Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 27-28

Woorden en uitdrukkingen: 94-113

94. Ik wist niet dat je zo'n broekeskoiter was (bangerik, bangerd).

95. Zij kan je zo echt opbochelen, opsmeren (vleien, naar de mond praten, overdreven prijzen), zij is 'n echte smeerhoorn (vleister).

96. Vraag aan 'n zieke gesteld: Hoe maakt u 't? Antwoord:
Dat skeelt zoveul niet 't gaat vrij goed).

98. Jan is achterkousig (achterdochtig, kwaaddenkend). In z'n vrije tijd is ie algedurig (altijd, voortdurend, aanhoudend) bezig met z'n hobby.

99. Wat ziet ie er besketen uit (ongezond, ziekelijk).
Opm.: In 't Ned. zegt men wel: Dat avontuur liep bescheten uit (verkeerd, slecht).

100. Hij snauwt en grauwt bijna altijd. Dat heeft ie in z'n bestaan (in z'n aard).

101. Tante Lies is zo'n heerlijke bestruk (zorgzaam vrouwtje; die alles nauwkeurig regelt en verzorgt).

102. Dirkie is zo'n beheeftig ventje (drukdoend, zenuwachtig, roerig).

103. Tante Betje is altijd ziekelijk en kloin van eten (ze eet heel weinig). Maar oom Tamis is groot van eten (eet veel).

104. Klaas Dwars is lid van de raad; hij is rondom teugen (hij is tegen alle voorstellen van andere raadsleden; hij is altijd in de contraminie).

105. Je hebt pas de geling gehad (geelzucht, icterus). Daarom niet naar buiten gaan, want 't is atterkoud (snerpend koud).

106. Hij is zo skelig, dat ie met z'n linkeroog in z'n rechterbroekzak kan kijken (scheel).

107. 't Haart m'n in m'n keel ('t prikkelt m'n keel, 't geeft 'n scherp, branderig gevoel in de keel, bv. door scherpe spijs of drank of door inademing van rook, enz.).

108. Hij kreeg met 'n mes 'n hieuw (houw, snee, wonde) over z'n wang.

109. Dit huis is erg horig (gehorig).

110. Ik heb 'n kikker in m'n keel (ik ben hees, wat aan m'n stem te merken is).

111. Als je de hele dag gespit hebt, dan ben je 's avonds mak (vermoeid, moe).
De zieke is mak (mat, lusteloos, uitgeput).

112. Jan Stam was vroeger kruielouper voor dokter Van Balen (medicijnbezorger).

113. Die vent geeft geen cent uit, als 't met 'n halfie toe kan, 't is 'n echte mierevreter (vrek, gierigaard). Z'n kinderen krijgen niet eens zakgeld; die kunnen dus niet veel kiépas maken (hebben niet veel mogelijkheden, geen speling, kunnen geen gekke bokkesprongen maken).

 


Hé, is dat Westfries?

409. Wat is de soep fleeuw (flauw, niet hartig).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.