Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 44-45

Woorden en uitdrukkingen: 242-257

242. De 'Ganzewoid' wil ik dit jaar maar etten (beweiden, laten afgrazen, niet voor hooiteelt gebruiken). Er lopen wat schapen en 'n stuk of tien landlopers op (schrammen, jonge varkens).

243. Als 't in de nazomer nog wat groeizaam weer is, wil ik nog 'n perceeltje grassen ('t gras afmaaien en direct aan 't vee geven of in 'n kuil of silo bewaren voor wintervoer).

244. Toen de hooiroken weggehaald werden, kwamen de stalingen voor de dag (de plekken met vergeeld gras, waarop de roken gestaan hadden).

245. De veehouder had ook 'n paar bunder bouwerai (bouwland), maar de bouw ('t bouwland) werd wel wat stiefmoederlijk behandeld. Hij was geen tukke bouwer ('n akkerbouwer, die z'n land zo veel mogelijk vrij houdt van onkruid).

246. Door de voortdurende regens werd de grond strandig of postig (samengedrukt en verhard).

248. De nep (kleine uien) wordt soms voor de inmaak verkocht.

249. 'n Koe stond aan de kant van de sloot eendebier, koggewaai te drinken (slootwater, water uit de sloten van 'De Vier Noorder Koggen').

250. Vader, gooi dat vervelende joch maar in 't àchterend (keuken, bijkeuken; vroeger was 't 'n klein vertrekje bij de achterdeur, waar de klompen stonden en 't werkgoed hing).

251. Als't vroeger hevig onweerde, zetten vader en moeder ons op 'n rijtje op 't stalhout (de steenlaag van de stallen, waar in de winter de achterpoten van de koeien op steunden) en begon 't gezamenlijk gebed.

252. In de vorige eeuw markte m'n vader z'n kazen in Opmeer, later in Hoorn.
Ondeugdelijke kazen, zoals bommers met geluid er in (die bij 't bekloppen met gesloten vuist niet goed klonken) en pissers (die aan de buitenkant nat uitsloegen) gingen niet naar de markt, maar werden in ons gezin opgegeten.
De keisrandjes (de randjes, die na 't persen werden afgesneden) kregen ouwe Nardus en Naatje, die er nog 'n randjeskeisie van persten.
De keiskoppen (de kaasvormen) en de zetters (de houten kaaskoppen waarin de kazen gezouten werden) en de volgers (houten napje, dat op de kaasvorm gezet werd en dat door de pers in de kaasvorm kon gedrukt worden), worden op 't ogenblik weer gezocht en soms duur betaald, om nu gebruikt te worden als bloempot en asbak. Als Brederode 't nog kon zien, dan had ie z'n gevleugelde woordje wel klaar!

253. Als kind sliep m'n vrouw in 'n onderkooi op de koegang (slaapplaats gelijkvloers met de gang) met nog 'n bed er boven, waar twee kinderen sliepen.

254. 'n Moerloper is 'n lam of kalf, dat nog bij moer, het moederdier, loopt, dus nog niet ofwonnen is (afgewend). Ook gezegd van iemand die nog ongetrouwd en bij moeder thuis woont.

255. Gert Bakker heeft de hele boel verzopen (is door drankmisbruik 'los' geraakt). Met wat steun van z'n ouders is ie nou 'n martelaartje op Burgerbrug (heeft daar 'n klein bedrijfje). Ja, 't is sluuf uitloupen mit Gert (slecht afgelopen).

256. 't Paard ging an de riebel, an de flenter (sloeg op hol). Vlak te voren liep 't paard nog op 'n kwikkeltje ('n langzaam drafje).

257. Zijn arbeider was hem hands (hun werkmethoden pasten bij elkaar). Hij was net z'n druk (die bij zijn beleid paste, voor hem de juiste man). De arbeider was 'n pokige, geramezeerde kerel (sterk, onvermoeibaar).

 


Hé, is dat Westfries?

22. Ik ben drie nachten te warskip geweest (te logeren). We krijgen vandaag twee warskippers (logés, logées).
Volksrijmpje:
Warskippers en vis
Bloiven maar drie dagen fris.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.