Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 13-14

Woorden en uitdrukkingen: 17-39

17. Kom vanavond om een koppie (een kop koffie drinken); dan zitten we rustig, want dan zijn de kleine joos naar bed (de kinderen). Als alle joos (kinderen) er omheen zitten, dan kun je niet vrij praten.
Met joos kunnen ook de zoons bedoeld worden, in tegenstelling tot de moide, de dochters:
We hebben een gezin van zeven kinderen, vier joos en drie moide. Overdag (in de loop van de dag) gaan de joos elders werken, maar de moide zijn thuis.

18. Buurman was juist bij ons met koppiestoid (de tijd van gezamenlijk koffie of thee drinken in het gezin te ± 10 uur en 15 uur).

19. Ik ben bij m'n zus op de zuikerstikke geweest (op kraamvisite).
Stik = boterham.
Stik-eten = brood eten.
Hij is op stikke = hij blijft over, met brood.
Stikkebuul = broodzak.

20. Ik ben drie nachten te warskip geweest (drie dagen te logeren).
We krijgen vandaag twee warskippers (logés, logées).

21. Ik blijf maar eventjes, want ik heb bestoken (beperkte) tijd; over een kwartier komt de bus langs voor Hoorn. Ik zal daar een verrotte (rotte, rottende) kies laten trekken. Buurvrouw Ria moet eigenlijk ook naar de tandarts, maar ze durft niet. Had je dat gedacht van zo'n helhaak (furie, helleveeg, kwaadaardige vrouw)? Laatst heeft ze erg in de rats gezeten. Ze kreeg een plotselinge maagaandoening en ze moest houpstoups (plotseling, overhaast) naar het ziekenhuis. Toen was ze helemaal van de rel (van de kook, van streek, radeloos, in de war).

22. Hier heb ik een grote uien (ui).
Haal 'ns drie uiens (uien).

23. Deze appel is niet gaaf van huid, hij is skroffelig (ruw, roffelig).

24. Wat is de soep fleeuw (flauw, niet hartig).

25. Het vlees lag in de pan te sudderen (zachtjes te stoven met een zacht sissend geluid).

26. In Hoorn kocht ik een stel galgen (bretels), maar toe (toen) ontdekte ik, dat ik geniesen (niet eens) geld bij me had. Ik had ook zo'n trek in een frik-bal (gehaktbal), maar ik ben het staltje (stalletje, markttentje) voorbij gelopen, want zonder geld koop je niet veel.

27. Een panje met troet (een pannetje met dikke pap).
Vgl. no 490.

28. We zullen vanmiddag broeder eten (Jan-in-de-zak of jan-in-de-pan).

29. Je bent de rechte koekjesbakker nog niet; wat zit je toch met dat deeg te kliederen (knoeien, smeren, morsen).

30. Moeder heeft plussel (of: pòsken) gemaakt om pangkoek (pannekoek) te bakken.
(Plussel of pòsken = meelbeslag).

31. Dat meel, die havermout, dat roggebrood lucht ousk (ruikt muf).

32. Jan eet altijd de kruintjes op (de broodkapjes).

33. 's Maandags eten we de lessies (de restjes, de overschotjes) van zondag op.

34. Grietje, wil je nog 'ns koffie tappen?
Ja, moeder, ik zal nog 'ns intappen ((in)schenken).

35. Moeder kreeg op haar verjaardag van haar kinderen een koppie met een bakkie of: een kom en bakkie (een kop en schotel).

36. Maandag viel m'n hele koffiepot an barrele (aan stukken, kapot, aan diggelen).

37. 'n Koppie? (belief je een kop koffie?)
Ik heb net frisse koffie (verse).

38. Wat drink jij je koffie toch heet op! Wat kun jij het heet douven (verdragen)!
Opm.: 'Doven' is wel Ned., maar betekent dan 'een vlam smoren', bv. kaarsen doven. Zijn lust tot werken is gedoofd.

39. Kind, wat zit je toch met je eten te prieken! (morsen, smeren, prutsen).

 


Hé, is dat Westfries?

225. De kippen lopen allemaal te eizen (voedsel zoeken en oppikken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.