Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfrieslanddag 2019

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 102-104

Woorden en uitdrukkingen: 673-706

673. Dinsdags ga ik graag naar de Purmerender markt. Maar 't lukt me altijd niet (niet altijd), ik heb 't thuis wel 'ns te druk.
Heb je dat boek gelezen?
Nee, helemáál niet (niet helemaal); ik heb er enkele stukken uit gelezen.

674. Ik was net-an op tijd voor de bus (net, juist, precies).

675. Hier gaat veel verkeer bai langs (bai hoort niet in de zin).
Oom Joris gaat er niet zo krap bai langs (is niet krenterig, niet gierig).

676. Buurman Bertus, de zadelmaker, zat in z'n werkplaatsje nog op de blauwbakken (tegels, plavuizen). Hij was organist in de kerk. Als de klok begon te luiden voor de dienst, deed ie z'n klompen uit, stapte in z'n pantoffels en ging zovórs of: zovóórt naar de kerk (dadelijk, direct, onmiddellijk). Vgl. het Duitse 'sofort' .

677. Op (in) 'n nacht was er 'n koe in ons bloementuintje geweest; alles was verrinnewéérd (beschadigd, vernield).

678. Ik hou er niet van, als 'n gastvrouw zulke volle lokken (koppen) koffie schenkt.

679. Omvéér (elders, ver van huis) hoor je soms de nieuwtjes van je eigen omgeving.

680. Hij is rijk, maar neidat ie geld heb leeft ie krenterig (naar mate hij geld heeft, in verhouding tot z'n geldbezit).

681. In dat huis kan 't langs de vloer zoigen (tochten, trekken).

682. In de eerste helft van de maand was 't mooi weer, maar nu is 't weer van de pen (doorlopend slecht, guur).

683. Hij is groosk op z'n studerende zoon (groots, trots).
Zij is te groosk om met arme lui om te gaan (hooghartig, kwetsend trots). Zie ook nr. 880.

684. Als er op 'n dag veel werk is, loopt vader de hele dag te bleizen en te poeperen (te foeteren en te mopperen) en 't is allemaal poepedrift (luid te keer gaan, maar weinig presteren).

685. Ik kreeg onderweg 'n lekke band, dat was 'n vervelend interval ('n onverwacht, ongewenst voorval).
Opm.: In 't Ned. is 'n interval in de muziek de afstand tussen twee tonen, bv. tussen sol en do).

686. Die schooljongen is 'n echte bazeroet (kwajongen, robbedoes). Hij krijgt van z'n oplopende vader wel 'ns 'n óptrawaffel ('n draai om z'n oren, 'n oplawaai, 'n dreun).

687. Ik denk dat ie mitterhaast zestig is (bijna).
Opm.: 'Metterhaast' is ook Ned. met de betekenis 'in haast': Die reparatie is metterhaast gedaan.

688. Hoe zit die zaak in elkaar?
Ik zal wel 'ns luikhoren (stiekem informeren) naar de juiste toedracht.

689. Daar heb ik geen zin aan (in).

690. Hij heeft geen werk, hij loopt al twee maanden om (aan) de kant. 't Vorig jaar heeft ie ook maandenlang om de landen loupen (lopen luieren, nietsdoen). Z'n vrouw verdient in hun kleine kafeetje ook maar weinig, wat spelden- en neeldengeld (wat geringe inkomsten, wat kleine ontvangsten).

691. Je vindt in 't hele averàm (gewest, omgeving, omtrek) niet zo'n beste werkster.

692. Hein is gauw dood gegaan, inkort (kort geleden) heb ik 'm nog ontmoet.

693. Toen ik nog jongeklant of: jongkirrel was, gingen we op gele klompen naar de kerk (jongeman, zo van 18-30 jaar).

694. Wat 'n mensen op de receptie bij Ko Konijn, Iefie en Afie waren er (mensen van allerlei slag).

695. In De Streek brengt men de afvalstoffen naar de bolk (de vuilnisbelt).

696. M'n beste buurman Janus gaat verhuizen. Wat zal ik misgroipen (wat zal ik hem missen)!
M'n auto is al enige dagen in de reparatie; ik groip erg mis (ik ben erg ontriefd, 't gemis drukt zwaar).

697. 't Is in dat gezin 'n echte poepebedoening ('n rommelig gezin, wat armoedig).

698. Nou is 't al middernacht en Truus is nog niet thuis van de vergaring (vergadering) van de handbal; ik heb er gien deeg (soms: deig) van (ik ben vreselijk ongerust).

699. Ik heb nog suiker genoeg in huis; daar ben ik niet om begaan (niet om verlegen, daar heb ik geen behoefte aan).

700. De buurkinderen zaten voortdurend achter m'n kippen te bosken (jagen).

701. Dat jochie van vier breeuwt al precies als z'n moeder (brouwen, met keel-r spreken).

702. Klasie kwam huilende binnen, hij was in de brandenékels vallen (brandnetels).

703. Ik won honderd gulden uit de staatsloterij; dat was 'n brikkie (buitenkansje). Zie: oppertje.

704. Als je zoveel tegenslag krijgt als hij, dan wil je 't wel besteden (dan verlies je de moed, dan versaag je, dan zie je er geen gat meer in).

705. In de lage deuropening moest ik bokken (bukken, buigen) om niet m'n hoofd te stoten.

706. 't Was van dat bolle weer (vochtig-warm, broeiig weer).

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019