Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 18-19

Woorden en uitdrukkingen: 25-43

25. Kind, schiet op, sta om zo'n kleinigheidje niet 'n kwartier te dranzen (huilen, meestal zeurend en zanikend, om iets af te dwingen).

26. Jongens, niet zo klammen (ruzie maken)!
Twee klammers, twee schuld.

27. Moeder, zij wil m'n kammetje skuil douwen of: opskuilen (verstoppen, verbergen)!

28. We hadden op Tweede Kerstdag wel twintig mensen in huis. Er was reuring genoeg (drukte, beweging, vertier).

29. Vóór 't gebruik 't flesje goed skuddelen (schudden, hutselen, husselen).

30. Klaas, je kunt je opknapperspak of: opgnappersgoed of: verkleiderspak vanavond niet aan ('t pak dat door de week 's avonds gedragen wordt), want je hebt 'n stíkkenige mouw (kapotte).
Vóór de zondag zullen we om ons huis de boel wat opgnappen (opknappen, netjes maken).

31. Hij is erg ziek geweest, maar nou zit ie weer in 't hoekie (op z'n stoel). Op z'n toid (van tijd tot tijd) bezoek ik 'm 'ns. 't Huist niet gezellig als moeder, om welke reden ook, niet in 't hoekie zit (in haar stoel).
M'n man is niet thuis, je mag wel in z'n hoekie gaan zitten (in zijn stoel).
Toe maar, ga maar gerust in de hoek zitten (in de stoel van de man of de vrouw des huizes).

32. Je hebt van die moeders, die de hele dag door lopen te beren op hun kinderen (te keer gaan, snauwen, verbieden).
Men moet er wel 'ns een voor straf naar de dars sturen (de vroegere dorsvloer, waar nu de voertuigen geplaatst worden), maar niet doorlopend beren.

33. Ik ben op de zuikerstikken geweest (kraamvisite). Wat had m'n zus 'n pittig kloin purkie ('n lief klein kindje) in de wieg. Toen de buurmeisjes twee jaar geleden bij haar waren op de bruidstranen (in de bruidsdagen 'n glaasje kwamen drinken ten afscheid), was ze al gelukkig, maar 't haalt niet bij 't geluk van nu.

34. Hij leefde niet gerust; hij wist maar al te goed dat ie z'n moeder veel verdriet aangedaan had. Hij had neiweet (gewetenswroeging, berouw).

35. Is ze met 'n Westfries getrouwd? Nee, met 'n buitenpoorter (hij komt van buiten dit gewest).

36. M'n zuster heeft 'n zoon die niet goed oppast. Wat heeft ze daar 'n hartlast van (hartzeer, verdriet).

37. De groters (groteren, ouderen) in 'n gezin moeten de klointjes (de kleineren, de jongeren) helpen.

38. De overledene staat nog over huis (in huis, is nog niet begraven).
Hij heeft z'n ouwe moeder over huis (in z'n gezin, ze woont bij hem in).

39. Die man is nog bij ons in de permetásie (hij is van de parentage, is 'n bloedverwant, 'n familielid).

41. Heb je nog jonge kinderen?
Ja, maar ik heb ook twee dochters al trouwreid (huwbaar).

42. Dat kind is nog maar tien maanden, maar 't loopt al as 'n tiet (als 'n kieviet, uitstekend).
Die motor loopt as 'n tiet (heel best).

43. Na de wagen van het bruidspaar kwam 'n hele zeelt volgauto's ('n hele ceel, 'n lange rij).

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.