Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 29-30

Woorden en uitdrukkingen: 173-192

173. Wat ligt dat kindje lekker te loeren (slapen).
Opm.: 'Loeren' is wel Ned., maar in andere betekenis:
De kat loert op de mus.
Hij loert op het baantje van inspecteur.

Afbeelding pagina 29

174. Ouwe Trijntje zit de hele dag achter haar gordijntjes te glouwen (gluren) naar alles wat op straat voorbijgaat.
Ik heb een brutale dienstbode; ze zit in al m'n kasten te glouwen en te miereken (te gluren, nieuwsgierig te snuffelen).

175. Kind, schiet op, sta om zo'n kleinigheidje niet een kwartier te dranzen (huilen, meestal zeurend en zanikend).

176. Meester, hij zat in m'n kastje te streunen (snuffelen, doorzoeken).

177. Moeder, hij wil m'n kammetje skuil douwen (verstoppen, verbergen).

178. Dit lege sigarettendoosje ziet er uit als nieuw. Ik zal er m'n broer mee kullen (foppen, bij de news nemen).

179. Jongens, niet zo klammen (ruzie maken)!
Twee klammers, twee schuld.

180. We raakten met elkaar aan het spouken of: spoken (ravotten) en toen wist Kees me de foto van m'n meisje te ontgnoffelen (ontfutselen, afbandig maken).

181. Als je je kinderen zo goed mogelijk hebt opgevoed, kan er toch wel 'ns een afdwalen. Je hebt hun lot niet in de hand; 't moet er wel 'ns wat an daien (je opvoedingswerk moet willen gedijen; je moet ook wat geluk hebben, 't moet wat willen meelopen).

182. Heb je al was vastighoid (zekerheid) met je verkering?

183. Wil je m'n verlovingscadeautje 'ns zien? Dit vaasje heb ik had (gekregen) van m'n vriendin.

184. Tussen buurvrouw en haar nieuwe dienstbode wil het niet erg hotten (vlotten, boteren).
't Meisje is nog maar achttien en 't is nogal een drok dinkie (ze houdt van dansen en feesten); ze komt gauw onder de invloed van ophitsende muziek. Dan begint ze met moderne dansen en raakt ze van de rel (van de kaart, buiten zichzelf). Buurvrouw heeft nog heel was met haar te stroiken (stellen).
Vgl. 21 en 73.

185. Ik skeurde (sleuren, trekken) hem er aan z'n haren bij.

186. Herresdags (in de herfst) is het druk in mijn bedrijf. 't Is nou winterdag (in de winter), dan is het niet zo druk.
De tijdbepalingen: van 't voorjaar, van de zeumer, van de herrest, van de winter kunnen naar het verleden en naar de toekomst wijzen:
Van de zeumer (komende zomer) kom ik je 'ns opzoeken.
Van de zeumer (voorbije zomer) ben ik getrouwd.
Van 't voorjaar (komend voorjaar) ga ik naar Spanje.
Van 't voorjaar (in het voorbije voorjaar) regende 't vaak.

187. Ik zat buiten in de loute (luwte) te lezen.

188. 't Is buiten hufterig (vinnig koud).
Haal de hond maar in huis. Dat stomme (arme) dier lijdt kou in z'n buitenhok.

189. Door die snorrelwind (draaiende, wielende luchtstroming) bij de hoek van ons huis, waaide m'n hoed af en hij ging de lucht in.

190. Aan de lucht te zien, kon het morgen wel 'ns snéi-jagen (sneeuwen).
191. Die man is van mijn oudte (leeftijd, jaren).

192. We hebben een gezin van zeven kinderen, vier joos (zoons) en drie moide (dochters). Overdag (in de loop van de dag) gaan de joos ergens te werk (werken), maar de moide blijven thuis.

 


Hé, is dat Westfries?

462. 't Kind zat te gnokken (begerig te kijken) naar al dat lekkers.
Als moeder vlees snijdt, staat de hond erbij te gnokken.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.