Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 45-46

Woorden en uitdrukkingen: 324-342

324. Volgende week mag ik naar een bruiloft. Ik heb er al moed op (zin in, ik zal er graag heen gaan).
Jan Schouten heeft gevraagd of-ie mee mocht gaan als tafelheer. Nee, die zal ik maar ofslavéren (afwijzen, een blauwtje geven).

Afbeelding pagina 45

325. Jaap Zuurbier heeft vier moide (dochters) en ze zijn alle vier onder de koeie weest (ze hebben melken moeten leren).


326. Onze dienstbode heeft ontslag gevraagd; moeder wil 't nou maar redden (wil 't van nu of zonder dienstbode doen).

327. Is de auto van de koster nieuw?
Nee hoor, 't is geen nuw (nieuwe), 't is een oud (ouwe). Maar dat doeter niet toe, 't is een best (beste) en nog een mooike (mooie) ook.

328. Heeft Simon al verkering?
Nee, maar hij lingert (vlast) wat op de dochter van Jaap van Thijs. Maar 't liep niet erg mee, want Jaap heeft 'm de deur uitjoegen (uitgejaagd). Maar Siem praat 'r niet graag over. Ik hou me maar stil; ik laat ze maar wat koekhakken (begaan, aan hun lot over, ik bemoei me er niet mee).

329. Jan van Guurtje is een echte ophakker (bluffer, opsnijer, pocher) Ja, hij is nogal van Grootebroek (tamelijk blufferig).

330. Wanneer heb je Cor voor 't eerst ontmoet? Drie jaar geleden op Hemeltvaartdag (Hemelvaartsdag). Hij leek me eerst veuls (veel) te oud, maar ik dacht, ik kan 't sachs (licht, allicht) proberen. En nou ben ik erg met 'm in 't zin (in m'n schik).

331. Belief je nog een sneetje?
Nee, dank je, ik heb m'n gerak (portie, aandeel) gehad.

332. Wanneer is-ie bij je geweest?
Nou, 't was onder melkerstoid of melktoid (in de tijd van het avondmelken, ongeveer tussen 16 en 18 uur).

333. De lucht staat slecht (er hangt een zwarte lucht), we krijgen dik-op water (veel regen).
Wel nee jongen, we krijgen hoog-op (hoogstens) een klein buitje.

334. In het drukke verkeer van tegenwoordig is het veer kleine kinderen gevaarlijk op straat. 't Moet er we wat an daien ('t lot meet hun wat gunstig zijn, ze moeten wat geluk hebben).
De soep is goed bedaid (gelukt).
Ik heb een toom van twaalf biggen liggen, elf mooie en een misdaier (die onvolgroeid is, achtergebleven in vergelijking met de andere).

335. Hij heeft geen makkelijke vrouw; hij meet 'r wel flink op bit raie (strenge maatregelen nemen om baas te blijven).

336. In maart beginnen de schapen te onen (te lammeren, lammeren te werpen).
We hebben vijftien oonskeipe (fokschapen, die zullen werpen).
We hopen heel wat loisies (ooilammeren) te telen.

337. Piet zingt wel goed, maar Klaas kan gien woishouwen (niet zuiver zingen).

338. Hij kwam hier om twee uur aan, maar efkes ternei (eventjes daarna, korte tijd later) ging-ie al vort (weg). En hij kwam niet meer veròm (terug).

339. Als je een heel grote afstand of te leggen hebt, meet je zoetjes of: zoetjes-an (zachtjes, langzaam) fietsen.
't Wordt zoetjes-an (langzamerhand) tijd van vertrekken.

340. Oom Tinus gaat er krap langs (is gierig, krenterig), ja, hij is erg benauwd (gierig).

341. Een statter (stedeling) gewent niet gemakkelijk op een dorp.

342. M'n vrouw gaat graag 'ns uit, maar ik ben geen uitgaander (ik ben niet uithuizig).

 


Hé, is dat Westfries?

323. Op carnaval had ie zich verkleed; hij zag er kakkelollig uit (potsierlijk, belachelijk, als 'n hansworst); de meesten konnen 'm geniesen (herkenden 'm niet eens).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.