Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 39-40

Woorden en uitdrukkingen: 264-284

264. Hij wou met alle verdól (met alle geweld) naar de markt.

265. Tante kwam voor een dagje bij moeder; de hele dag zaten die twee peut-an (knus, genoeglijk) te praten en te breien.

266. Hij las overstil of: overzacht (onhoorbaar).
Opm.: 'Overluid' is wel Ned.: Hij las overluid (hardop, niet-fluisterend).

267. Lenig-an of lenigjes-an of lenigies-an.
De trap is steil; doe maar lenigjes-an (niet te haastig, kalm-aan, voorzichtig).
Zo lénigies-an worden we allemaal ouder.

268. Buurman en buurvrouw waren er baiegaar (beiden, aliebei).

269. Ik heb de tuin gespit. Ik ben er hessig (warm, bezweet) van.

270. Buurvrouw kwam een beetje koffiemelk lenen. 't Was een kakbooskip (een boodschap, die dient als voorwendsel, om ergens gelegenheid voor te krijgen). Ze hoopte m'n nieuwe wasmachine te kunnen zien.

271. Ik ben moe. De hele dag heb ik door de stad moeten flenteren (lopen, slenteren) om een veertig adressen te bezoeken.

272. Jij geloofde me wel, maar hulle of hullie of zullie (zij) geloofden me niet.

273. De aardappelen zijn goed van zoutte (er is juist voldoende zout in).

274. Moeder kan fijn steuren (koken, kokkerellen). Vorige week heb 'k me bijna nog vereisd (te veel gegeten, omdat 't zo lekker was). Maar witlof, nee, daar kan 'k wel van koken of: kouken (walgen, kokhalzen).

275. Is die jas van je broer? Nee, 't is m'n oigen(s) (Nee, hij is van mij, of: van mezelf).
Hij schrok z'n oigen (zich) een hoedje.

276. Hoeke (wat voor) schoenen heb je gekocht?
Heb je een nieuwe wintermantel?
Hoentje (hoe ene, wat voor een) is 't?
't Is vrijwel zontje (zo ene, eenzelfde) als buurvrouw Jaantje heeft.

277. Ik heb die koe onbeziens (ongezien, zonder hem vooraf gezien te hebben) gekocht. Maar ik ben er dan ook mee in de skeer loupen (in de val gelopen).

278. Wie zit er in de derde bank?
Daar zit er gienien (geen of niemand).

279. Waren de kinderen op vaders verjaardag allegaar (allemaal) thuis?
Wat hij vertelde was allegaar (allemaal, alles) onzin.

280. Wij wonen zoit-an (naast) de kerk.

281. Wat was ik bloid (blij), toen ik dat hoorde.
Opm.: In het Ned. zijn er twee woorden voor: 'blij' en 'blijde'.
Het laatste klinkt deftig en men gebruikt dan ook altijd 'blij' of 'blije'. Bv.: Ik ben er blij om, dat je me zowel in droeve als in blije dagen bij staat.

282. M'n kousen ladderden telkens; nu heb ik goeie sterkers (heel sterke) gekocht. Die langers (lange) waren niet sterk.
't Hoeven (behoeven) niet juist dikkers (dikke) te wezen, 't kunnen toch wel sterkers (sterke) zijn.
Koop maar zo gauw mogelijk andere kousen, want beuren (gebeuren) moet 't toch!

283. Hoe voldoet je nieuwe knecht?
Goed hoor, 't is een best (een beste).
Hier heb je een appel.
Sjonge, dat is een hele best (een heel beste, een heel grote).
Ja, 't is een bèsterd (een heel grote).
Zo'n groterd (grote) heb ik al lang niet gehad.
Opm.: 'Dikkerd' is wel Ned. Bv.: Er lag een lekkere dikkerd in de kinderwagen.

284. Vorige week was moeder nog zwaar ziek; nu is ze gelukkig al heel wat beterder (beter).

 


Hé, is dat Westfries?

23. Dat kind lag lekker te spragen in de zon (koesteren, zonder bedekking met dekens). Na 't middageten doet opa altijd 'n tukkie of: tokkie (middagdutje, middagslaapje, sièsta).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.