen ook nog een boerderijtje had. In het Hoornsche koopmansboek uit de 15e eeuw, dat aldaar in het archief bewaard wordt, komt dit ook duidelijk uit 1). Deze koopman, die vee en zuivelproducten verhandelde, bedreef ook de lakenindustrie en had een linnen- en lakenhandel op Deventer. Vele stedelingen hadden buiten de stad een boerenbedrijf en kregen tweemaal 40 dagen per jaar verlof zich buiten de stadsvrijheid te begeven om te gaan zaaien en oogsten. Maar ook in de stad waren boerderijtjes. Tot in onzen tijd was er in Hoorn een enkele, nu zijn ze verdwenen.

1) Uitgegeven door Dr. E. G. C. Brünner.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.