Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 41-42

Woorden en uitdrukkingen: 285-302

285. Is jouw jurk hetzelfde als (de) mijne? Ja meid, hij is precies eveliens (hetzelfde).

286. Wat is het reiste pad (de kortste weg) van hier naar Medemblik?

287. Vader is lastig voor 't volk (de arbeiders, 't personeel); hij loopt de hele dag te steerten (aanzetten, aanvuren, aanporren, aanmerkingen maken).

288. Truus weegt niet veel, 't is een dundas (een slank, rijzig, dun figuurtje).

289. De brei is zangerig (lichtelijk aangebrand).
Opm.: 'Zangerig' is Ned. in de betekenis van welluidend, melodieus. Bv.: een zangerig gedicht, een zangerig lied.

290. Als het koud is in de school, hoort men de kinderen nogal 'ns zeggen: Meester, ik kan niet schrijven, ik heb domme (koude, enigszins ongevoelige) handen en vingers.

291. Bij het werkwoord 'overrijden', in de betekenis van 'met een voertuig er overheen rijden', dat in het Ned. de klemtoon krijgt op de derde lettergreep, legs de Westfries het accent op de eerste.
Als je een kind zou óverraien, zou je dat nooit kunnen vergeten.
Wie heeft dat kind óverreden (overréden)?
Wil de Westfries deze laatste zin in het Ned. zeggen, dan zegt hij dikwijls verkeerdelijk: óvergereden.

292. Een aantal spelende kinderen schoot gister, natuurlijk per ongeluk, een voetbal door m'n raam. Vandaag zijn ze niet in de buurt, ze zijn bunzig (bang, vreesachtig). Ze weten heel goed, dat 't breist achteran komt (dat 't zwaarste, het moeilijkste aan het slot komt), namelijk de vergoeding van de schade!

293. Nel, je kachel brandt flink, 't is hier loeker (warm). We gaan pent-an (knus, gezellig) zitten.

294. Die man kon 't financieel niet langer uitzingen, hij ging over de reutel(s) (ging failliet).

295. Hij heeft een skot in z'n reg (het spit in de rug). Daardoor kan-ie heel slecht roizen (moeilijk opstaan).

296. Hij heeft dat werk in korte tijd opgeleverd. Hij heeft 'm goed verweerd (zich flink ingespannen).

297. Ik zag een kind te water (in het water) vallen en ik vloog met een stuif (met een vaart) de deur uit, om het te redden.
Men gebruikt 'te water' in het Ned. ook, bv.:
een boot te water laten,
vervoer te water,
te water gaan (gaan zwemmen).

298. Ik dacht dat eenvoudige sommetje even te maken, maar 't zat niet zo reid ('t ging niet zo gemakkelijk, 't was niet zo eenvoudig als ik dacht).

299. Wat een vervelend gehoor, als dat ouwe mens zo slurft (sloft)!
Och, zie wat door de vingers, ze is al vijfentachtig, dat moet je niet uitpoesen (uitvlakken).

300. Alle kleren lagen omwoid (verspreid, uit elkaar, uiteen) op de vloer. Ik dacht toen 'k het zag: Sommige moeders kunnen 't raar ofskieten (zonderling doen, eigenaardig aanpakken) of kunnen 't raar ofsteken (hier dezelfde betekenis als ofskieten).

Afbeelding pagina 42

301. Wat is alles toch rotduur (peperduur).

302. Hij gooide de bloempot an garrelemente (kapot, aan splinters en scherven, aan gruizementen of gruizelementen, enz.).

 


Hé, is dat Westfries?

798. 't Was erg stil om me heen; ik raakte eventjes beskoten (ingedommeld, sluimerend) in de stoel.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.