Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 25-26

Woorden en uitdrukkingen: 138-153

138. We krijgen zeker ander weer; de kinderen zijn zo uithoinig (druk, beweeglijk, anders dan gewoon).

139. Wat is dat een doenig, heen-en-werig (druk, beweeglijk) kind!

140. Jongen, zit niet zo te raggen (wiemelen) op je stoel.

141. Dat kind zit overal aan te fiemelen of te friemelen (kan nergens afblijven, moet alles in handen hebben en betasten).

142. Gré, nu zit je haar goed. En nu niet de hele avond er aan zitten te veugelen (schikken, veranderen).
Eer dat je bij die fotograaf goed staat of zit, heeft-ie heel wat aan je zitten te fiemelen, veugelen, flikflooien (betekenen alle drie: met de handen ordenen, schikken, aanraken).
Die vrouw is maar wat aan 't flikflooien, maar haar werk raakt niet af. (Hier betekent flikflooien: de schijn geven druk bezig te zijn, zonder dat veel resultaat te zien is.)
Opm.: 'Flikflooien' is wel Ned., maar betekent dan: iemand vleien om daar voordeel uit te trekken.

143. Piet, niet zo hompen (stoten of aanstoten), dan kan ik niet schrijven.

144. Waarom kom je te laat op school, Gert?
Meester, ik heb wouweld (spelende te langzaam gelopen).

145. Ik stroffelde (struikelde) over een steen.

146. Hij heeft het wild in de bienen (hij is erg gehaast, bv. in zijn werk).

147. Marie, schiet wat op met je werk; je zit maar wat te dangelen (treuzelen).

148. Zit met je werk niet zo te trutten of te tijzen (treuzelen, langzaam doen).

149. Het kind zat te gnokken naar al dat lekkers.
Als moeder vlees snijdt, staat de hond er bij te gnokken (begerig te kijken).

Afbeelding pagina 26

150. Dat kind heeft een nieuwe jurk. Wat is ze er kuin op! (trots op, ze is er gelukkig mee).
Ja, ze is zo kuin als de poes (zo trots als een pauw).

151. Annemiek kon niet naar het verjaringsfeest van haar vriendinnetje. 't Begrootte m'n om haar (ik vond het jammer en zielig voor haar).
Ja, dat was erg begrotelijk (spijtig, zielig). Ik koop die dure hoed niet; 't begroot m'n van m'n centen (ik vind 't jammer, m'n geld er voor uit te geven).

152. Klein Jantje had griep en mocht van de dokter niet met het schoolreisje mee. 't Was wel nooslijk (jammer, spijtig, zielig) voor hem.
Ik kon niet met het uitje van de Vrouwenbond mee; m'n man was die dag jarig; 't noosde me wel (ik vond het wel jammer), toen ik al die vrouwtjes zag vertrekken.

153. Wat schreeuw je toch; ik verskiet (schrik) ervan.
Opm.: 'Verschieten' is wel Ned., maar betekent dan onder meer: 'van kleur veranderen'. Bv.:
Hij schrok zo hevig, dat hij van kleur verschoot.
Die oude jas is verschoten (verkleurd).
Etalage-stoffen verschieten door de zon.

 


Hé, is dat Westfries?

367. Koolprak dien je niet op als gastmaal (stamppot van kool en aardappelen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.