Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Geschiedenis van West-Friesland » Hoofdstuk VII » Pagina 80-81

Langzame achteruitgang (1/3)

In het begin der 17e eeuw staan Hoorn en Enkhuizen op het toppunt van hun welvaart. Ondanks de geschetste moeilijkheden bloeit de haringvangst, de schepen der O. I. C. komen met rijke retouren thuis; de scheepstimmerwerven en de andere nevenbedrijven geven aan vele handen werk, kortom er werd veel geld verdiend.
De speculatieve tulpenhandel nam hier in 1636-'37 een hooge vlucht; men wilde nog meer verdienen en enkele bollen werden voor fantastische prijzen verkocht, b.v. een bol „de Admiraal van Enkhuizen” voor ƒ 5400; terwijl in Hoorn een huis op het Noord voor drie tulpen verkocht werd, de gevelsteen ter herinnering hieraan, wordt nog in het Museum bewaard. Gelukkig gaf men zijn geld ook op andere wijze uit. Nu nog bewonderen we de prachtige gebouwen in Hollandschen Renaissance stijl, die de verschillende colleges en de particulieren lieten bouwen.
Het St. Jansgasthuis in Hoorn, met zijn rijk versierden gevel werd al in 1563 gezet en dat er op het einde der 16e eeuw al deftige woonhuizen in Enkhuizen bestonden, kunnen we nog constateeren. Maar het grootste aantal dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Dat de Gecommitteerde Raad zich voornaam installeerde hebben we al gezien; dat deden de Admiraliteiten, waar de stadhouders logeerden ook. Van de 17e eeuwsche interieurs is in de particuliere huizen gewoonlijk niet veel over; des te dankbaarder zijn we voor de prachtige kamerbetimmeringen, kasten, tafels en stoelen, die nog in openbare gebouwen en musea aanwezig zijn. Er waren knappe beeldhouwers, die de huizen met beeldhouwwerk en gevelsteenen versierden; het waren ook kunstenaars die binnenshuis de betimmeringen maakten, evenals de preekstoelen en ander gebeeldhouwd meubilair in de kerken, die in de 17e eeuw van nieuwe meubels voorzien werden.

Ook een rijkdom aan koperwerk was er in de kerken; gelukkig hangen in verscheidene nog de prachtige 17e eeuwsche kronen. Menig kerkgebouw bezat gebrandschilderde vensters, waarvan helaas zoo goed als niets meer over is. In Medemblik zijn er nog vijf. Het is wel erg, dat b.v. in 1879 zeventien geschilderde vensters uit de kerk in Hoogwoud verkocht werden. Hoeveel stemmiger hebben de bedehuizen er vroeger uitgezien, toen het licht nog door de warm gekleurde vensters naar binnenviel op de eikenhouten banken en glans aan het koperwerk gaf, waardoor in deze zeer eenvoudige, echt Hollandsche gebouwen met houten gewelven een sfeer heerschte, die tegenwoordig in de Westfriesche dorpskerken met het geel geverfde hout en de electrische geleidingen, maar al te dikwijls zoek is. In de kleine steden en dorpen zijn betrekkelijk weinig openbare gebouwen en woonhuizen over, die de tand des tijds doorstaan hebben. Van de oude raadhuizen zijn er bijna geen meer te vinden; het aardige gebouwtje met trapgevel in Spanbroek uit 1598 is het interessantste, voor stadhuis is het te klein geworden. Het raadhuis van Barsingerhorn werd in 1622 gebouwd; ook Venhuizen bezit nog een 17e eeuwsch stadhuis (1662), dat niet meer gebruikt wordt en in verval raakt. 17e eeuwsche boerderijen zijn zeldzaam; een zeer mooie bevindt zich in Westerblokker; dit gebouw van 1659 met den sierlijken baksteenen trapgevel is prachtig van kleur; in het kalf van de voordeur is de barmhartige Samaritaan uitgesneden.

Dat in dezen tijd ook in Westfriesland de schilderkunst bloeide en de gegoede burgers zich voor het nageslacht lieten vereeuwigen ligt voor de hand. Fraai zijn de familieportretten van den schilder Jan Albertsz Rotius (geb. te Medemblik 1624, overl. te Hoorn 1666); in het West-Friesch Museum worden er verscheidene bewaard. In 1649-'55 lieten de vier vendels der Hoornsche schuttery zich door hem schilderen. Een iets jongere tijdgenoot van hem was J ac ob Waben, die in Hoorn verscheidene burgers schilderde; ook de portretten van Jan Pietersz. Coen en zijn vrouw Eva Ment worden aan hem toegeschreven. Van den Hoornschen schilder Abraham Liedts zijn eenige zeer goede portretten bekend.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.