Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 37-38

Woorden en uitdrukkingen: 250-263

250. Ik hou groot van haar (heb haar lief, bemin haar, hou veel van haar).

251. Hij is puur (tamelijk, erg) ziek.
Dat heeft puur (heel wat, tamelijk veel) gekost.
Opm.: 'Puur' is wel Ned., maar betekent dan: zuiver, onvervalst, enkel.
Bv.: pure honing, puur goud, pure nonsens.
Hij deed dat puur om te plagen.

252. 't Is buiten onguur (heel erg, buitengewoon) koud.
Opm.: 'Onguur' betekent in het Ned.: schrikwekkend. Een ongure kerel. Een onguur gezicht.

253. Ik vond dat toneelstuk skoftig (heel erg, buitengewoon) mooi.
Opm.: Dit woord is de laatste jaren in West-Friesland ingeburgerd, maar het klinkt niet fraai.

254. Ik vind dat liedje verlegen mooi.
't Is buiten verlegen koud.
Hij is merakel dom.
Zij lust merakel graag paling.
Verlegen en merakel betekenen beide 'heel erg'.
Opm.: 'Verlegen' is wel goed Ned., maar betekent dan: bleu, bedeesd, beschroomd, bv.: Die jongen is erg verlegen.
'Mirakel' is ook Ned., maar betekent dan: wonder. Dan is het dus een zelfstandig naamwoord.

Afbeelding pagina 37

255. Die man heeft hoegenaamd (bijna geen) geen vrienden.
Opm.: Het woord 'hoegenaamd' betekent in het Ned.: 'volstrekt geen' of 'volstrekt niet'.
Bovenstaande zin zou in het Ned. dus betekenen Hij heeft geen enkele vriend.
Maar in meer provincies van Nederland gebruikt men 'hoegenaamd' al in de betekenis van 'bijna niet' of 'bijna geen' zoals bij ons in West-Friesland.

256. Hij kwam mitterhaast (bijna) nooit bij ons.
Zij is mitterhaast dertig.

257. Doe dat kunstje met de kaart nog eens.
Ik ken 't geen (niet) meer en daarom doe ik 't geen meer.

258. Hij leeft gemakkelijk. Hij heeft nergens geen last van en hij heeft nooit geen haast. Hij heeft dan ook nooit geen kans op een goeie betrekking.
('t Woordje 'geen' mag weggelaten worden.)

259. In Hoorn kocht ik een stel galgen (bretels), maar toe (toen) ontdekte ik, dat ik geniesen (niet eens) geld bij me had. Ik had ook zo'n trek in een frikbal (gehaktbal), maar ik ben het staltje (stalletje, markttentje) voorbij gelopen, want zonder geld koop je niet veel.

260. Hij drinkt wel eens een borreltje te veel, maar hij is evengoed (toch, desondanks) een goeie vent.
Ik verbood het hem, maar hij deed het evengoed (toch, desondanks).
Opm. 1: 'Evengoed' is wel goed Ned., maar betekent dan 'evenzeer', 'in gelijke mate', bv.: Ik ben evengoed teleurgesteld als jij.
Opm. 2: 'Even' en 'goed', los van elkaar geschreven, zal wel geen moeilijkheid opleveren. Ze vormen dan een gewone trap van vergelijking, bv.:
Vader is even goed als moeder. Dit is goed Ned.

261. Wat woont die familie hier ienluk (afgelegen, eenzaam).

262. Is je man meegekomen? Nee, ik ben alliendig (alleen).
Hij komt alliendig (alleen maar, slechts) als-ie wat aan je verdienen kan.

263. Hun kleine kindje is gestorven. Dat is erg tebot (jammer, zielig).

 


Hé, is dat Westfries?

405. Ik ben bij m'n zus op de zuikerstikken geweest (op kraamvisite).
Stik (boterham). Stik-eten (brood-eten).
Stikkebordje (boterhambordje).
Stikkebuul (broodzak).
Hij blijft op stikken (hij blijft over, met brood). Gastestikken (extra lekkere boterhammen als voor gasten).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.