Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 11-12

Woorden en uitdrukkingen: 1-16

(Het nummer in de rechteronderhoek van een pentekening verwijst naar het desbetreffende tekstnummer.)

1. Moeder zit in de kamer en vraagt: „Waar is Nel?” Gré antwoordt: „Die is achter” (in de keuken, in de gang, maar niet in de kamer).

2. De deur is vast (gesloten, op slot).
De deur is los (niet op slot).
Wil je de deur even vastmaken (op slot doen)?
Pas een uur geleden heb ik hem losgemaakt (ontsloten).

3. Onze voordeur is een beetje wensk (of: woinsk) (scheluw, enigszins uit het vlak gebogen, scheef getrokken).

4. Hij zat voor (achter) de glaze (de ramen) naar buiten te kijken.

5. Die bloempot staat op 't raampost (de vensterbank).

6. Ouwerwisse (ouderwetse) stoelen hebben nog triemen (sporten, steunlatjes tussen de poten).

7. Heb je de kachel al in brand (brandend)?
'In de brand zitten' is wel Ned. maar betekent dan: In moeilijkheden zitten, bv. in geldnood.

8. Ik heb een andere kachel gekocht. Sjonge, wat kan die lekker ofstiemen (een geweldige warmte afgeven)!
Je kachel stiemt goed òf.

9. Die twee oudjes kunnen leuk koetelen (met elkaar hun huishoudelijke bezigheden doen).

10. M'n kamers moeten voor Kerstmis er een beetje knap (of gnap) (behoorlijk, proper, netjes) uitzien. Daarom zullen we in de week voor Kerstmis de kamers maar skaken (een flinke schoonmaakbeurt geven, een tussentijdse opknapbeurt, meestal een paar malen per jaar).

11. De moid (dienstbode) lag op kniese (op haar knieen) in de gang, om de prut (modder) van de slobbers op te foilen (dweilen).
(slobbers, personen, die de modder aan hun schoenen binnengebracht hebben).

Afbeelding pagina 12

12. Toen tante kwam, had ik m'n werk vrijwel af; ik was nog zo'n beetje aan 't stúdderen (hier en daar nog wat kleine werkzaamheden doen, wat nawerkjes).

13. Moeder was aan 't kleren kreuken (aan het wasgoed te vouwen).

14. Buurvrouw, ik ga naar huis, want ik moet m'n strijkgoed nog indoffen (invochten) en dan moet ik om elf uur de aardappelen óverdoen (opzetten).

15. Als het druk is in het bedrijf, begint vader, 's morgens na het stik-eten (het brood-eten, het boterham-eten) al te boizen (te jakkeren, om iedereen aan het werk te krijgen; iedereen wordt opgejaagd).

16. Joos (jongens), komen jullie te konkelen (schaften, een rustpauze onder het werk te ± 10 uur in de voormiddag waarin een kop koffie door de baas wordt aangeboden).
Opm.: 'konkelen' is wel Ned., maar betekent dan: knoeierijen plegen, knoeien, kuipen, kwaadspreken, bv.:
Door konkelen achter onze rug hebben ze ons die mooie betrekking afgesnoept.

 


Hé, is dat Westfries?

367. Koolprak dien je niet op als gastmaal (stamppot van kool en aardappelen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.