Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? » Pagina 130-133

Grepen uit de grammatica: 877-881

877. Om aan te duiden waar 'n vrouw woont of waar ze geboren is, gebruikt de Wfr. meestal de mannelijke vorm van de plaatsnamen:
Waar komt je meisje vandaan?
't Is 'n Amsterdammer (Amsterdamse). Ze is 'n Spierdijker (Spierdijkse).
In 't Ned. eindigen de woorden, die gevormd zijn van plaatsnamen en vrouwen aanduiden, bijna alle op -se of ische.

MAN:
'n Ursemmer
'n Spanbroeker
'n Hagenaar
'n Drent (enaar)
'n Zeeuw
'n Niedorper
'n Spanjaard
'n Romein (uit Rome)
'n Geldersman
'n Noordhollander
'n Medemblikker
'n Belg
'n Egyptenaar
'n Fransman
VROUW:
'n Ursemse
'n Spanbroekse
'n Haagse
'n Drentse
'n Zeeuwse
'n Niedorpse
'n Spaanse
'n Romeinse
'n Gelderse
'n Noordhollandse
'n Medemblikse
'n Belgische
'n Egyptische
'n Franse, Française

Een enkele maal wordt de vrouwelijke benaming gevormd door -in:

Vergelijk:
'n Fries
'n Rus

'n Friezin of Friese
'n Russin

878. Opvallend is in W.F. de uitspraak van de woorden:
Zabel (sabel), vuik (fuik), dezember (december), kirrel (kerel), wirreld (wereld), dirkteur (directeur), pestoor (pastoor), kabbelaan (kapelaan), zuiker (suiker), de achternaam Kobbes (Koppes), fitten (vitten), 'n fiese boel ('n vieze boel).
Het grammatisch figuur epènthesis, inlassing van 'n klank of 'n lettergreep, komt in W.F. vrij veel voor:
Stilder (stiller), rilderig (rillerig), meevalder (meevaller).
Enkelde (enkele) mensen kopen de alderduurste kleren.
Dubbelde lonen voor dubbeld (dubbel) werk.
Skoenesmeer of skoenepoes (schoensmeer).
Ellef, twalef, zellef, mellek, hellepen, allemachtig, kleremaker (kleermaker), enz.
Enige Ned. woorden worden door de Wfr. geradbraakt: rizzelevéren voor resolveren.
griffemeerd voor gereformeerd.
fokséren of fakséren voor forceren.
stollestéren voor solliciteren.
permetasie voor parentage.

879. De Westfriezen gebruiken veel stopwoorden, stoplappen en tussenwerpsels. Sommige zijn specifiek Westfries, andere algemeen Nederlands.
Jan komt hier straks nog wel, dingk?
Ja, dat zal wel, dingk.
Hou je van goeie muziek?
Vanzelf (natuurlijk), wie zou 't niet graag horen!
Piet Oudejans gaat weer trouwen. Is 't verdaid? (verwondering).
Verdubbe, wat is 't al laat!
Nou, we gingen naar Hoorn en nou, we kwamen in 'n winkel, en nou, we konden niet slagen en nou, toen gingen we naar 'n andere zaak en nou, toen slaagden we eindelijk.
Hier nog 'n aantal:
(Dat) zodoende
Zal 'k maar zeggen
Om zo te zeggen
Zalle we zeggen
Leiten we zeggen
Weet je wat 't is…
Ik bedoel maar…
(H)oor
Pietje, we gaan straks naar oma, ?
Weet je wel
Gossiemijne!
Nou moet je 'ns luisteren
Jo, nò, ei, gò, enz.
En niet te vergeten de dus-mensen met twintigmaal dus in 'n minuut! enz. enz.

880. In de spelling De Vries en Te Winkel, die gevigeerd heeft van ± 1865 tot 1935 werd een aantal woorden met ch geschreven, die vóór 1900 door de Wfr. werden uitgesproken als k. Bv.: wasschen, visschen, tusschen, musschen. Men las: wasken, visken, tusken, mosken. Nog 'n paar restanten hiervan zijn: mosken en, in figuurlijke zin visken:
Je moete d'rs zien uit te visken, hoeveul ie van z'n vader urven heb.
Hai is groosk (in de vroegere spelling 'grootsch') op z'n zeun die burgemeister is.

881. Een beoordeling van de Westfreizen en hun dialect ontlenen we aan 'Schets van het Westfriesche Dialect' door K. Kuiper (1952).
'In zangerigheid, sappigheid en gemoedelijkheid doet het Westfries onder voor het Brabants en Gelders: gevolg van de starre, hoekige natuur van de Friezen. Is de taal niet gans het volk? Weerspiegelt zich in haar niet de reflex van elk gewichtig gebeuren op historisch, geografisch en kultureel gebied?

De bodemgesteldheid was van invloed op onze volkstaal: de eeuwenlange strijd tegen de waterwolf. Stormvloeden dijkbreuken, rampen die aan duizenden het leven kostten; deze nooit eindigende kamp heeft het karakter gestaald, de geest gebonden, dit volk gemaakt tot een stoer, éénzelvig, koppig, wat eigenzinnig en zwijgzaam ras, arm aan woorden dus weinig spraakzaam, kort van uitdrukking, op het stugge af. Slag op slag werden de akkers overspoeld, oogsten vernietigd, have en goed geteisterd, levens bedreigd: kwade kansen van het bestaan, die weinig plaats lieten aan vreugdevolle klanken en uitbundigheid in taal en uitspraak. De volkstaal bleef sober, rudimentair…'

In 't algemeen is de articulatie van de Westfries weinig energiek: gehele zinnen kunnen worden gezegd, zonder dat men de lippen van de spreker noemenswaard ziet bewegen. Er zijn natuurlijk gunstige uitzonderingen.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.