Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 68-69

Woorden en uitdrukkingen: 435-449

435. Bij buurvrouw Koenis mag je de kamers en bedden en kasten elk ogenblik bekijken, 't is 'n tuk minsie ('n propere vrouw). Ja, buurman Piet heeft 'n tuk woif ('n zindelijke vrouw). Hij zegt dan ook van tijd tot tijd: 'Woif, 't rooit er weer op' (vrouwtje, 't is weer dik in orde).
Opm.: Zoals men reeds zal hebben opgemerkt, heeft 'woif' hier 'n gunstige betekenis.

436. Die vrouw is elke middag an de flort (de deur uit, bv. naar de buren om 'n praatje). 't Is 'n echte flortkont.

437. Ik moet m'n bienen (voeten) wassen.
Ik kwam op m'n tonen (tenen) de kamer binnen.
Onze voorzitter spreekt heel moeilijk in 't openbaar. Als ie bezig is, zit ik met m'n tonen krom (in spanning).

438. Meester, hij kneep m'n (me) in m'n bil (bovenbeen, dijbeen).
Opm.: 'Bil' is in 't Ned. een deel van 't zitvlak. Bv.: Piet kreeg voor z'n billen, 'n pak voor z'n broek.

439. Meester, Gert zit allemaar te kwatten (voortdurend, alsmaar, te spuwen of spugen).

440. Greetje zegt: Moeder, als ik op de fiets rij, willen die vervelende jongens me allemaar (telkens weer) teugen (tegenhouden).

441. Wat zit m'n haar in de tis(t) (in de war, verward, geklist).

442. Toen ik hem vroeg of ie er wat van wist begon ie te gloimen (glimlachen).

443. Dat kind keek me aan met mooie glande (grote, heldere) ogen.

Afbeelding pagina 69

444. Ik ben miers(k) (ik heb trek in iets hartigs).

445. Piet had gevoetbald bij snikheet weer. Wat zag ie er verboeft uit (rood en bezweet). 't Was of ie de haan jaagd had (oververhit).

446. Ik heb de hele dag in buiten (buiten; 't woord 'in' hoort niet in de zin) in de koud (kou) gewerkt; nu ik bij de kachel zit, word ik rozig (warm met hoogrooie kleur).
Opm.: 'Koud' is wel Ned., maar alleen als bijvoeglijk naamwoord, bv. een koud huis, je gezicht is koud. Als zelfstandig naamwoord moet het zijn 'kou'.
Wat scheelt je?
Ik heb de koud te pakken (ik heb kou gevat, ik ben verkouden), ik moet voortdurend fniesen (niezen). Ik merkte 't vannacht al, ik kon me in bed niet bewarmen (niet warm worden).

447. 't Is jammer dat die jongen zo hakkert (hakkelen, stotteren).

448. Die ouwe man wordt stoetelig (stuntelig). 't Wordt 'n stoetel (hij wordt onredzaam, onhandig, onbeholpen).

449. Vader zat de hele avond te bremmen (staccato-hoesten, gedempt hoesten; soms als aanwensel, soms als uiting van onrust).

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019