Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 37-39

Woorden en uitdrukkingen: 188-206

188. Boer Schouten heeft dertig lammeren: zeventien rammen en dertien loisten (ooien, ooilammeren). En dan heeft ie nog zes mooie toeten (varkens) in 't hok liggen, soortig goed, (van de goeie soort, courante kwaliteit) en gruizig (ze hebben altijd trek in voer, hongerig).

189. In de herfst vergèrven of: ruitelen de kippen (krijgen 'n nieuw verenpak) en de koeien tekken hard (de melkgift vermindert met de dag).
De broedkip zat op twaalf eieren. Na drie weken kwamen er negen pullen uit (kuikens). Drie eieren waren skolvers of: skolpers (daarin waren geen kuikens gevormd).
Meid, wat ben je 'n eendepul (uilskuiken), je vergeet vijf van de acht boodschappen!

190. M'n werkman is klein, maar hij is slachtig (werkt voordelig, efficient, rationeel). Z'n jongste zoontje is 'n aardig beunhasie ('n aardig kereltje) van een jaar of zes.
Opm.: 'Beunhaas' is wel Ned., maar betekent dan: iemand die onbevoegd, ongediplomeerd een vak of beroep uitoefent. Bv. kwakzalverij is beunhazerij. Hij geeft zich uit voor automonteur, maar hij heeft geen enkel diploma, hij beunhaast.

191. Als landbouwer heb je elk jaar 'n tamelijk gelijkblijvend inkomen; als zakenman kun je wel 'ns een éisie hebben ('n extraatje verdienen, 'n buitenkansje hebben).

192. Volgende week mag ik naar 'n bruiloft. Ik heb er al moed op (zin in, ik zal er graag heen gaan). Jan Schouten heeft gevraagd of ie mee mag gaan als tafelheer. Maar nee, die zal ik maar ofslavéren (afwijzen, 'n blauwtje geven).

193. Jaap Zuurbier heeft vier moiden (dochters) en ze zijn alle vier onder de koeien weest (ze hebben melken moeten leren).
Jaap heeft op 20 april al mai-houwen (de koeien buiten gedaan). Hij heeft wel 'ns later jaagd of: joegen (z'n koeien in de wei gedaan).

Afbeelding pagina 38

194. Vroeger was ie arm. Hij bementeneerde (bewerkte) z'n bedrijf zo goed mogelijk, maar hij had 'n zwakke gezondheid. Nu werken z'n kinderen mee in 't bedrijf en nu zie je dan ook, dat ie flink koevereert (vooruitgaat, tot 'n zekere welstand komt).

195. Belief je nog 'n sneetje?
Nee, dank je, ik heb m'n gerak gehad (portie, aandeel).

196. Wanneer is ie bij je geweest?
Nou, 't was onder melkerstoid of: melktoid (onder melkenstijd, in de tijd van 't avondmelken, zo tussen 16 en 18 uur).

197. De lucht staat slecht (er hangt 'n zwarte lucht, er lijkt slecht weer te komen). Zouden we dik-op water krijgen (veel regen)?
Wel nee, jongen, we krijgen hoog-op (hoog-uit, hoogstens) 'n klein buitje.

198. Ik had m'n koeien 'n pik of: 'n duig hooi gegeven (zoveel hooi als men aan 'n vork steekt), toen oonde (aaide, jongde) 'n deef ('n jong schaap dat voor 't eerst lammeren krijgt). Ik heb acht van die eerst-oonders (die voor de eerste keer ooien).
In totaal heb ik vijftien oonskeipen (fokschapen die zullen werpen). Ik hoop heel wat loisies (ooilammeren) te telen.
Opm.: Het werkwoord 'ooien' wordt door Van Dale niet alfabetisch onder de O vermeld, maar wel onder 't trefwoord 'Schotter'.

199. Door haar knappe gezicht is ze altijd even aan de voorhaal (bevoorrecht, in 't voordeel).

200. In m'n toom biggen zit 'n achterkomertje (achterblijvertje) en 'n verdeiger (een die helemaal niet gedijt).

201. De zieke is erg stug (erg ziek en daardoor stil en lusteloos).
Opm.: 'Stug' betekent in 't Ned.: Stroef, stuurs, onvriendelijk bv. Men spreekt wel 's van stugge Westfriezen…

202. Je fiets staat in de kapberg ('n naast de stolphoeve gebouwde kleinere stolphoeve, die uitsluitend gebruikt wordt als bergplaats voor hooi en ander veevoer, als veestalling, enz.). Zo'n kapberg is 'n goeie douw-ín (bergruimte).

203. 't Is al in de neitoid (herfst), maar 't is nog gewasselijk weer (groeizaam).
Straks in oktober-november beginnen de bouwboeren te winterlagen (het bouwland diep om te ploegen).
Moeder brengt haar huis dan ook op de winterlaag ('t huis inrichten voor de winterbewoning: kachel plaatsen, gordijnen en vloerbedekking verwisselen, enz.).

204. Wat heb je daar 'n baan prachtige tarwe (perceel, akker, oppervlakte).

205. Hij heeft dit jaar niet fortuinig geboerd (fortuinlijk, voordelig, winstgevend).
Er kwam misoogst, doordat alle gewassen waren aangetast door het gebit (ongedierte, als luizen rupsen, kevers enz.).

206. Die koe is geld (gust, vaar, niet drachtig).

 


Hé, is dat Westfries?

22. Ik ben drie nachten te warskip geweest (te logeren). We krijgen vandaag twee warskippers (logés, logées).
Volksrijmpje:
Warskippers en vis
Bloiven maar drie dagen fris.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.