Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 47-48

Woorden en uitdrukkingen: 343-361

343. M'n nieuwe bags is altijd even bobberig (slecht gehumeurd, spreekt altijd tegen, je krijgt nooit een goed woord van hem).
Hij is een echte bobberkop.

344. Bij buurvrouw Agie hangs zo'n ouskige of: ouske (muffe, onfrisse) lucht in huis. Dat komt wel doordat 'r huis erg drem (vochtig) is.

345. Annie is nog maar twee jaar; toch kent ze alle buurkinderen op een urt (heel precies, nauwkeurig).
Ja, 't is een lepe stinkerd (een vluggerd), ze doorziet de toestand gauw en ze weet daar 'r voordeel mee te doen).
Soms loops ze zo permandig (parmantig) armpie-deur (gearmd) met Gertje van de buren.

346. Als je die meneer uitnodigt op ons feest, dan moet je z'n vrouw ook verzoeken, dat vloit we (dat kan niet anders, dat hoort er zo bij, dat spreekt vanzelf).

347. Als je toch naar de stad moet, kun je mit dezelfde veert (meteen, met dezelfde gang) hoestpillen meebrengen.

348. M'n zwager is een vreemde man. De ene dag is-ie poeslief en kun je alles van 'm gedaan krijgen, maar de andere dag is hij dwars of hij houdt je voor de gek.
Ik hou niet van die rare fronte (vreemde gedragingen, zonderling gedoe).
Opm.: Het woord fronte kan ook betekenen: gebruiken, gewoonten, manieren, bv.:
Ik leef maar verder, zoals ik 't gewoon ben, ik hou niet van die nuwerwisse (moderne) fronte (snufjes).

349. Ik heb vannacht weinig geslapen: kleine Annie had poin-in-'t-loif (buikpijn).
Opm.: Dit kan ook figuurlijk gebruikt worden, bv.:
Vader, nou is Truus nog niet thuis van de toneelrepetitie, ik word onrustig (ongerust).
Daar is geen reden voor, moeder, je moet niet over alles poin-in-'t-loif (zorg) hebben.

350. Op m'n verjaardag was 't van dat miezerige, slaggerige (druilerige) weer. Zo'n dag heb je graag, dat de kinderen er een beetje knap insteken (er was verzorgd uitzien), maar toe (toen) ze uit de school thuis kwamen, waren ze allegaar (allemaal) even kladdig (vuil, smerig). Ik stond er van te snoffen (snikken, huilen). Ik kon hun goed gien (niet) meer schoon krijgen.

351. Dat dienstmeisje van tante Alie kan uitstekend werken. Wat heeft dat kind een uithoudingsvermogen! Je zou 't niet vermoeden, als je 'r skriebelige toet (smalle, kleine gezicht) ziet.

352. Reed de auto, toen het ongeluk gebeurde, dut-op (naar deze kant, in de richting van de spreker)? Nee, hij ging dat-op (in een richting van de spreker af).
Ben je in kort (kortelings, korte tijd geleden, dezer dagen) nog bij het slachtoffer van de aanrijding geweest?
353. Wat zouden ze daarbuiten toch uitspouken (uithalen, uitvoeren) in 't donker?
O, dat zal wel weer van dat skitteljacht (jongens en meisjes op de leeftijd van veertien tot zestien jaar) wezen, zo van dat soort tussen pruime en krente (te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet).

354. Ik lust nog wel een dun sneetje brood, maar niet zo'n dikke piel (een dikke snee).

355. Jongen, wat ben je daar toch aan 't hakkepielen (met een heel bot mes snijen).

356. Dat gezin heeft 't arm. Je kunt 't aan de kinderen zien, ze lopen met ouwe barrele (kleren).

357. Boer Jaap tekende voor een flink bedrag op de lijst; die is niet krimmeneel (krenterig, gierig).

358. Gonnie moet er maar 'ns een eitje bij hebben: ze is niet sterk en nogal enkeld (dun, slank, lichtgebouwd).
Ja, 't is een mager skarminkeltje (een min, tenger kind).
't Komt enkeld (een enkele keer) voor, dat men een prijs wint.
Ik heb enkeld (alleen, slechts) 's zondags vrij (zie ook no. 483).

359. Hannes is geen vluggerd, 't is een druul (een lomperd, een suffer).

360. Hij heeft een nieuwe auto gekocht; hij is er goed mee in 't zin (hij is er blij mee, er goed mee in z'n schik). Vgl. 330.

361. Wie liep daar verbai de glaze (voor de ramen langs)?

 


Hé, is dat Westfries?

573. M'n ouwe bromfiets moet opgeruimd worden. Elke dag zit ik er aan te madderen of: medderen (knoeien, klungelen, inspannend werken).
Dat gemadder moet nu 'ns uit zijn (dat moeilijke werk).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.