Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 33-34

Woorden en uitdrukkingen: 211-227

211. 'n Flouk (ondiep) slootje. 'n Flouk (ondiep) bord.

212. Ik meende dat ik een dooie muis opraapte, maar 't was een levendige (levende).

213. Vrouw, wat moet er wezen van de slager?
Antwoord van de vrouw des huizes: Slager, doe maar op 't oud of (als altijd, als gewoonlijk).

214. Is Piet al aan z'n werk? O ja, hij is al een kwartier an de veers (aan de gang, bezig).

215. Is 't eerlijk (werkelijk) waar?
Dikwijls zegt men kortweg: Is 't eerlijk?

216. 't Was zaterdagavond. Ik had het verskoondersgoed (de verschoning, het schone ondergoed) klaar gelegd. Toen alleman klaar was, gingen we allegaar (allemaal) te bed. Maar ons zieke kindje huilde de hele nacht; we hadden er een rommelnacht van (een gestoorde nachtrust door). Gelukkig was het kindje de volgende dag wat vlugger (beter).

217. We hadden op de Tweede Kerstdag wel twintig mensen in huis. Er was reuring (drukte, beweging) genoeg.

218. Voor het gebruik het flesje goed skuddelen (schudden).

219. Als het teugendaait (tegenloopt) krijg je in de winter het wasgoed in geen drie dagen droog.

220. Klaas, je kunt je opknapperspak (het pak dat 's avonds door de week gedragen wordt) vanavond niet aan, want je hebt een stikkenige (kapotte) mouw.

221. Hij is erg ziek geweest, maar nou zit-ie weer in 't hoekie (in z'n stoel).
Z'n vrouw was ook ziek, maar die is nu ook weer op. 't Huist ('t leeft) niet gezellig, als moeder niet in 't hoekie (in haar stoel) zit.
M'n man is niet thuis, je mag wel in z'n hoekie (in zijn stoel) zitten.
Toe maar, ga maar gerust in de hoek (in de stoel van de man of de vrouw) zitten.

222. Hai heb 'm goed verweerd (hij heeft hard gewerkt) in z'n leven. Daardoor heeft-ie wel een flink spaarduitje, moet je rekenen (dat mag je wel vermoeden, dat kun je wel aannemen, daar kun je wel op rekenen).
Ja, hij kan er mee terecht (hij is voor geen kleintje vervaard). Ook z'n vrouw. Die kan een hele avond aan een stuk doorpraten. Die kan er ook mee terecht (weet niet van ophouden, gaat rusteloos door).

223. Help me 'ns even met dit werkje, want ik weet niet hoe of 't moet (hoe 't moet).

224. Ik had nooit durven denken, dat hij zo kwaad kon worden. Wat had-ie 'm staan (was was-ie boos)!
Opm.: Het wordt ook wel gezegd van iemand die dronken is.
Ja jongen, wat was-ie vuil (heel erg boos) en wat keek-ie vuil (venijnig).

225. Wanneer komt-ie? Hij heeft gezegd van een maandag. (maandag of maandag a.s. of a.s. maandag).
Opm.: Goed Ned. is: 't Was op een maandag in mei. Hij was jarig op een dinsdag.

226. Wat hij zegt, is niet waar, 't is leugen ('t is een leugen).
Als je koopt moet je betalen, is 't waar of leugen? (daar is geen twijfel aan, dat staat vast).

227. Hij sprong over sloot (over de sloot).
De kat is op zolder (op de zolder).

Afbeelding pagina 34

 


Hé, is dat Westfries?

646. Over de benoeming van die ambtenaar heb ik niks te kerdiezen (niets over te zeggen of te beslissen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.