Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Geschiedenis van West-Friesland » Hoofdstuk VI » Pagina 70-71

De Westfriezen als zeevaarders. Grootste bloei (1/5)

Uit het instellen van het College van Gecommitteerde Raden en van de Admiraliteit, uit het vestigen van een eigen Munt, blijkt wel dat Westfriesland, ondanks den oorlogstoestand, waarvan het trouwens in vergelijk met andere deelen van het land niet zoo heel veel te lijden had, steeds in bloei toenam en dat de steden Hoorn en Enkhuizen tot de voornaamste handelssteden van de Nederlanden behoorden. Het oude Medemblik had in de 2e helft der 16e en in de eerste jaren der 17e eeuw nog scheepvaart van beteekenis; gaandeweg werd het echter door Hoorn en Enkhuizen overvleugeld.

We hebben al gezien, dat er een levendige handel op de Oostzee bestond; in de 16e eeuw wagen de schippers zich steeds verder Noord-Oostelijk.

In 1565 voeren Enkhuizer schepen naar het Noorden van Rusland. Ze landden op de plaats waar later Kola ontstond. Het is mogelijk dat ze op dezen eersten tocht vergezeld waren van Olivier Brunel. Deze Zuid-Nederlander, de grondlegger van onzen handel in die streken, ondernam in 1584 een Noordpoolreis met een schip van Enkhuizen om de Noord-Oostelijke doorvaart naar China te zoeken, op welken tocht hij waarschijnlijk verdronk. Enkhuizen gaf in Westfriesland in dezen tijd op scheepvaartkundig gebied den toon aan. In ± 1539 breidde men de havenruimte met de tegenwoordige Oude Haven uit; aan den ingang werd in 1540 de Zuider- of Keetenpoort (de Drommedaris) gebouwd. Westfriesland had er voordeel van, dat Amsterdam Spaansch bleef en zijn handel op de Oostzee bijna geheel gestagneerd was. Verscheidene Amsterdamsche kooplieden gingen zich in Hoorn en Enkhuizen vestigen. In de Sont tolregisters komt heel duidelijk de snelle toename van den handel der Westfriesche steden uit en daarnaast de bijna geheele afwezigheid van Amsterdam, dat zich echter na 1578 weer snel herstelde. In 1569 passeeren 139 schepen uit Amsterdam de Sont, tegen 69 uit Enkhuizen, 24 uit Hoorn, 79 uit Medemblik, 34 uit Grootebroek, 20 uit Venhuizen en 5 uit Wijdenes; in 1574 zijn het er maar 2 uit Amsterdam tegen 285 uit Enkhuizen, 237 uit Hoorn, 216 uit Medemblik, 59 uit Grootebroek en 19 uit Venhuizen.

Men moet hierbij in het oog houden, dat elk schip tweemaal door de Sont voer, naar de Oostzee en weer terug en ook deed een zelfde schipper dikwijls meer dan een reis per jaar. In de andere jaren komen ook schepen uit Hoogkarspel, Winkel en Schellinkhout langs 1).

Zeer nauw betrokken bij de vlucht, die de zeevaart in zijn stad nam, was de Enkhuizer Lucas Jansz. Wagenaer, die bedreven was, volgens Brandt „in een konst daer naest Godt Hollandts welvaeren aen hangt; de Konst der Stierlieden en wetenschap der seevaert.” Zijn eerste groote werk, de Spieghel der Zeevaert verscheen in 1584, in 1592 gevolgd door Thresoor der Zeevaert. Wagenaer noemt zichzelf een „stuerman ter zee”, hierover is vrijwel niets bekend, maar hij zal zijn loopbaan wel op zee begonnen zijn. In 1579 was hij ontvanger der Iicenten in Enkhuizen, uit welk ambt hij in 1582 alweer ontslagen werd; het schijnt dat zijn beleid in deze zaken niet vlekkeloos was. Zoo heel erg zal het wel niet geweest zijn, anders zouden niet tal van bekende mannen hun medewerking aan zijn Spieghel der Zeevaert verleend hebben. Christoffel Plantijn gaf het werk in Leiden uit, Jan van Hout maakte er een gedicht voor en de Alkmaarsche burgemeester Adriaen Antonisz, de bekende vestingbouwkundige schreef er een verhandeling bij over de declinatie van de zon, terwijl Wagenaer het werk aan Prins Willem I mocht opdragen.

1) Zie Dr. W. van Ravesteijn, Onderzoekingen over de Economische en Sociale Ontwikkeling van Amsterdam gedurende de 16e en het eerste kwart der I7e eeuw. De nieuwste publicatie op dit gebied is die van Aksel Christensen: Dutch trade to the Baltic about 1600. Studies in the Sound toll register and Dutch Shipping records.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.