Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 19-20

Woorden en uitdrukkingen: 76-94

76. Hij heeft een weerbare (handige, efficient werkende, met hoog tempo werkende) vrouw.
Opm.: 'weerbaar' is wel Ned., maar betekent dan: in staat zich te verweren, zich kunnende verdedigen. Bv.: Duitsland is een weerbaar land.
77. Die vrouw is erg zels (ze houdt van gezelschap, ze is niet graag alleen).

78. Wat heeft die vent een staan-úit! (hij is blufferig, verwaand, ingebeeld, pedant, fatterig. Hij met z'n deftigdoenerij!).

79. Ik houd niet van mensen, die lang lopen te koppen (die stijfkoppig zijn, die niet gauw aan de tegenpartij vergeven).
Dat gekop (dat koppige volhouden) moet je afleren, jongen.
80. Met die moeilijke man omgaan, dat is geen harden (dat is niet te harden)!
Ja, 't is een poestige (driftige, onbeheerste, oplopende, kort aangebonden) man.

81. De burgemeester is erg nauw te wachten (gauw op z'n teentjes getrapt).

82. Opa is een oude grommelpot (mopperaar); niemand kan het met hem helen (vinden; niemand kan met hem in goede harmonie leven).

3. Die zwager van je is een snokkere (of: snukkere) kerel. Als hij van de partij is, kom je vaak in een snokkere situatie (wat eigenaardig, enigszins buitenissig, meestal met een komisch tintje eraan).

84. Hij heeft een minder flinke vrouw; 't is een peeuwer (ze klaagt veel over zich-ziek-voelen, ze ziet tegen inspanning op, ze is niet doortastend).
85. Dat kind is een trut (treuzel, treuzelaar, hij heeft een langzaam werktempo).

86. Heeft je broer een goeie vrouw? Ja, maar ze is een beetje nuwelijk, wat nuwbakken (wat al te levendig, wat uitgelaten, enigszins overdreven aanhankelijk, wat ongewoon toenaderend en lacherig).
Opm.: 'nieuwbakken' is wel Ned., maar betekent dan 'vers' bv.: nieuwbakken brood; of: 'pas geworden' bv.: een nieuwbakken onderwijzer (pas geslaagd).

87. Ken je z'n vrouw? Jawel, ze is wel wat een leukerd (zonderling, ietwat afwijkend).

88. Je kunt hem nooit geloven; 't is een grote liegebel (leugenaar).

89. Hansje van de slager is een echte dóerak (een kwajongen).

90. Die oudste zoon van oom Dirk past slecht op; 't is een barrel, een bel (hij is van zeer slecht gedrag).

91. Heeft je zoon 't goed op z'n nieuwe bedrijfje? O ja, hij heeft een roik stuk brood (hij verdient ruim z'n brood, hij heeft 't heel goed).

92. Als landbouwer heb je elk jaar een tamelijk gelijkblijvend inkomen; als zakenman kun je wel 'ns een eisie hebben (een extraatje verdienen, een buitenkansje hebben).

93. Kan hij van/met zijn weekloontje rondkomen? Och, hij ruttelt nog wel 'ns wat (doetnog wel 'ns enige handel als bijverdienste).
94. Oom Dirk zit goed in z'n centen, maar hij is kneertig (karig, gierig).
Hé, is je oom zo benauwd? (karig, gierig, vasthoudend).

 


Hé, is dat Westfries?

646. Over de benoeming van die ambtenaar heb ik niks te kerdiezen (niets over te zeggen of te beslissen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.