Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 46-47

Woorden en uitdrukkingen: 258-279

258. Ik verkocht m'n koe op de Schager markt al vroeg. We rekenden af achter de koe en ik gaf 'n paardje aan de koper (fooitje). Als men in 'n café afrekent, betaalt de verkoper het gelag van beiden.

259. Komende winter zullen we de knotwilgen bollen (de ongeveer zes jaar oude slieten er af hakken, die dan tot palen werden gezaagd).

260. 't Paard had 'n grim aan (halster).

261. Z'n bedrijf bestaat uit 'n woonhuis met twaalf bunder groenland (grasland, weiland).

262. In 'n groot gezin met jonge kinderen is 't 's middags tussen vijf en zeven uur voor de moeder hooitoid (dan heeft ze 't heel druk).

263. Jaap Hoed ging elke dag tweemaal met de melkkros of: melkkor naar 't Noord (laag houten wagentje op vier wielen). Vroeger ging ie met de hondesnor (hondewagen).

264. Als je in de stal geen staartlijntjes aanbrengt, hangen de kwasten in de groep (de pluimen van de koestaarten).

265. Voor de kerstdagen kochten we 'n pondje volvette meshanger (jonge, vette kaas, die aan 't mes blijft hangen).

267. Skaibutter, 'scheiboter' werd gemaakt als de koeien pas in de wei liepen, dus direct na 't 'scheiden' van de stal.

268. Hij sloeg palen in de grond met 'n slaai (slegge, sleg, grote houten hamer).

269. Dat paard heeft lange titlokken (vlok haar aan de achterkant van de poten, vlak boven de hoef).

270. Die geit staat an 't zeel in de berm van de weg (aan 'n touw of ketting).

271. Kijk, daar zijn twee koeien aan 't noiden (vechten met de horens tegen elkaar. 't Gebeurt dan wel dat er 'n horen beschadigd of geheel afgebroken wordt, waardoor de verkoopwaarde van 't dier vermindert).

272. Gnortend worden varkens vet (knorrend).

273. Die koe zal gauw kalven, de waterpog (allántois) en de voetpog (ámnion) zijn al gebroken ('t vruchtwater).

274. Met 'n skraper (wieder) zuiverde men de gewassen op 't bouwland van onkruid.

276. In de winterkou krijgt men op de fiets of in het werk soms knoffelige of: verknoffelde of: domme (door de kou min of meer ongevoelige) handen. Als men dan in 'n verwarmd vertrek komt, beginnen de handen te kimmelen (prikkelen). Men kan proberen ze warm te beuken (de armen krachtig over de borst slaan zodat de rechterhand tegen de linkerbovenarm slaat en de linkerhand tegen de rechterbovenarm).

277. Herresdags (in de herfst) is 't druk in m'n bedrijf. 't Is nou winterdag (in de winter), dan is 't niet zo druk.
De tijdbepalingen van 't voorjaar, van de zeumer, van de herrest, van de winter kunnen naar 't verleden en naar de toekomst wijzen:
Van de zeumer (komende zomer) kom ik je 'ns opzoeken. Van de zeumer (voorbije zomer) ben ik getrouwd.
Van 't voorjaar (komend voorjaar) ga ik naar Spanje.
Van 't voorjaar ('t voorbije voorjaar) regende 't vaak.

278. 't Is buiten hufterig (vinnig koud) .
De reparatie aan m'n auto kon wel 's veel kosten. Daar ben ik wel wat hufterig voor (huiverig, bang).

279. Door die snorrelwind (draaiende, wielende luchtstroming) bij de hoek van ons huis, waaide m'n hoed af en ging de lucht in.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.