Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 15-16

Woorden en uitdrukkingen: 40-54

40. De pot (de waterketel) kookt nog niet, maar hij gonst (zingt) al wel.
Opm.: 'gonzen' is wel Ned., maar dan in zinnen als:
De bijen gonzen. De kachel gonst en snort.
Ons T.V.-toestel gonsde de hele avond.

41. Waar lucht (ruikt) het hier van?
't Lucht hier lekker ('t ruikt hier fijn).
Laat me eens luchten (ruiken) of die melk goor is.
Opm.: 'Luchten' is wel Ned., maar betekent dan:
uiten: z'n hart luchten;
aan de buitenlucht blootstellen: beddegoed luchten;
ventileren: de slaapkamer luchten;
pronken met: z'n kennis luchten.

42. Loupende vort (onder het lopen, terwijl hij liep) of: raiende vort (terwijl hij reed, onder het rijden) at hij zijn brood op.

43. Haar nieuwe jurk heeft een speurig (hel, opvallend, opzichtig) kleurtje.

44. M'n sleutel zit in de rechtertas (zijzak, buitenzak) van m'n jas.

45. Ik zat in de kerk, ik nam m'n knip (portemonnee) uit m'n diések (broekzak), ik nam er een stuiver uit en ik gooide die in de klinkbuul (het kerkezakje).

46. 't Is koud buiten; je moet een doek (halsdoek, sjaal, shawl) om je hals doen.

47. Oom Gerrit kocht voor zijn zoon een boereplaas (een boerderij, een veehouderbedrijf).
Voor een andere zoon kocht hij een aardig spultje (een klein veehouders-, landbouw- of tuindersbedrijfje).

48. In dat boerenhuis kunnen twintig koeien op de lange regel (de langste zijde van de stal). En dan kunnen er nog acht in 't achterom (een stuk stal aan de achterzijde van het huis; dit dwarsstuk staat rechthoekig op de zgn. 'lange regel').
In de zomermaanden woont die boer op een staltje.
(Hij legt over een gedeelte van de stal een losse houten vloer en richt dat gedeelte in als woonkamer).
Op dat stal staan twee zware koeien (stalgedeelte voor twee koeien.)
Opm.: De Westfries gebruikt voor 't Ned. woord 'stal', als gezamenlijk onderdak voor zijn koeien, meestal het koejes of de koegang.

49. M'n fiets staat in de boet (schuur).
De Langedijker koolboeten (de Langedijkse koolschuren).
Opm.: 'Langedijker koolboeten' is door het vele gebruik ingeburgerd en wordt daarom als goed aangemerkt, zoals bv. ook Deventer koek; Weesper moppen.

50. Als ik 's maandags naar de Alkmaarse markt ga, dan begin ik al om vier uur te voeren (het vee voe(de)ren, melken en verzorgen).

51 . Vader is al vroeg naar de bouw (naar z'n bouwland, naar z'n akker) gegaan.
Waar is je broer? Die is het lánd in. Of: Die is het lánd uit (die is gaan werken op z'n grasland).
(De klemtoon valt op land.)

52. Wat heb je verdiend met het eerappel-roden? (rooien van aardappelen.)
De Westfries gebruikt altijd roden: bieten roden, bomen roden,enz. Ned. is: 'rooien'.

53 . Wat staat er een vuil (onkruid) op zijn bouwland.

54. Wat heeft die koe een best jaar (grote uier).
Een koejaar (een koe-uier of koeie-uier).

 


Hé, is dat Westfries?

409. Wat is de soep fleeuw (flauw, niet hartig).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.