Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfrieslanddag 2019

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 88-90

Woorden en uitdrukkingen: 574-596

574. Als er 'n pak snei (laag sneeuw) ligt, wat geeft dat toch 'n proest (smerige, natte boel) als 't gaat dooien!

575. Doe je op gestroopte mouwen nu maar nei de leigte (naar beneden, omlaag).
Jongen, kom uit die boom, kom nei de leigte (naar beneden).

576. Hoor ik vader thuiskomen? Ik denk van al (wel).

577. Tante Aaf is de ene dag goed te spreken en de andere dag slecht. Je moet 'r wat gunstig treffen, ze is erg bai de rullen (wisselend van stemming, niet gelijkmoedig). 't Is hop of drop, mal of dral (alles of niks, mooi of lelijk, ze vervalt in uitersten).
De verbouw van uiens (uien) is erg wisselvallig. Hij kan veel géven, maar hij kan ook veel némen, 't is hop of drop (alles of niks).

578. Is de auto van de koster nuw (nieuw)?
Nee hoor, 't is geen nuw (nieuwe), 't is 'n oud (ouwe). Maar dat doet er niet toe, 't is 'n best (beste) en nog 'n mooike (mooie) ook.

579. In het drukke verkeer is 't voor kleine kinderen gevaarlijk op straat. 't Moet er wel wat an daien ('t lot moet hun wat gunstig zijn, ze moeten wat geluk hebben).
't Moet maar teugendaien (tegenlopen), dan kun je niks bereiken.
Ik heb 'n toom van twaalf biggen liggen, elf mooie en één misdaier ('n onvolgroeide, die achter gebleven is in vergelijking met de andere).

580. Hij heeft geen gemakkelijke vrouw; hij moet 'r wel flink op bit raien (straffe maatregelen nemen om baas te blijven).

581. Piet zingt wel goed, maar Klaas kan gien woishouwen (niet zuiver zingen).

582. Een stadter (stedeling) gewent niet gemakkelijk op 'n dorp.

583. Bij buurvrouw Agie hangt zo'n ouskige of: ousje (muffe, onfrisse) lucht in huis. Dat komt wel doordat 'r huis erg drem (vochtig) is. Met mal (broeiig) weer merk je het 't meest.

584. Als je die meneer uitnodigt op ons feest, dan moet je z'n vrouw ook inviteren, dat vloit wel (dat spreekt vanzelf, dat hoort er zo bij, dat kan bijna niet anders).

585. Anneke is nog maar twee jaar; toch kent ze alle buurkinderen al op 'n urt (heel precies, nauwkeurig). Ja, 't is 'n lepe stinkerd (vluggerd), ze doorziet de toestand gauw en weet daar 'r voordeel mee te doen. Soms loopt ze zo permandig (parmantig) armpie-deur (gearmd) met Gertje van de buren.

586. Is Piet al aan z'n werk? 0 ja, hij is al 'n kwartier an de veert (aan de gang, bezig).
Als je toch naar de stad moet voor je auto, dan kun je met dezelfde veert (meteen, met dezelfde gang) hoestpillen meebrengen.

587. Reed de auto, toen het ongeluk gebeurde, dút-op (naar deze kant, in de richting van de spreker)? Nee, hij ging dát-op (in de richting van de spreker af). Ben je in kort (kortelings, korte tijd geleden, dezer dagen) nog bij het slachtoffer van de aanrijding geweest?

Afbeelding pagina 89

588. Joris en Aaltje gaan in 't bejaardenhuis; baietwei (allebei) in de tachtig; ze worden onhandig. Wat ze met 'r handen opzoeken (oprapen) gooien ze met 'r gat weer ondersteboven. De loden hangen op de grond, 't geren is van de klos (ze zijn afgeleefd en hulpbehoevend).
Zie spreekwoorden, enz.

589. Gister had ik 'n snippie, 'n brikkie, 'n oppertje ('n buitenkansje, 'n extraatje): duizend gulden uit de staatsloterij.
Ik was van plan, vandaag met m'n vrouw er 'n lekker etentje van te nemen in ''t Karrewiel' bij Willy, maar ik kan niet weggaan, want er staat 'n koe op kalven (ze kan elk ogenblik kalven).

590. Tamis is 'n prettige man; hij heeft altijd klucht (plezier, lol). Ja, hij kan zo leuk klucht maken met onze kinderen (lol maken, grapjes maken, leuk omgaan met).
Je moet 't je niet aantrekken, hij zei 't maar voor de klucht (voor de grap).
Ik reed de klucht (kluft, afhellende schuinte) van de Hensbroeker brug op.

591. Op 't verjaarsfeest van hun moeder kregen ze ruzie en toen was 't mooi van 't gasten (de pret was voorbij, de aardigheid was er af).

592. Wat is dat 'n druk kind!
Ja, hij is zo wild as hooi (zeer druk en ongedurig).

593. 's Zondags om negen uur is in onze kerk 'n zingende (gezongen, in tegenstelling met 'stille') mis.

594. Is Piet al binnen? O ja, al lang al. (Dit overbodig herhalen van 'al' komt ook buiten West-Friesland voor).

595. Men moet hem niet ansassen (aanhitsen, ophitsen, opstoken, aansarren), hij is toch al zo oplopend.

596. Je mag niet die appel van dat kleine kind ofpollen (aftroggelen, afbédelen).

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019